NMC Horizon 2015: de belangrijkste ontwikkelingen in onderwijstechnologie

0


Eind vorige maand publiceerde het New Media Consortium (NMC) haar jaarlijkse ‘NMC Horizon Report: 2015 K-12 Edition’. Daarin staan de belangrijkste trends, uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van onderwijstechnologie. Omdat het rapport nogal bondig is, bespreken we de resultaten op Onderwijs van Morgen in drie blogs. In dit artikel de belangrijkste ontwikkelingen voor de komende vijf jaar.

Adoptieperiode: een jaar of minder

Bring Your Own Device (BYOD)
De term BYOD is inmiddels redelijk bekend: het staat voor Bring Your Own Device, wat betekent dat leerlingen hun eigen laptop, tablet en/of smartphone meenemen naar school. Deze ontwikkeling reflecteert de realiteit. Steeds meer leerlingen nemen namelijk hun eigen device mee om te werken en leren via het netwerk van de school. Een van de voordelen is dat scholen die een BYOD-beleid hanteren minder geld hoeven uit te geven aan technologie. Maar deze ontwikkeling is met name van belang omdat het een weerspiegeling is van een moderne levensstijl en de huidige manier van werken en leren.

De cloud
‘Cloud computing’ stelt de gebruiker in staat om middels een on-demand dienst digitale data op te slaan via het internet. Die gegevens worden elders opgeslagen in een cloud, die je als gebruikers overal en vanaf ieder device kunt raadplegen. Lesmateriaal heb je zo dus altijd bij de hand. Bijna iedere onderwijsinstelling maakt er, in meer of mindere mate, inmiddels gebruik van. Bij de scholen die dat niet doen, is het vaak nog een kwestie van beleidsvorming. Scholen gebruiken de cloud niet alleen omdat het efficiënt is. Ook implementeren scholen cloud computing om de samenwerking, de productiviteit en de mobiliteit van het leerproces te stimuleren.

Makerspace
De drijvende kracht achter Makerspaces is de Maker Movement: een beweging bestaande uit techneuten, kunstenaars, bouwers, knutselaars, uitvinders en een ieder die een passie heeft voor het maken van dingen. Deze beweging is een reactie op een actueel vraagstuk binnen het onderwijs: Welke vaardigheden hebben onze leerlingen nodig om goed te kunnen functioneren in een snel veranderende wereld? Leerlingen moeten divergent leren denken en weten hoe je vervolgens iets ontwerpt én maakt. Dat kan in een Makerspace, waar het experimenteren met en ontwerpen van nieuwe dingen centraal staat.


Adoptieperiode: twee tot drie jaar

3D printen
3D-printen, in industriële kringen bekend als rapid prototyping, is een technologie waarbij je fysieke objecten kunt printen op basis van driedimensionale digitale content. Die bestanden kun je maken met speciale programma’s, waaronder CAT- en CAD-software. Een 3D-printer ‘bouwt’ een tastbaar prototype door één laag per keer te printen. Waarmee? Dat kan van alles zijn. Sowieso een flexibel materiaal, meestal een kunststof. Al wordt er ook gebruik gemaakt van vloeibaar hechtmiddel dat op een dun laagje fixeerpoeder wordt gespoten. Ook hier zijn de ontwikkelingen in volle gang. Het 3D-printen sluit nauw aan bij de hiervoor genoemde Makerspaces.

Adaptief leren
Volgens een rapport van de Bill and Melinda Gates Foundation is adaptief leren ‘een verfijnde, datagedreven en in sommige gevallen niet-lineaire benadering van instructie en ondersteuning, die zich aanpast aan en anticipeert op de interacties en eerdere prestaties van de leerling.’ Deze leermiddelen kunnen zich aanpassen aan de vooruitgang van de leerling en real-time oefeningen bieden die hij op dat moment nodig heeft. Volgens het rapport zien docenten adaptieve software als een aanwinst, waarmee leerlingen op grote schaal kunnen worden voorzien van instructie op maat.

