Zo betrek je het bedrijfsleven bij het onderwijs

4

Steeds meer scholen willen graag het bedrijfsleven bij het onderwijs betrekken, ze willen ‘iets met bedrijven’ in de klas. Het kan leerlingen meer betekenis geven aan wat ze leren en ze doen beseffen waarom een vak er toe doet. Daarnaast kunnen opdrachten in samenwerking met bedrijven jongeren een beter beeld geven van waar ze later zouden willen werken. Ook 21st century skills komen in een project met een externe partijen al gauw aan bod.

Dit artikel is geschreven door Martha Hoebens, ze adviseert onderwijs en bedrijfsleven om tot een goede samenwerking te komen waar de leerling het meest van profiteert. Tijdens het 5e nationale docentencongres NASK geeft Martha een presentatie met nog meer tips. Meld je nu aan voor het congres op 14 februari.

Ondanks deze wens is het voor veel docenten nieuw. Als je zelf weinig ervaring hebt in het bedrijfsleven, is het lastig om daar in je onderwijs iets mee te doen. Ondertussen weet jij wel het beste hoe je jouw leerlingen kunt aanspreken. Wat bij de lesstof past en het niveau van jouw klas. Het werkt dan ook het beste om samen met het bedrijf een opdracht voor jouw leerlingen te verzinnen. Daarover lees je meer in dit artikel.

Begin bij de vraag

Om een goede opdracht te bedenken, hoef je ‘alleen maar’ de juiste vragen te stellen. Of je nu start vanuit een bedrijf, onderwerp of een specifiek vraagstuk: bepaalde vragen kun je altijd stellen. Neem het vak natuurkunde als voorbeeld: Hoe was het vroeger? Hoe is het nu en hoe gaat dit in de toekomst? Of wat is technisch of chemisch nodig? Of hoe gaat dit in andere landen? Hoe duurzaam is dit? Deze vragen helpen je om jouw vak te koppelen aan een (vraagstuk in) een bedrijf en leerlingen leren de samenhang tussen verschillende vakken te zien. Mocht je net een leerling in jouw natuurkundeles hebben die best technisch is maar eigenlijk vooral interesse heeft in economie, dan laat je met deze vragen prachtig zien waar deze vakken elkaar raken. Een koppeling met loopbaanoriëntatie is op deze manier dan ook goed te maken.

Hou het klein

Als je leerlingen wilt laten kennismaken met bedrijven dan kun je het ‘t beste klein houden. Stel, je wilt in de scheikundeles verf maken. Dan zet je het vraagstuk ‘hoe maak je de beste verf?’ centraal. Maar waar moet je dan aan denken? Door leerlingen eerst verschillend tussen verfsoorten te laten zoeken, krijgen zij een idee van de keuzes die een bedrijf maakt bij de ontwikkeling ervan. Als je daarna vraagt waar hun beste verf aan moet voldoen, kunnen zij makkelijker eisen voor die verf te bedenken en die omzetten in een concreet recept.

Wil je meer diepgang? Laat leerlingen dan verfkwaliteit testen. Voor een vmbo-klas is een ‘beter/slechter’ onderzoek misschien al voldoende. Is dit voor jouw leerlingen te eenvoudig en heb je meer tijd? Vraag dan om de droogtijd op een schaal van 1 tot 10 te waarderen. Of om hier een formule voor op te stellen, bijv. voor de dikte van de verf ten opzichte van de droogtijd. Zo breid je het vraagstuk uit tot een vakoverstijgend project of profielwerkstuk.

In de praktijk

Als je er de tijd en de gelegenheid voor hebt, leent een dergelijk vraagstuk zich ook goed om bij een verffabriek op bezoek te gaan of een schilder uit te nodigen om te vertellen over verfsoorten. Reken maar dat de leerlingen dan geïnteresseerd zijn. Door het stellen van vragen te koppelen aan eenvoudige opdrachten, wordt het een stuk laagdrempeliger om ‘iets met een bedrijf’ in de klas te doen en leerlingen zo te laten ervaren waar zij later graag een bijdrage willen leveren. Martha heeft hier al meer dan 10 jaar mee en vanuit ‘Bedrijf in de klas’ en ze helpt je graag met deze vragen.

Wat is jouw ervaring met de koppeling tussen het bedrijfsleven en onderwijs? Of heb je een vraag aan Martha? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

4 REACTIES

  1. Mooi artikel, Martha. Vanzelfsprekend ben ik al langer bekend met jouw initiatief. Waarom aarzelen zoveel docenten dan nog? Men is bang dat ‘het’ weer iets extra’s is in de toch al overvolle agenda. Je kunt echter ook tijd besparen door met bedrijven samen te werken. Een geluidstechnicus bijvoorbeeld neemt je klas in twee uur mee door alle stof uit de onderbouw nask, het hoofdstuk uit het boek kan als naslag worden beschouwd en je hebt enkele weken gewonnen! En wedden dat de stof ook nog eens veel beter beklijft? Een ander mooi voorbeeld is dat van PA-Consultants, waarbij leerlingen ‘iets nuttigs’ programmeren. Kijk hier maar eens (en doe volgend jaar mee): https://www.paconsulting.com/events/raspberry-pi-nederland/

    • Eugene, je raakt hier met het programmeren nog een ander belangrijk punt – want programmeren gebeurt op basisscholen steeds meer, maar op middelbare scholen zit het niet in het programma. Nergens. Niet bij natuurkunde (sterker nog – optica is uit het programma waardoor je niet de link daar met optische sensoren kunt leggen!), niet bij wiskunde, scheikunde, Nederlands… alleen bij O&O of bij techniek als je toevallig een docent hebt met interesse in robotica doen we hier iets mee. Dit terwijl in de wereld om ons heen iedere dag weer een nieuw iets wordt gelanceerd, allemaal mogelijk gemaakt door te programmeren. Google home, zelfrijdende auto’s, banken waarbij krediet verstrekking automatisch wordt beoordeeld, gemeentes die aanvragen voor ondersteuning door computers laten beoordelen, boerderijen waar de oogst door sensoren, drones en AI in de gaten wordt gehouden etc.

      Dus wie pakt dit op? hoe krijgen we dit in het programma?

      Hier maak ik mijn vraagstukken voor, waarbij docenten en leerlingen zien hoe alles bij elkaar hoort. Maar dan hebben we wel ruimte in het programma nodig. Niet alleen ‘fysiek’, maar qua gevoel voor docenten. En veel goede voorbeelden. Misschien toch een keer in de methodes iets aan doen? ?

  2. Dat pakken wij op, Martha, zoals je van ons gewend bent. Heb onlangs nog bij slo aangegeven dat curricula altijd 5 á 10 jaar achter de maatschappelijke realiteit aan lopen (is onvermijdelijk), maar dat educatieve uitgevers hier hun eigen verantwoordelijkheid in moeten nemen. Wees dus niet bang: ‘het’ komt goed (met Nova)!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here