Auteur: Arachne Molema
In de documentaire Meneer Johannes van het NOS Jeugdjournaal maken kijkers kennis met Johannes. Op zijn basisschool groeit hij uit tot meer dan alleen leerling: hij zet koffie, repareert stoelen en veegt het plein aan. Wat kunnen we leren van zijn verhaal? Zijn toenmalige leerkracht, meester Jelmer, vertelt wat zijn verhaal laat zien over motivatie, vertrouwen en kijken naar talent.
Hoe is de rol van ‘meneer Johannes’ eigenlijk ontstaan?
‘Dat begint met vertrouwen. Als school, als team en als leerkracht moet je de ruimte krijgen om dingen te proberen. Johannes was een jongen die moeilijk tot leren kwam. Dan ga je nadenken: hoe krijgen we hem wél tot leren? We probeerden andere dingen uit. Geef hem eens een klusje. Kijk eens wat er dan gebeurt. In het begin was het ook aftasten. Wat verwacht ik van jou en wat verwacht jij van mij? Ik zei: ‘als jij hard werkt en goed gedrag laat zien, krijg je ruimte om dingen te doen die bij jou passen.’ Uiteindelijk is dat zijn eigen leven gaan leiden.’
Wat zie je gebeuren als een leerling zo’n duidelijke praktische rol als conciërge krijgt?
‘Waar onderwijs om moet draaien, is dat kinderen succeservaringen opdoen. Er moet ruimte zijn voor dingen die dicht bij henzelf liggen. Als je intrinsieke motivatie wilt aanwakkeren, moet je kijken waar een kind op aangaat. Bij Johannes was dat zijn praktische kant. Een hek repareren, het plein aanvegen of onkruid wieden gaf hem een gevoel van autonomie. Hij voelde dat hij ergens goed in was. Dat vergrootte zijn motivatie enorm.
Als leerkrachten zijn we vaak ook een beetje controlfreaks. Maar soms moet je durven loslaten en vertrouwen geven. In dit geval heeft dat ontzettend goed uitgepakt. Zijn resultaten gingen uiteindelijk ook vooruit.’
Wat doet dat met het welbevinden van een leerling?
‘Dat effect is groot. Eigenlijk geldt dat voor iedereen: als je lekker in je vel zit, presteer je beter. Kinderen moeten zich gezien voelen en weten waarvoor ze het leren doen.’
‘Heeft deze leerling er echt baat bij om precies hetzelfde te doen als alle andere leerlingen?’
Hoe bewaak je ondertussen de onderwijskundige basis?
‘Dat vraagt duidelijke kaders. Zeker bij een leerling als Johannes moet je heel concreet zijn. Dat begon heel afgebakend: ik wil dat je dit klusje doet binnen vijf minuten.
Als Johannes zijn werk af had, verdiende hij tijd om andere dingen, zoals het plein aanvegen, te doen. Tegelijk stel je jezelf steeds de vraag: heeft deze leerling er echt baat bij om precies hetzelfde te doen als alle andere leerlingen? Of is het ook goed als hij twee van de drie opdrachten maakt?
Dan ga je ook nadenken: zijn alle toetsen even belangrijk? Je observeert veel, maakt aantekeningen en houdt de ontwikkeling van een kind goed in de gaten. Kijk vooral naar wat een leerling nodig heeft om zich te ontwikkelen.’
Hoe zorgde je ervoor dat deze aanpak ook voor de rest van de groep logisch en eerlijk voelde?
‘Dat begint met uitleggen dat niet iedereen hetzelfde is. Iedereen heeft iets anders nodig: de één krijgt extra instructie voor taal, de ander heeft behoefte aan een extra beweegmoment. Kinderen begrijpen dat vaak veel beter dan volwassenen denken. Natuurlijk kwamen er weleens vragen van leerlingen die ook wilden helpen. Daar moet je eerlijk in zijn. Het mocht geen uitje worden. Bij Johannes zag je echt resultaat. Hij ging onkruid wieden en daarna lag het plein er weer spik en span bij. Zijn klasgenoten accepteerden zijn rol heel vanzelfsprekend. Hij was voor hen gewoon meneer Johannes.’

Johannes zit inmiddels op de middelbare school, maar komt nog steeds terug naar de basisschool om te helpen.
‘Sterker nog: gisteren heeft hij nog geholpen met het bouwen van het decor voor de schoolmusical. Dat zegt iets over hoe fijn hij zich hier heeft gevoeld. Hij heeft op school kansen gekregen om zichzelf te ontwikkelen op een manier die misschien niet heel gebruikelijk is. Dat doet iets met een kind.
Hij had hier een belangrijke rol voor zichzelf opgebouwd. Dan is het niet zo gek dat hij af en toe terugkomt. En eerlijk gezegd: natuurlijk mis ik hem ook. Als leerkracht bouw je een band op. Sommige leerlingen laten echt iets achter in een klas.’
Welke les hoop je dat andere leerkrachten meenemen uit het verhaal van Johannes?
‘Dat je soms verder moet kijken dan handleidingen, methodes en plannen. Kijk eerst naar het kind. Wat beweegt hem? Waar wordt hij enthousiast van? Als je een kind echt leert kennen, ontdek je vaak ook wat bij hem past.
Mijn advies is: ga het gesprek aan. Vraag een leerling hoe hij school ervaart, wat werkt en wat niet. En durf samen oplossingen uit te proberen. Ik hoop dat leerkrachten die een ‘Johannes’ in de klas hebben, dat gesprek ook aangaan. Want ieder kind heeft talent. Het is soms pijnlijk om kinderen te horen zeggen dat ze iets niet kunnen of niet slim zijn. Soms moet je alleen beter kijken.’
Tips van meester Jelmer voor in je eigen klas
- Kijk waar een leerling wél motivatie uit haalt.
- Ga het gesprek aan met het kind: wat werkt en wat niet?
- Geef de leerling vertrouwen en focus op succeservaringen.
- Geef ruimte, maar bewaak duidelijke kaders: maak afspraken concreet en overzichtelijk.
- Leg aan de groep uit dat eerlijk niet altijd hetzelfde betekent.
Documentaire Meneer Johannes
De documentaire over Johannes, die thuis en op school wordt gevolgd, wordt uitgezonden op zondag 28 juni om 19.20 uur op NPO 3/Zapp. Zijn verhaal belicht bredere thema’s binnen het onderwijs, zoals de omgang met verschillen tussen leerlingen en de rol van praktische vaardigheden. Bekijk hieronder de trailer.

