Home » Paarse Vrijdag: wat de cijfers over homo-acceptatie wél en niet zeggen

Paarse Vrijdag: wat de cijfers over homo-acceptatie wél en niet zeggen

Potloden in regenboogkleuren, de paarse potloden steken uit

De homo-acceptatie onder jongeren is fors gedaald, kopten verschillende media onlangs. Vooral jongens zouden negatiever zijn gaan denken over homoseksualiteit. Verontrustend nieuws, dat extra gewicht geeft aan de boodschap van Paarse Vrijdag op 9 oktober: een dag waarop scholen aandacht besteden aan acceptatie en jezelf kunnen zijn. Maar wat staat er nu precies in het HBSC-rapport dat zo veel stof deed opwaaien? Hoe duiden de deskundigen het nieuws? En wat betekenen deze cijfers voor scholen die op Paarse Vrijdag aandacht besteden aan acceptatie en jezelf kunnen zijn?

De cijfers uit het HBSC-onderzoek van Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut liegen er niet om. In vier jaar tijd is het aandeel jongens in het voortgezet onderwijs dat positief staat tegenover homoseksualiteit bijna gehalveerd van 40 naar 22 procent. Ook bij meiden is sprake van een sterke afname, van 78 naar 51 procent. De onderzoekers spreken van een ‘trendbreuk’. Na jaren van toenemende acceptatie zijn kinderen van 11 tot en met 16 jaar veel negatiever gaan denken over homoseksualiteit. En hoewel middelbare scholieren zich het negatiefst uitspreken, is deze ontwikkeling ook zichtbaar in groep 8. 

De eerste reacties en verklaringen

Het HBSC-rapport zorgt direct na publicatie voor onrust. In een NOS-artikel noemt Gonneke Stevens, hoofdonderzoeker en hoogleraar jongerenwelzijn, het ‘slecht nieuws’. In de eerste plaats voor homoseksuele kinderen, maar eigenlijk voor alle kinderen, ‘want het betekent dat ze opgroeien in een land waarin je niet altijd jezelf mag zijn.’ Daarna buitelen de reacties over elkaar heen, vanuit de media, de politiek en het onderwijs. De heersende opinie: het is schokkend dat homo-acceptatie zo hard achteruitgaat. 

De eerste schok te boven verschuift de aandacht al snel naar de waarom-vraag. Waarom zijn kinderen zo veel negatiever gaan denken over homoseksualiteit? Allerlei verklaringen passeren de revue: sociale media, de manosfeer, religieus extremisme, de ruk naar rechts, valse voorlichting, Donald Trump en de verharding van de maatschappij. Tegelijk ontstaat discussie over het onderzoek zelf. Wat houdt dat eigenlijk in: homo-acceptatie? Hoe meet je zo’n complex en beladen begrip?

De graadmeters van homo-acceptatie

Wie homoseksualiteit accepteert, behandelt iemand die op hetzelfde geslacht valt met hetzelfde respect als ieder ander. Geen pestgedrag, niet schelden met ‘homo’, geen lacherige opmerkingen. Als leerkracht hoop je dat de kinderen in jouw groep die positieve houding net zo internaliseren als de 17-jarige Ymre van der Hooft. Tegen Het Parool zegt zij dat mensen homoseksualiteit normaler mogen vinden. Volgens haar is vallen op hetzelfde geslacht heel normaal: ‘Dit is geen hogere wiskunde of zo.’

HBSC meet de ‘positieve houding ten aanzien van homoseksualiteit’ met drie stellingen: ‘Ik vind het vies als twee jongens met elkaar zoenen’, ‘Ik vind het vies als twee meisjes met elkaar zoenen’ en ‘Homoseksuele jongens en lesbische meisjes mogen mijn vrienden zijn’. Deze graadmeters roepen vragen op. 22 procent van de jongens in het voortgezet onderwijs heeft een positieve houding, maar betekent dat ook dat de overige 78 procent homoseksualiteit afwijst? Nee, zegt ook HBSC zelf: 15 procent van de ondervraagde jongeren heeft een negatieve houding. Er is dus een grote middengroep die neutraler tegenover homoseksualiteit staat dan de berichtgeving soms doet vermoeden. 

Nuancering in het maatschappelijk debat

In de Volkskrant brengt columnist Julien Althuisius nog meer nuancering aan. ‘Staat een 14-jarige puber per definitie negatief tegenover homoseksualiteit als hij het vies vindt als twee jongens zoenen? Of ervaart hij misschien ‘ongemak’, maar biedt de vraagstelling daar geen ruimte voor?’ Met andere woorden: in hoeverre meten de zoenvragen acceptatie? Daarbij zegt bijna 60 procent van de middelbare scholieren vrienden te kunnen zijn met homoseksuele kinderen. Een belangrijke nuance, vindt Althuisius. 

Toch kun je de resultaten niet zomaar wijten aan de vraagstelling. Jongeren reageren in 2025 daadwerkelijk negatiever op precies dezelfde stellingen dan in 2021. Bovendien vinden jongeren een zoen tussen een meisje en een jongen minder vies. Van de leerlingen in groep 8 vindt 41,8 procent het vies als twee meisjes zoenen, 43,5 procent als twee jongens zoenen en 18,4 procent als een jongen en een meisje zoenen. Het onderzoek laat dus wel degelijk grote verschillen zien.    

Ervaringen van jongeren en scholen

Naar aanleiding van de HBSC-cijfers vertellen veel mensen dat ze zich herkennen in het beeld. Tegen Het Parool vertelt sociaalwetenschapper Linda Duits dat ze vaak middelpunt is geweest van online haat. ‘Ik merk het als ik met een vrouw sta te zoenen. Altijd opmerkingen. Gaat ie lekker, mag ik meedoen?’ Ook Thijs Smeenk, die tot de zomer namens COC Nederland voorlichting gaf over de lhbtqia+-gemeenschap op middelbare scholen, zag veel negativiteit. ‘Er is meer agressie en weerstand,’ zegt hij tegen NU.nl. 

Jongeren zelf reageren wisselend. Van het Jong Parool Panel herkent de een het beeld meer dan de ander. De 16-jarige Noah Verkerk verbaast zich enorm. Op zijn school krijgt iedereen de ruimte om zichzelf te zijn, en niet alleen op Paarse Vrijdag. Zijn leeftijdgenoot Levi Jacobs daarentegen ziet veel minder tolerantie. ‘Je ziet hoe mensen met elkaar worden vergeleken op basis van hun kleding of gedrag, en wie een te strakke broek aanheeft of regenboogkleuren draagt, is meteen een loser.’

Een signaal om serieus te nemen

Paarse Vrijdag is een goede aanleiding om te praten over homo-acceptatie. Positievere verhalen zijn nodig, ook om lhbtqia+-mensen te beschermen tegen de heftige cijfers, zegt COC Nederland tegen NU.nl. Die cijfers verdienen dan allicht enige nuance, het betekent niet dat alle overige jongeren homoseksualiteit afwijzen. Toch vinden meer leerlingen dan vier jaar geleden het vies als twee jongens zoenen. Dat is een signaal om serieus te nemen op school.

Verder lezen

Laatste onderwijsnieuws

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.