Staat van de Leraar 2016: slecht gesteld met professionalisering docenten

0

Het is niet al te best gesteld met de professionalisering van leraren, terwijl de leerbereidheid onder leraren juist ontzettend groot is. Dit blijkt uit de Staat van de Leraar 2016. Het rapport werd in april gepubliceerd en overhandigd aan beleidsmakers van het Ministerie van OCW. In dit artikel lees je de belangrijkste bevindingen.

De Staat van de Leraar 2016 is gefaciliteerd door de Onderwijscoöperatie en samengesteld door vijf docenten: Andrea Brouwer (po), Rijan van Geene (so), Coby de Vries (po), Loreen Filemon (mbo) en René Kneyber (vo). Zij komen tot bovengenoemde conclusies op basis van een literatuurstudie en een enquête die is ingevuld door ruim 750 Nederlandse collega’s. Wilt u het gehele rapport lezen? Download de Staat van de Leraar 2016 en de bijbehorende infographic dan via de website van Onderwijscoöperatie.

Vormen van professionalisering
De professionalisering van leraren kan plaatsvinden in informele zin (natuurlijk en spontaan), non-formele zin (semigestructureerde sessies) en in formele zin (gestructureerd inhoudelijk programma). Uit de enquête blijkt dat leraren in 2015 de volgende professionaliseringsactiviteiten deden:

  • Lezen van vakliteratuur/onderzoek 73%
  • Cursus 53%
  • Workshops 51%
  • Conferentie/seminar 40%
  • In-company training 36%
  • Lezing 30%
  • Opleiding 22%
  • Learning on the job 17%
  • E-learning 13%
  • Coaching 12%
  • Anders 10%
  • Onderwijsdebat 8%
  • Professionele leergemeenschap/leerKRACHT 8%
  • LerarenOntwikkelFonds 2%

Een groot deel van de respondenten (79%) vindt dat de ondernomen activiteiten een redelijke of grote bijdrage leveren aan hun professionele ontwikkeling. Een iets kleiner aantal (75%) vindt dat deze activiteiten ook bijdragen aan de ontwikkelingen van hun vaardigheden als leraar. Opvallend is dat maar weinig leraren (17%) informeel leren erkennen als professionaliseringsactiviteit. Daarnaast ontbreekt het vaak aan non-formeel leren. Zo is slechts 8 procent betrokken bij een professionele leergemeenschap. Dat is zorgelijk, omdat goede professionalisering vraagt om de aanwezigheid van informeel, non-formeel en formeel leren.

Leerbereidheid
De leerbereidheid – in het rapport omgeschreven als ‘een psychologische staat die een wens om te leren en te experimenteren behelst, en om iets te zien of te doen dat eerder nog niet gezien of gedaan is’ – onder Nederlandse leraren is ontzettend groot: 93 procent van de respondenten vindt dit belangrijk of zeer belangrijk. Op de vraag binnen welke gebieden zij zich graag willen professionaliseren, zijn de volgende thema’s genoemd:

  • Vakinhoudelijke verdieping 64%
  • Persoonlijke ontwikkeling 46%
  • Didactische vaardigheden 43%
  • ICT-vaardigheden 39%
  • Pedagogische vaardigheden 28%
  • Opbrengstgericht werken 23%
  • Projectmatig werken 22%
  • Klassenmanagement 18%
  • Anders 12%
  • Geen 1%

In eigen tijd                                                                                                              
Een van de zorgelijke bevindingen uit de enquête is dat de professionalisering van leraren los lijkt te staan van de dagelijkse gang van zaken en de visie van de school. Ruim 62 procent van de door leraren ondernomen professionaliseringactiviteiten vinden namelijk niet plaats onder werktijd. Tijdgebrek en weinig tot geen budget wordt door respectievelijk 69 procent en 19 procent genoemd als belemmering.

…en op eigen initiatief
Ook geeft slechts de helft van de respondenten aan dat professionaliseringsmiddelen worden vrijgemaakt naar aanleiding van de visie en ambitie van school en slechts 32 procent geeft aan dat middelen worden vrijgemaakt naar aanleiding van actuele ontwikkelingen in het onderwijs. Ook dit is volgens de auteurs zorgwekkend, omdat professionalisering een stuk effectiever is wanneer het samenhangt met beleid.

Weinig tot geen aansluiting                                                                                          
Voor slechts de helft van de respondenten is het individuele ontwikkelpad voor de school een criterium om middelen vrij te maken; 16 procent weet niet eens op basis van welke criteria middelen worden vrijgemaakt. Ook dit is een punt van zorg omdat het voor effectieve professionalisering van belang is dat de doelen, inhoud en opzet van de activiteit samenhangen met de opvattingen, kennis en doelen van de betrokken docent. Ook weet een aanzienlijk deel van de respondenten (44%) niet hoeveel professionaliseringsbudget ze tot hun beschikking hebben.

…en weinig loopbaanperspectief
De professionaliseringsactiviteiten die docenten ondernemen leveren doorgaans weinig loopbaanperspectief op. Voor slechts 10 procent van de respondenten resulteert de professionalisering in nieuwe functies en/of werkzaamheden binnen het team. Voor 62 procent van de respondenten uit het vo dragen de activiteiten niet bij aan de loopbaanmogelijkheden binnen de school. Veel docenten ergeren zich dan ook aan de manier waarop functies binnen de school worden toegewezen, hoe prioriteiten elders worden gelegd en aan de ondoorzichtige manier waarop (hogere) salarissen worden toegekend.

Aanbevelingen
                                                                                                         De auteurs schrijven dat er in de praktijk nog veel structurele en culturele beperkingen en belemmeringen zijn, waardoor er niet ten volle kan worden geprofiteerd van de intenties en leerbereidheid van leraren. Daardoor schiet het verbeter- en innovatievermogen van het onderwijs tekort. Het is volgens hen dan ook nodig om te investeren in culturen en structuren die effectieve professionalisering bevorderen. Hiertoe doen zij een aantal aanbevelingen voor besturen, schoolleiders en leraren. Deze kun je lezen op pagina 9 en 10 van het rapport.

Herken je je in de bevindingen uit het rapport? Werk je vooral in je eigen tijd aan jouw professionalisering? Wat is jouw mening?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here