Informatievisualisatie
Infographics zijn de ideale manier om snel en gemakkelijk complexe informatie duidelijk te maken. Een goed ontworpen infographic geeft duidelijk én eenvoudig informatie die in een tekst niet (goed) tot zijn recht komt. Denk aan belangrijke cijfers in een bondige rapportage. Of een weergave van het ondergrondse metrostelsel. Daarnaast ligt de kracht van de infographic in haar aantrekkingskracht op het publiek: via sociale media gaan goede infographics gemakkelijk viral, waardoor interessante informatie toegankelijker wordt. Niet alleen in de eigen vriendenkring, maar globaal. In het onderwijs kunnen infographics van meerwaarde zijn bij de ontwikkeling van vaardigheden met betrekking tot data-analyse, design thinking en onderzoekend leren. Om nog maar te zwijgen over de technische en cognitieve vaardigheden die een leerling opdoet wanneer hij zelf een infographic maakt, met behulp van creatieve software.

Data en learning analytics
Learning analytics maakt gebruik van leerlinggegevens om het onderwijs te verbeteren op verschillende niveaus. Bijvoorbeeld op pedagogisch vlak – wat werkt en wat niet? – of om na te gaan in welke mate een project om leerlinguitval tegen te gaan succesvol is. Momenteel wordt veel gebruik gemaakt van learning analytics om inzicht te krijgen in de manier waarop studenten interactie hebben met digitale teksten of digitaal lesmateriaal. Op basis van die inzichten kan materiaal worden gemaakt dat nog beter aansluit bij de wensen en behoeften van leerlingen.

Adoptieperiode: vier tot vijf jaar

Badges als microkrediet
Badges zijn een goede manier om het informele (veelal digitale) leren te belonen en/of te certificeren. Het zijn makkelijk in te bouwen prikkels die motiverend werken. De opkomst van gamification – het implementeren van spelelementen in het onderwijs – zorgt voor een toename van het gebruik van badges in het onderwijs. Je ziet het bijvoorbeeld terug bij de Khan Academy, waarbij je badges verdient door video’s te bekijken over specifieke onderwerpen. Internetprovider Mozilla lanceerde onlangs het Open Badge Initiative (OBI): een toepassing waarmee gebruikers hun verdiende badges, en daarmee hun prestaties, gemakkelijk kunnen publiceren op en delen via het internet.

Drones
Drones zijn onbemande vliegtuigjes die autonoom worden bestuurd, door computers of piloten, met  een afstandsbediening. Ze werden begin jaren negentig ontwikkeld voor militaire opleidingen en acties, maar worden tegenwoordig steeds vaker gebruikt voor andere doeleinden. Bijvoorbeeld ter ondersteuning van politiesurveillance of om te fotograferen en films mee te maken. Met behulp van technologische snufjes – zoals biologische-, chemische- of elektromagnetische sensoren en de infraroodcamera – zijn ook gedetailleerde observaties mogelijk. Bijvoorbeeld om (real-time) veranderingen in de omgeving te detecteren.

Visuele data-analyse
Visuele data-analyse combineert zeer geavanceerde algoritmes met geavanceerde grafische programma’s om patronen en structuren visueel in kaart te brengen. Het analyseren van deze visualisaties helpt ons complexe onderwerpen begrijpen. Met het oog op onderwijs wordt visuele data-analyse steeds vaker ingezet om complexe onderwerpen zoals de verspreiding van kennis in kaart te brengen en om leerprocessen inzichtelijk te maken.

Wearables
Wearables zijn technologische apparaten die kunnen worden gedragen door de gebruikers. Denk aan accessoires als sieraden, (zonne-)brillen en rugzakken. Het voordeel van draagbare technologie zit in de gemakkelijke integratie met tools die zaken als slaap, beweging en locatie tracken. Daardoor zijn ze moeiteloos te integreren met het dagelijks leven van de gebruiker. Zo worden smart-horloges, zoals de Apple Watch, gemeengoed. Met zo’n horloge is het niet alleen mogelijk om verschillende lichamelijke activiteiten en processen te tracken (quantified self). Ook kun je ermee e-mailen en andere kleine productieve taken uitvoeren.

Welke ontwikkeling is volgens u van groot belang voor het Nederlandse onderwijs? Waarom? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here