Sommige ouderen in Brabant zijn bang dat hun dialect verdwijnt. Volgens sociolinguïst Kristel Doreleijers hoeven ze daar niet bang voor te zijn. Jongeren spreken namelijk een eigen variant: het Superbrabants. Daarover schreef zij een boek.
Vragen vooraf
- Wat zijn volgens jou kenmerken van het Brabants?
- Welke andere Nederlandse dialecten ken je?
Beluister het audiofragment
Voer in een zoekmachine deze zoekterm in: Kristel Doreleijers over haar boek Superbrabants. Ga naar de website van NPO Radio 1 en beluister daar het fragment.
Vragen bij het audiofragment
- Kristel Doreleijers zegt van zichzelf dat ze regionaal gekleurd Nederlands spreekt. Wat is dat precies en spreek jij dat ook, denk je?
- Doreleijers onderzocht voor haar proefschrift het lidwoord in het Brabants. Wat ontdekte ze?
- Wat is het verschil tussen een dialect en een hyperdialect?
- Wanneer is een dialect zoals het Brabants een volwaardige taal, volgens Doreleijers? Ben je het met haar eens?
- Wat is de rol van sociale media bij het ontstaan van hyperdialecten, zoals het Superbrabants?
- Wat denk jij? Verloedert de taal door hyperdialecten of liggen er kansen?
Aan de slag
Optie 1
Kristel Doreleijers zegt in het fragment dat taal iets kan hebben waardoor je je erin thuis voelt. In welke taal voel jij je thuis? Wat zijn de meest fijne woorden om te horen? Welke zinnen geven je troost? Welke belangrijke mensen om je heen spreken deze taal? In hoeverre wijkt deze taal af van het (standaard) Nederlands?
Schrijf hierover een korte, persoonlijke column (300 – 500 woorden). Gebruik in je tekst veel (grappige) voorbeelden uit je eigen leven.
Optie 2
Maak een infographic op een A3-vel over de taal(variant) die jouw identiteit het meest bepaalt. Op de infographic staan:
- een zelfbedachte naam voor jouw taal(variant) (zoals ‘Superbrabants’);
- minimaal vier kenmerken of eigenaardigheden van jouw taal (vergelijkbaar met ‘houdoe’ uit de video) met voorbeelden en uitleg;
- een top vijf van mooiste woorden uit jouw taal (met betekenis);
- twee situaties: één waarin je jouw taal goed kunt gebruiken en één waarin dat niet zo gepast is. Leg ook uit waarom;
- als het kan: twee stukjes tekst die geschreven zijn in jouw taal (songtekst, gedicht, krantenartikel enz.) met een korte uitleg erbij;
- passende afbeeldingen.
Antwoorden bekijken
Om de antwoorden te kunnen zien, moet je zijn ingelogd. Heb je nog geen account? Meld je dan nu aan! Het is GRATIS.

