Emotiespel: leer jezelf spelen

0

Jezelf kunnen zijn is een belangrijk en bijzonder gevoel voor kinderen. Maar wat betekent dat eigenlijk, jezelf zijn? En wat kunnen wij daar, als leeromgeving, aan bijdragen? Onder meer door inzet van dramalessen ontwikkel je deze belangrijke vaardigheid bij kinderen. Je leest er meer over in dit artikel.

Dit artikel is afkomstig uit het Praxisbulletin van maart 2016 en is oorspronkelijk geschreven door Chantal Trigallez. Praxisbulletin is een praktisch, onafhankelijk vakblad voor basis- en speciaal onderwijs. Er verschijnen tien nummers per jaar, waarvan één themaboek. Elke maand delen we een speciaal geselecteerd artikel uit een eerder verschenen nummer! Meer weten? Kijk op www.praxisbulletin.nl.

Als kinderen emoties spelen, is het vervolgens een veilige stap naar ‘emoties tonen’. Ze spelen op dat moment iemand anders: een personage. Het gaat nog niet over hen persoonlijk. Door het spelen van rollen ontdekken kinderen wat ze zelf voelen en waar ze uitdrukking aan willen geven. Als ze dit een aantal keer als een personage hebben gedaan, is de stap naar het tonen van wat ze zelf voelen veel kleiner. Ze hebben er tenslotte al mee geoefend. Daarnaast oefenen ze, door het spelen van rollen, hoe iemand anders denkt en voelt.

Gevoelens leren uiten

Spellessen (drama) zijn een onmisbaar onderdeel als het gaat om leren. Het ontwikkelt inlevingsvermogen en het vermogen je te kunnen uiten: kwaliteiten die nodig zijn om je goed met jezelf en anderen te kunnen verbinden, om harmonieuze verbintenissen aan te kunnen gaan.

Daarnaast vinden kinderen het spelen van emoties erg leuk om te doen. Een jongetje dat regelmatig thuis of op school woedeaanvallen had, zei: ‘Omdat ik hier mag spelen dat ik heel erg boos ben, raak ik die boze kracht kwijt, waardoor ik op school en thuis bijna geen woedeaanvallen meer heb.’

Emotiespel: groter en kleiner

  • Ga met de groep in een grote kring staan. Laat de kinderen een emotie noemen, bijvoorbeeld ‘boos’.
  • Vraag de kinderen dan een neutraal en willekeurig zinnetje te bedenken waarbij je boos kunt spelen. Bijvoorbeeld: ‘Wat doe jij met die kikker?’
  • Leg de kinderen uit dat ze de emotie (in dit voorbeeld ‘boos’) van klein naar groot gaan spelen. En weer terug. Het eerste kind draait zich naar het kind rechts (of links) van zich en zegt de zin ‘Wat doe jij met die kikker?’ een heel klein beetje boos. Het kind dat de boodschap ontvangen heeft, draait zich nu naar het kind rechts van zich. Zij/hij zegt dezelfde zin, maar iets bozer.
  • Moedig bij het volgende kind steeds aan: ‘Het mag nog bozer’. Het laatste kind, aan het eind van de kring, mag volledig woedend zijn, en de zin ‘Wat doe jij met die kikker?’ stampvoetend uitschreeuwen.
  • Na een korte rustpauze begint het laatste kind als eerste. Zij/hij zegt dezelfde zin, maar nu nog maar een heel klein beetje boos. De kring wordt weer opgebouwd in boosheid en het kind dat begon als het minst boos, eindigt nu als het meest boos.

Meer lezen? Download nu het complete artikel uit Praxisbulletin

Hoe help jij kinderen om hun emoties te uiten? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here