Differentiëren is te leren: 4 tips

3

Veel docenten in het voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs zoeken naar een manier om hun lessen beter af te stemmen op de verschillen tussen leerlingen. Je kunt dit doen met behulp van digitale leermiddelen, maar je kunt er natuurlijk ook zelf mee aan de slag. Hoe je dat doen? In dit artikel zetten we 4 tips uit het boek Differentiëren is te leren op een rijtje.

Differentiëren is niet iets wat je van de ene op de andere dag in de vingers hebt. Het kost tijd om te ontdekken wat elke leerling nodig heeft. Met behulp van deze tips kun je voorzichtig en klein starten:

1. Verdeel je klas in twee tot drie subgroepen

Vaak kunnen leerlingen zelf heel goed aangeven wat ze nodig hebben. Aan de docent te taak om goed te luisteren en te observeren. Ook (formatieve) toetsdata geven veel informatie. Verdeel leerlingen eens in twee à drie subgroepen: een groep op het gemiddelde niveau, een groep die de basis nog niet voldoende beheerst en eventueel een groep die al boven het gewenste minimumniveau zit. Vervolgens kun je per groep de instructiebehoeften van leerlingen op een rijtje zetten. Vraag je hierbij af wat elke groep nodig heeft om tot het gewenste eindresultaat te komen. Op deze manier leer je planmatig aan gedifferentieerde (les)doelen te werken.

2. Differentieer in instructie

De instructiefase is bij uitstek een fase waarin je kunt differentiëren. De groep die al boven het minimumniveau zit, heeft minimale instructie nodig. Zij gaan na een korte introductie meteen zelfstandig aan het werk. De gemiddelde groep kan na de normale instructie prima meekomen. Zij gaan hierna zelfstandig aan het werk of luisteren indien nodig nog even mee met de verlengde instructie. Die instructie verzorg je voor leerlingen die de basis nog niet voldoende beheerst.

Na de verlengde instructie ben je beschikbaar voor vragen van alle leerlingen, maar je houdt bij de laatste groep een extra oogje in het zeil, want: leerlingen die onder het gemiddelde presteren, kunnen meer moeten hebben met het stellen van vragen. Dit kan zelfs ten grondslag liggen aan het feit dat ze de basiskennis nog voldoende beheersen.

3. Differentieer op basis van leervoorkeuren

Ieder individu leert anders. Ook als docent heb je een eigen leervoorkeur en waarschijnlijk sluit jouw voorkeur voor een manier van lesgeven daar grotendeels bij aan. Alleen… die voorkeur past niet altijd bij de manier waarop jouw leerlingen leren. Je loopt daarmee het risico om leerlingen kwijt te raken. Ze haken af tijdens de instructie, of zien door de bomen het bos niet meer zodra het tijd is om aan de opdracht te beginnen. Om die reden is variatie en differentiatie zo van belang: zo leert iedere leerling optimaal en zakt de motivatie niet tot onder het nulpunt. Bied leerlingen dus keuze in werkvormen.

In dit eerder op OVM verschenen artikel lees je meer over werkvormen die je kunt inzetten bij formatief toetsen.

4. Differentieer via het huiswerk

Pre-teaching is lesgeven voorafgaand aan de les. Het doel hiervan is dat zwakkere leerlingen een hetzelfde startniveau hebben als de andere leerlingen aan het begin van de les. Je kunt deze vorm van extra ondersteunende instructie organiseren via het huiswerk. Geef leerlingen die extra leertijd nodig hebben een andere of extra taak om zo voorafgaand aan de les bepaalde voorkennis te activeren. Het is handig om er een gerichte (schrijf)opdracht aan te koppelen, zodat je bij aanvang van de les kunt checken of leerlingen hun huiswerk hebben gemaakt.

Wil je een stap verder gaan? Dan zou je eens kunnen kijken naar het flipping the classroom-concept. In de volgende eerder op OVM verschenen artikelen lees je er meer over:

Over Differentiëren is te leren
Dit artikel is gebaseerd op het boek Differentiëren is te leren: een praktisch boek vol handvatten, voorbeelden en toepassingsmogelijkheden om differentiatie in je lessen vorm en inhoud te geven. Een aanrader voor alle docenten in het voortgezet onderwijs. Wie de kunst van het differentiëren eenmaal verstaat, draagt bij aan betere leeropbrengsten en vergroot de kansen van alle leerlingen.

Hoe besteed jij aandacht aan de verschillen tussen de leerlingen in je klas? Deel je tips en best practices via onderstaand reactieformulier.

3 REACTIES

  1. Het grote misverstand over differentiatie is dat er strategieën en technieken of zelfs kant en klare digitaal lesmateriaal is waarmee iedere docent ‘zomaar’ kan differentiëren: in een klas waarin wordt gedifferentieerd, doet de docent aan planning, voorbereiding en uitvoering van verschillende manieren van aanpak t.a.v. leerstof, het onderwijsleerproces en het leerproduct vooraf inspelend op, alsmede reagerend op verschillen bij leerlingen v.w.b. vereiste voorkennis en uitdaging, interesse en leerbehoeften.
    Wat ten eerste onderschat wordt, is dat er voor echt differentiëren een bepaalde mindset nodig is die haaks staat op hoe vele docenten nog naar hun onderwijs kijken: ik weet hoe de wereld in elkaar zit en jullie, leerlingen, niet, ik ben expert op mijn vakgebied, jullie, leerlingen, niet. Dus ik ga jullie vertellen wat je moet weten, luister goed. Als ik klaar ben, ga ik kijken of jullie goed opgelet hebben. Als je niet goed hebt opgelet, niet kunt teruggeven wat ik je verteld heb, straf ik je daarvoor af met een onvoldoende voordat ik verder ga.
    Bij differentiatie gaat het om inclusief onderwijs, om het accepteren van de leerlingen en van de manier waarop ze het beste leren. Dat is dus niet uitgaan van de stof, niet uitgaan van de docent, maar de stof en de docent meenemen in het leren kennen van de beste manier om de leerling te laten leren. Strategieën, technieken en voorgebakken gedifferentieerd lesmateriaal aanreiken aan het onderwijsveld, zonder iets te zeggen over de vereiste mindset is gedoemd te mislukken.
    De tweede reden dat het in het verleden nooit gelukt is om te differentiëren, is gelegen in het feit dat iedere docent voor zich, in het isolement van de individuele docente in haar klaslokaal, ermee aan de slag probeerde te gaan. Als een schoolleiding geen ruimte en tijd vrijmaakt om professionele leergemeenschappen te laten ontstaan die samen voorbereiden, soms samen uitvoeren, samen evalueren, samen op zoek gaan naar verbeteringen en dat in een voortdurende cyclus, is het zelfs voor individuele docenten met de vereiste mindset onbegonnen werk om duurzaam te differentiëren.

  2. Er zal dan wel gedifferentieerd examen gedaan worden?
    Differentiatie kan alleen in kleine klassen maar aan het eind van het jaar moeten ze toch de stof hebben gekregen !
    Het lesmateriaal moet aangepast worden zo dat iedere leerling zijn eigen tempo kan bepalen.

  3. Ik differentieer naast niveau en instructie ook op tempo. Leerlingen mogen aangeven wanneer ze ‘klaar’ zijn voor het maken van een toets. Om structuur te bieden, plan ik een aantal dagen alvast in zodat de leerlingen kunnen kiezen. Halen ze de eerste keer niet dan volgen ze een herkansingsles waarin ook leervaardigheden worden besproken. Niet alleen wat doe je goed/fout ook hoe je de leerstof aanpakt, wordt helder.

LAAT EEN REACTIE ACHTER