Een kwetsende meme over een klasgenoot. Een fake voice note die zogenaamd door een docent is ingesproken. Of een foto die met één druk op de knop verandert in een realistische naaktfoto van een leerling. AI biedt enorm veel nieuwe mogelijkheden voor pubers om hun klasgenoot voor een groot publiek te kijk te zetten. Wat kun je hieraan doen als docent?
Waar online pesten vroeger vooral bestond uit uitsluiting in groepsapps of het verspreiden van ongewenste foto’s, maken AI-tools het tegenwoordig mogelijk om in enkele seconden deepfakes, nepstemmen en gemanipuleerde beelden te creëren. Dat maakt cyberpesten makkelijker. Ook maakt het soms pestgedrag moeilijker te herkennen. Voor jou als docent in het voortgezet onderwijs of het mbo kan dit veel vragen en dilemma’s oproepen. Wat speelt er precies? En wat kun je doen zonder zelf AI-expert te hoeven zijn?
Pesten stopt niet bij het schoolhek
Cyberpesten is vaak ingrijpender dan pesten op het schoolplein. Het stopt namelijk niet wanneer de schooldag voorbij is en het bereikt vaak een groter publiek. Ook laat het (online) sporen achter die moeilijk te wissen zijn. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut worden veel leerlingen die online worden gepest, ook offline gepest – en andersom. Online pesten is dus vaak een extra middel om diezelfde leerling vaker en harder te raken.
AI maakt dat nog makkelijker. Uit een rondvraag van Pointer onder ruim zestig middelbare scholen (april 2025) blijkt dat 42 procent te maken heeft met pesten met AI. Op bijna een kwart van de scholen gaat het om nepnaaktbeelden of andere seksueel getinte AI-beelden. Daarbij ging het onder meer om bewerkte foto’s en filmpjes, memes en stickers. Een belangrijk verschil met ‘vroeger’: er is nauwelijks nog technische kennis voor nodig. Apps en online tools kunnen foto’s automatisch bewerken, stemmen namaken of beelden genereren die amper van echt te onderscheiden zijn. Voor slachtoffers kan dat grote gevolgen hebben. Zelfs wanneer iedereen uiteindelijk weet dat een afbeelding nep is, kan de schade voor je leerling al groot zijn doordat het materiaal massaal is gedeeld.
Jongeren extra kwetsbaar
De zorgen over het gebruik van AI bij online intimidatie nemen toe. In een peiling van de Verenigde Naties onder meer dan 30.000 kinderen wereldwijd gaf twee derde aan dat cyberpesten volgens hen is toegenomen. Tegelijkertijd weet de helft niet hoe ze online pestgedrag kan melden of waar ze hulp kan vinden.
De VN waarschuwen bovendien dat AI cyberpesten ingrijpend verandert: het wordt sneller, gerichter, moeilijker op te sporen en kan zich eenvoudig over meerdere platforms verspreiden. Vooral deepfakebeelden en zogenoemde nudification-apps, waarmee iemand digitaal kan worden ‘uitgekleed’, worden steeds vaker misbruikt om mensen te vernederen of onder druk te zetten. Voor jongeren is dat extra ingrijpend: hun sociale leven speelt zich voor een groot deel online af. Een gemanipuleerd beeld of filmpje kan daardoor binnen korte tijd een groot publiek bereiken. Het gevolg? De jonge slachtoffers voelen onder meer enorme schaamte, stress en machteloosheid.
Waarom leerlingen cyberpesten niet melden
Als docent ga je er misschien van uit dat je leerling direct hulp zoekt wanneer er iets online gebeurt. In de praktijk blijkt dit vaak niet zo te zijn. Volgens de VN nemen jongeren vaak geen docent of ouder in vertrouwen vanwege schaamte, angst voor afwijzing door leeftijdsgenoten en zorgen over de reactie van volwassenen. Eerder Nederlands onderzoek, waar Stoppestennu naar verwijst, laat zien dat jongeren ook bang zijn dat volwassenen in paniek raken of hun internetgebruik aan banden leggen, bijvoorbeeld door hun telefoon af te pakken. Daardoor blijft veel cyberpesten onzichtbaar. En juist daarom is het zaak dat je leerlingen weten waar zij veilig terechtkunnen. Bij een mentor of zorgcoördinator, maar ook bij iedere volwassene binnen de school die zij vertrouwen.
