Kinderen lopen online, op sociale media of in videogames, het risico op ongewenst contact, schadelijke beelden en verslavende algoritmes. Om te werken aan een veilige en gezonde online wereld voor kinderen presenteerde het kabinet op 5 oktober 2026 een actualisering van de strategie voor online kinderrechten. Ook scholen krijgen te maken met de adviezen en maatregelen voor een veilige online omgeving.
De strategiebrief werkt uit hoe het kabinet de online veiligheid van kinderen wil versterken. Staatssecretaris Willemijn Aerdts licht in de brief toe waarom dat nodig is: ‘Offline, thuis, op school of ergens anders vinden we dat de normaalste zaak van de wereld. Maar online, op sociale media of in videogames, blijkt dat grenzen vervagen voor wat wel en niet acceptabel is en raken kinderen uit zicht van ouders.’
Wat staat er in de strategie voor online kinderrechten?
De strategie is een samenwerking van meerdere ministeries en richt zich op drie principes:
- het beschermen van kinderen;
- het verantwoordelijk houden van aanbieders van digitale diensten voor de online veiligheid van kinderen die hun diensten gebruiken;
- het digitaal weerbaar maken van kinderen en hun omgeving.
Een deel van de actiepunten die hieruit voortkomen ligt in handen van de overheid. Een Europese minimumleeftijd voor sociale media en regels rond kidfluencing kunnen scholen en ouders niet zelf vaststellen. Bij andere maatregelen kunnen scholen en ouders juist wél verschil maken.
Zo wil het kabinet opvoeders en professionals meer kennis, informatie en praktische tips geven om eventuele kennisachterstanden en handelingsverlegenheid tegen te gaan. Ook wordt er ingezet op onderwijs. De nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid sluiten hierbij aan, maar er wordt ook gekeken naar een veilige digitale omgeving op school. Het kabinet wil de afspraken over mobiele telefoons op school aanscherpen richting ‘thuis of in de kluis’.
Tot slot draait het plan om samenwerking. Het kabinet wil de samenwerking tussen ministeries en met maatschappelijke organisaties in binnen- en buitenland versterken. Ook kinderen, jongeren en ouders moeten vaker en eerder meepraten. Hun ervaringen helpen om beleid beter te laten aansluiten op wat kinderen online meemaken. Dat gebeurt onder meer via de bestaande Jongerenraad Digitalisering, in samenwerking met UNICEF, en een landelijke kinderrechtenscan die wordt ontwikkeld.
Wat betekent de strategie voor scholen?
Voor scholen verandert er nu nog niets. De uitwerking van de aangescherpte telefoonafspraak volgt nog. Het kabinet onderzoekt hoe die per 1 januari 2027 kan ingaan, met ruimte voor noodzakelijk maatwerk. Wel raakt de strategie aan onderwerpen die al spelen, zoals telefoongebruik, digitale geletterdheid en online veiligheid. De eerste stap is vooral: blijf met collega’s, leerlingen en ouders in gesprek over wat kinderen online meemaken en welke afspraken daarbij passen. Onderstaande gespreksstarters kunnen je daarbij helpen.
In gesprek over online veiligheid: vragen voor collega’s, leerlingen en ouders
De strategie bevat maatregelen voor de overheid en aanbieders, maar raakt ook aan keuzes die op school en thuis spelen. Wat betekenen de voorstellen voor jullie afspraken over telefoons en online veiligheid? En hoe kunnen leerlingen en ouders daarin meepraten? De volgende vragen helpen om dat gesprek te voeren.
De vragen zijn verdeeld over drie situaties: gesprekken met collega’s, gesprekken met leerlingen en gesprekken met ouders. Gebruik de vragen om tijdens een studiedag, vergadering, les of ouderbijeenkomst een open gesprek te voeren over online veiligheid.
In gesprek met collega’s
- De nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid zijn onderweg.
Wat moeten leerlingen volgens ons op school leren om veilig en bewust om te gaan met sociale media, games, AI en andere digitale diensten? - Het kabinet wil het advies over mobiele telefoons op school aanscherpen.
Wat lost een schoolbrede afspraak als ‘Thuis of in de Kluis’ op, en welke online problemen blijven daarmee bestaan? - Samenwerking en participatie zijn belangrijke punten in de strategiebrief.
Op welke manieren kunnen we leerlingen zelf laten meedenken over regels rond telefoons, sociale media en online veiligheid op school?
In gesprek met je groep
- Wanneer vind jij een app, game of sociale media veilig genoeg voor kinderen om te gebruiken?
- Over welke regels rond sociale media, games, AI, privacy of telefoongebruik zouden kinderen zelf mogen meebeslissen?
- Wie moet er volgens jou voor zorgen dat kinderen online veilig zijn: jijzelf, je ouders, school, de overheid of de bedrijven achter apps en games?
In gesprek met ouders
- Op welke punten zouden afspraken over telefoongebruik en online veiligheid thuis en op school beter op elkaar moeten aansluiten?
- Welke verantwoordelijkheid ligt volgens u bij ouders, school, overheid en platforms als het gaat om de online veiligheid van kinderen?
- Als ouders en kinderen mogen meepraten over nieuw beleid voor online kinderrechten, welke zorg of welk advies zou u dan willen meegeven?

