Zo voer je een goed gesprek met leerlingen

0

‘Hoe gaat het met je?’ ‘Goed.’ ‘Vind je het leuk op school?’ ‘Ja hoor.’ ‘Wat vind je het leukst?’ ‘Alles.’ Een gesprek tussen een kind en een volwassene kan moeizaam verlopen. Hoe doe je dat eigenlijk, een gesprek voeren met leerlingen? In dit artikel laten we zien hoe je wél een goed gesprek voert; inclusief praktische tips. Zo kun jij er direct mee aan de slag.

Een goede band opbouwen met ouders van leerlingen is belangrijk, maar nog belangrijker is communiceren met leerlingen. Zij willen zich gehoord voelen en hun mening kunnen geven. En als het een goed gesprek is geweest, houden na afloop zowel de leraar als de leerling er een goed gevoel aan over.

Opbouw van het gesprek

Een gesprek bestaat uit verschillende fasen. Dat is fijn, want daar kun je altijd op terugvallen – ook als het gesprek niet zo lekker loopt. We zetten de verschillende fasen voor je op een rij:

1. De voorbereiding

Een goede voorbereiding verhoogt de kans op het slagen van je gesprek. Denk vooraf na over het doel en de vragen die je wil stellen. Informeer de leerling alvast over het gesprek: de aanleiding, het doel, de inhoud (dan kan de leerling er alvast over nadenken), wanneer het plaatsvindt en hoe lang duurt. Rond de voorbereiding positief af: ‘Leuk dat ik je morgen weer spreek!’

2. De introductie

Bij de start van het gesprek stel je de leerling op zijn gemak, bijvoorbeeld door jezelf voor te stellen. Vraag de leerling hoe hij het vindt om in gesprek te gaan met jou. Benadruk dat het in dit gesprek om de leerling draait. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik ga je vragen naar je mening, die vind ik belangrijk.’

3. De startvraag

De startvraag is de aanzet tot het gespreksonderwerp. Stel een vraag die makkelijk te beantwoorden is, bijvoorbeeld: ‘Vertel eens over…’ Bij pubers is zo’n vraag ook belangrijk om tot een overeenkomst te komen: door antwoord te geven, geeft de leerling aan dat hij akkoord gaat met het gesprek.

4. De romp

De romp is de fase waar het gesprek om draait. Hierin bespreken jullie samen het onderwerp. Toon belangstelling voor het verhaal van de leerling. Luister, vat samen en vraag door. Wees tegelijkertijd alert op de sfeer van het gesprek. Als het gesprek stroef verloopt, kun je gebruikmaken van metacommunicatie: spreken over de communicatie. Benoem bijvoorbeeld wat je voelt.

5. Afsluiting

Sluit het gesprek altijd positief af, bijvoorbeeld: ‘Ik vond het fijn om hierover met je te praten.’ Vraag de leerling wat hij van het gesprek vond. Vat tot slot het gesprek kort samen en vertel wat je met de informatie van de leerling zal doen. Tot slot bedank je de leerling voor het gesprek.

Praktische tips voor een goed gesprek

Met behulp van deze vijf tips voer je een goed gesprek met leerlingen:

  • Ga op dezelfde hoogte zitten als de leerling: kijk naar het kind terwijl je praat.
  • Praat met en niet tegen de leerling: weest niet te veel zelf aan het woord.
  • Wees je bewust van je non-verbale communicatie: hoe je iets overbrengt is ook belangrijk. In dit OVM-artikel lees je daar meer over.
  • Stel de juiste vragen: door je manier van vragen stellen kun je een gesprek maken of breken. Hier lees je meer over vraagtechnieken (en over goede gesprekken voeren).
  • Merk je dat de leerling afhaakt? Geef dan aan dat je het gesprek later zal voortzetten.

Verder lezen?

De tips in dit artikel zijn toepasbaar op alle leerlingen, zowel op het po, vo als in het mbo. Hier lees je meer lezen over gespreksvoering met pubers. Ook interessant is het blog van CPS ‘Zeven tips voor een goed gesprek met je mentorleerlingen’. In dit OVM-artikel lees je tot slot hoe je het kind-leergesprek naar een hoger niveau tilt.

Ook interessant:

Voer jij vaak gesprekken met leerlingen? Wat is jouw best practice? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER