Er zijn verschillende manieren om naar kinderen te luisteren, maar niet iedere manier is even effectief. Hoe zorg je ervoor dat het kind zich echt gehoord voelt?
Als het gaat om luisteren en communiceren spreken we vaak in termen van zender en ontvanger. In dit artikel is de leerkracht in de eerste plaats ontvanger. Welke houding past daar het best bij? Wat kun je zeggen zodat kinderen werkelijk het gevoel krijgen dat je naar hen luistert? Om de boodschap van het kind beter te begrijpen treedt de leerkracht vervolgens op als zender.
Houding
Warmte, respect en belangstelling
Gesprekken tussen kinderen en leerkrachten kunnen soms moeizaam verlopen. Daar kunnen meerdere oorzaken voor zijn. Wat veel voorkomt is dat de leerkracht het kind niet als een volwaardige gesprekspartner ziet. Maar de juiste luisterhouding behelst juist respect voor het kind en bescheidenheid van de volwassene. In een goed gesprek zijn warmte, respect en belangstelling erg belangrijk.
Luisteren is meer dan horen
Aandachtig luisteren vraagt meer dan een open oor. Het vergt ook concentratie en focus, zodat je kunt begrijpen wat het kind zegt. Bovendien is actieve participatie van belang: bewust meedenken of meevoelen met het kind. Tenslotte moet de leerkracht zichzelf de discipline opleggen om het kind niet te onderbreken en om geen oordeel te vellen over wat het kind zegt. Dat alles samen is actief luisteren: je hoort en begrijpt wat het kind zegt en wat het bedoelt, en dat laat je duidelijk zien in je gedrag.
‘Communiceren met kinderen vraagt juist om speelsheid en het loslaten van vaste patronen. Ga bijvoorbeeld samen tekenen of doe samen een klusje in de klas.’
Laat vaste patronen los
Een gesprek kan ook moeizaam verlopen als de leerkracht niet aansluit bij de vaardigheid van het kind in gesprekken voeren. Wanneer een gesprek bijvoorbeeld spanning oproept, zal het kind wellicht de neiging hebben om te bewegen en zo de spanning te laten wegvloeien. Communiceren met kinderen vraagt juist om speelsheid en het loslaten van vaste patronen. Ga bijvoorbeeld samen tekenen of doe samen een klusje in de klas. Praten terwijl je iets doet, heeft vaak een positief effect op het verloop van een (lastig) gesprek. Zonder die statische houding waarin kind en leerkracht tegenover elkaar zitten, voelt het kind zich wellicht meer op zijn gemak. Het kind hoeft dan niet direct oogcontact te maken, en dat kan bevrijdend zijn.
Reageer zo objectief mogelijk
Laat je niet door je emoties leiden. Als je geëmotioneerd bent, sluit je je vaak af voor de boodschap. Ook het kind kan zich anders gaan gedragen of zelfs helemaal dichtklappen als jouw lichaamstaal aangeeft dat je af keurt wat het kind vertelt.
Informeer met vragen
De vraagtypen uit het kader zijn zeer effectief.
Toonvragen
De leerkracht weet het antwoord, maar is niet zeker of het kind het antwoord ook weet. De leerkracht vraagt de kennis te tonen.
- ‘Laat eens zien welke oefening je zo lastig vond bij spelling.’
- ‘Hoe heb je deze breuk aangepakt? Bij welk voorbeeld in het boek passen de stappen die je hebt gevolgd?’
Doorvragen
Herhaal één woord uit de zin van het kind op een vragende toon. Zo stimuleer je het kind op het onderwerp door te gaan.
- ‘Bang?’
- ‘Saai?’
Antwoord herhalen
Herhaal het antwoord van het kind als het belangrijk is, of als het antwoord niet helemaal duidelijk voor je is.
- ‘Mirre begon als eerste met schoppen?’
- ‘Je bent je schrift verloren, terwijl je het gisteren mee naar huis hebt genomen?’
Antwoord samenvatten
Geef de kern van de boodschap weer door het antwoord samen te vatten. Gebruik dezelfde woorden als het kind.
- ‘Je hebt je huiswerk voor morgen misschien niet helemaal af, omdat je straks na school naar je opa gaat omdat hij jarig is.’
- ‘Je wilt niet in het groepje met Jelle zitten, omdat hij je in de pauze plaagt.’
Samenvattend vragen
Met samenvattend vragen laat je zien dat je aandachtig luistert. Daarnaast toets je of je de boodschap goed hebt begrepen. Bij kinderen vanaf tien jaar kun je zo aandacht vestigen op een aantal belangrijke punten en orde scheppen in een verwarrend verhaal.
- ‘Heb ik goed begrepen dat je thuis geen rekenmachine hebt en dus de rekenopdrachten niet kunt maken?’
- ‘Zeg je dat je je moeilijk kunt concentreren, omdat je gisteren nog laat naar een voetbalwedstrijd hebt gekeken?’
Luister tussen de regels door
Luister niet alleen naar wat er wordt gezegd, maar probeer te achterhalen wat het kind precies bedoelt. Dit kun je doen door te beginnen met:
- ‘Je bedoelt …?’
- ‘Je voelt je …?’
- ‘Je vindt het …?’
- ‘Je probeert mij duidelijk te maken dat …?’
- ‘Je zou het liefste willen …?’
- ‘Je hebt het gevoel dat …?’
Wees je bewust van de non-verbale boodschappen en emoties die het kind uitzendt als het antwoordt.
Doorbreek de muur
Ondanks alle voorgaande tips kan het gesprek nog steeds stroef verlopen. Het kind vertelt niet veel, terwijl je in de gaten hebt dat er van alles in het kind omgaat. Gebruik deur-openzetters en -openhouders om de geslotenheid van het kind te doorbreken.
Deur-openzetters
- Zou je mij daar wat meer over kunnen vertellen?
- Wat gebeurde er toen?
- Vertel eens, ik luister.
- Wat vond je daarvan?
Deur-openhouders
- Zo!
- Tjonge jonge.
- Hmmm …
- Nee toch?!
- Ik hoor wat je zegt.
Ga vandaag nog aan de slag!
Stel iedere week een luistervaardigheid uit dit artikel centraal. Evalueer aan het eind kort hoe het nieuwe patroon je is bevallen. Een week later neem je een andere vaardigheid. Op deze manier oefen je gefocust op een betere luisterhouding. Laat je eens observeren door je onderwijsassistent of door een collega-leerkracht. Dit kan confronterend zijn, maar wel leerzaam. Het verhoogt de kwaliteit van hoe je luistert naar de kinderen.
José Kuijsters werkt als orthopedagoog bij Pedagogisch Buro Compane. Zij begeleidt kinderen en leerkrachten in het basisonderwijs. Daarnaast publiceert zij artikelen, ontwikkelt zij cursussen voor leerkrachten en is zij als docent verbonden aan diverse (post)HBO- en HBO- Masteropleidingen.
Dit artikel is eerder verschenen in Praxisbulletin.

