Home » Minder grammatica, beter spreken? De taalles onder de loep 

Minder grammatica, beter spreken? De taalles onder de loep 

Frans, Duitse, Engelse en Spaanse vlag

Onderzoek laat zien dat leerlingen beter leren spreken wanneer communicatie centraal staat, niet grammatica. Maar voor veel docenten is juist die grammatica een belangrijk houvast in de lespraktijk. Hoe werk je met die spanning in het vreemdetalenonderwijs?

Wie een willekeurige lesmethode voor moderne vreemde talen openslaat, ziet vaak dezelfde opbouw terug: woordjes leren, grammaticale regels uitleggen en invuloefeningen maken. Toch laat recent onderzoek zien dat leerlingen een vreemde taal juist beter leren spreken wanneer de nadruk ligt op communicatie en interactie, en minder op expliciete grammatica-instructie. Dat blijkt uit een overzicht van de Kennisrotonde.

De conclusie schuurt met de dagelijkse praktijk in veel lessen Frans, Duits en Engels. Want hoe bereid je leerlingen voor op toetsen en examens als grammatica minder centraal staat? En wat vraagt dat van docenten?

Wat zegt het onderzoek?

Volgens het onderzoek van de Kennisrotonde leren leerlingen in de onderbouw vloeiender, gevarieerder en creatiever spreken wanneer zij veel betekenisvolle input en interactie krijgen in de doeltaal, zonder voortdurende expliciete grammatica-instructie. Dat staat haaks op de gangbare lespraktijk. Onderzoek laat zien dat grammatica daarin vaak een groot deel van de lestijd inneemt. Veel docenten zien grammatica bovendien als noodzakelijk voor taalverwerving en examenvoorbereiding.

Toch wijzen meerdere studies in een andere richting. Onderzoekers maken onderscheid tussen communicatief taalonderwijs mét expliciete grammatica en een sterkere communicatieve aanpak waarin leerlingen de taal vooral leren door haar te gebruiken. Juist die laatste aanpak blijkt effectief voor spreekvaardigheid.

Leerlingen voelen zich daarbij minder geremd door regels en fouten en durven vrijer te spreken. Studies met communicatieve methodes zoals AIM laten zien dat leerlingen vloeiender spreken, meer woorden gebruiken en creatiever omgaan met taal dan leerlingen die traditioneel grammaticaonderwijs krijgen. Opvallend is dat deze aanpak niet ten koste lijkt te gaan van grammaticale ontwikkeling. 

‘Veel leerlingen zeggen: “Ik heb een 8 voor Frans, maar ik kan geen woord spreken.” Dat zegt natuurlijk veel.’

— Dorien Hodselmans, methodeontwikkelaar Frans en Duits bij Malmberg

Waarom blijft grammatica toch zo dominant?

Als onderzoek zulke positieve effecten laat zien, waarom blijft expliciete grammatica dan zo’n grote rol spelen in het talenonderwijs? Een belangrijke reden is de manier van toetsen in de onderbouw. Veel toetsen richten zich nog sterk op kennis van woorden, zinnen en grammatica. Spreek- en schrijfvaardigheid beoordelen kost docenten bovendien veel meer tijd. Daardoor voelen grammaticale oefeningen voor veel docenten concreter en beter toetsbaar. Daarnaast zijn veel docenten zelf opgeleid binnen een traditionele grammaticale aanpak. Communicatief onderwijs voelt daardoor soms minder controleerbaar.

Onderzoekers zien die spanning ook terug in de praktijk. Docenten die overstapten naar een implicietere aanpak gaven aan dat lessen in eerste instantie ‘chaotischer’ voelden. Ze misten het vaste raamwerk van uitleg en oefeningen. Leerlingen merkten dat gemis opvallend genoeg nauwelijks op.

Grammatica is meer ondersteunend geworden

Die bevindingen zijn volgens Dorien Hodzelmans, methodeontwikkelaar Frans en Duits bij Malmberg, herkenbaar in de onderwijspraktijk. Zij ziet dat grammatica binnen het moderne vreemdetalenonderwijs steeds minder leidend wordt.

‘Vroeger draaide taalonderwijs veel meer om grammatica en woordjes leren,’ zegt ze. ‘Nu ligt de nadruk veel meer op begrijpen van bronmateriaal, communicatie en interactie. Grammatica wordt meer ondersteunend in plaats van leidend.’

Dat betekent volgens haar niet dat grammatica onbelangrijk is geworden. ‘Naarmate leerlingen verder komen in de taal, wordt grammatica natuurlijk belangrijker. Maar in het begin gaat het er vooral om: kun je je boodschap overbrengen? Ben je verstaanbaar?’

Binnen de methode Bravoure probeert Malmberg spreken en interactie nadrukkelijker centraal te zetten. Tegelijkertijd merkt Hodzelmans dat de praktijk weerbarstig is. ‘Veel docenten willen nog steeds meer grammatica in de methode dan wij er eigenlijk in zouden willen zetten. Een spreekvaardigheidsles voelt sneller rommelig: leerlingen praten door elkaar, en je vraagt je af of iedereen wel meedoet.’

Een andere rol voor de docent

Sterk communicatief taalonderwijs vraagt ook iets anders van de docentrol. Minder focus op correctheid, meer op betekenisvolle communicatie. Volgens Hodzelmans vraagt dat om ‘een andere mindset en een andere manier van lesgeven’. Ze merkt dat een grote groep docenten nog traditioneel is opgeleid en daardoor soms moeten wennen aan een communicatieve aanpak.

Ook het gebruik van de doeltaal in de les blijft volgens haar spannend. ‘Er is een tijd een soort hype geweest rond “doeltaal is voertaal”, waarbij gedacht werd dat er alleen maar doeltaal in de les gebruikt mocht worden. In Frans of Duits is dat niet haalbaar. Maar korte zinnen in de doeltaal gebruiken kan zeker wel.’

Binnen Bravoure is daarom geprobeerd spreken zichtbaarder in de methode te verwerken. ‘We hebben veel spreekopdrachten toegevoegd: spelvormen, korte gesprekjes, opdrachten met dobbelstenen. Eigenlijk begint iedere les met spreken.’

Leerlingen moeten fouten durven maken

Volgens Hodzelmans draait goed taalonderwijs uiteindelijk niet alleen om correctheid, maar ook om durven communiceren. ‘Veel leerlingen zeggen: “Ik heb een 8 voor Frans, maar ik kan geen woord spreken.” Dat zegt natuurlijk veel.’

Juist daarom vindt zij het belangrijk dat leerlingen fouten mogen maken. ‘Als je steeds wordt afgerekend op grammaticale fouten, durf je minder snel te spreken. Terwijl spreken juist vraagt om plezier en vertrouwen.’ Ze vergelijkt het met hoe jonge kinderen een taal leren. ‘Je doet het voor, leerlingen horen de taal steeds opnieuw, en langzaam gaan ze die zinnen zelf gebruiken. Op die manier komt de basisgrammatica er uiteindelijk ook in.’

Laatste onderwijsnieuws

Een stapel dumbbells als teken voor de Manosfeer die ook zichtbaar is in de klas

Manosfeer in de klas

In hoeverre worden docenten geconfronteerd met de manosfeer en vrouwonvriendelijke opmerkingen in de klas?

Bekijk
Ijsblokjes smelten in de zon

8 tips voor een hittegolf in de klas

Van coole bandana’s tot fris fruit en ijsblokjes: met deze 8 tips houd de kinderen én jezelf fris tijdens warme dagen in de klas.

Bekijk

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.