Signalen herkennen
Cyberpesten speelt zich meestal buiten het zicht van jou als docent af. Toch zijn er signalen die je kunt oppikken. Denk aan een leerling die zich plots terugtrekt, toegenomen concentratieproblemen of verslechterde schoolresultaten. Maar ook: een leerling die gespannen oogt wanneer de telefoon afgaat, opvallend ziekteverzuim of vermijdingsgedrag, conflicten die ogenschijnlijk uit het niets ontstaan, opvallende emoties na een pauze of na het bekijken van berichten op zijn of haar telefoon.
Deze signalen betekenen niet automatisch dat er sprake is van cyberpesten. Wel kunnen ze aanleiding zijn om een gesprek aan te gaan met je leerling. Vang je signalen van pesten op, vraag dan ook altijd of er online iets speelt.
Wat je kunt doen als docent
Het goede nieuws: de basis van een goede aanpak verandert niet door AI. Ook nu AI in het (pest)spel is gekomen, blijft een veilig groepsklimaat de basis om je leerlingen hiervoor te beschermen. Maak duidelijke gedragsafspraken in de klas en zorg voor een laagdrempelige meldcultuur. Wel is het door de komst van AI van belang om extra aandacht aan mediawijsheid en digitale geletterdheid te schenken tijdens de lessen.
Bespreek bijvoorbeeld met je leerlingen hoe deepfakes werken. Vertel waarom niet alles wat je online ziet echt is, welke gevolgen het doorsturen van beelden kan hebben en wat je kunt doen als je slachtoffer of toeschouwer bent. Leg ook uit dat ‘het is maar nep’ geen excuus is: een nepnaaktfoto van een minderjarige maken, bezitten of doorsturen is strafbaar. Maak daarbij duidelijk aan je leerlingen dat je als toeschouwer veel invloed hebt; like, deel of verspreid je een afbeelding, dan draag je (on)bewust bij aan de schade. Leerlingen kunnen júist helpen door meldingen te doen of ongewenste content niet verder te verspreiden.
Als er een nepbeeld rondgaat
Gaat er een door AI gemanipuleerde foto rond? Handel dan als docent zo snel mogelijk. Begin bij je leerling: zeg dat het niet zijn of haar schuld is en vraag wat die nodig heeft. Probeer verdere verspreiding te voorkomen en betrek mentor, zorgcoördinator, vertrouwenspersoon of schoolleiding. Bij ernstige situaties kun je externe ondersteuning inschakelen zoals de politie, jeugdhulpverlening of de Meldknop.
Bij een kwetsende meme of nepstem kun je bewijs vastleggen met screenshots van de berichten en de plek waar ze zijn gedeeld. Gaat het om een nepnaaktfoto van een leerling, dan ligt dat anders. Zo’n beeld bezitten, doorsturen of er een screenshot van maken is strafbaar, ook als het nep is. Stuur het dus niet door, ook niet naar collega’s, maar noteer waar het is gedeeld en schakel direct de schoolleiding in. Die kan het beeld melden bij Offlimits en de wijkagent inschakelen. Pas na de melding laat je het beeld uit appgroepen en van telefoons verwijderen. Maar misschien nog wel het belangrijkste: blijf daarna betrokken en vraag de komende tijd geregeld hoe het met je leerling gaat.
5 tips voor docenten
- Praat over AI tijdens mentorlessen, burgerschap of mediawijsheid. Doe dit al voordat er een incident heeft plaatsgevonden.
- Benadruk de verantwoordelijkheid van je leerlingen als er een met AI gegenereerde foto van een klas- of schoolgenoot rondgaat. Stuur deze niet door, maak er geen screenshot van en meld het bij een docent of mentor.
- Neem iedere melding van je leerlingen serieus, ook als het nog onduidelijk is wat er precies is gebeurd.
- Spreek als school vooraf af wie wat doet als er een nepnaaktfoto rondgaat, zodat mentoren, zorgteams en leidinggevenden allemaal dezelfde aanpak hanteren.
- Weet waar je hulp kunt halen. Offlimits helpt slachtoffers en scholen bij het melden en offline halen van beelden.

