Leerlinggedrag verbeteren: Hapklare brokken

0

In de serie ‘Leerlinggedrag verbeteren’ geven we tips om het gedrag van leerlingen in de klas te verbeteren. Want als hun gedrag verbetert, verbeteren hun prestaties ook.  Het thema van het zesde artikel in deze serie is ‘hapklare brokken’. De tips zijn afkomstig uit het boek ‘Leerlingen zijn net mensen’.

De tips in deze serie zijn afkomstig uit het boek Leerlingen zijn net mensen. Het boek is geschreven door Annette Breaux en Todd Whitaker en verscheen bij Uitgeverij Bazalt. Van dezelfde auteurs verscheen van het boek tevens een gelijknamige po-versie. Bezoek de website van Uitgeverij Bazalt voor meer informatie.

Als je een taak moet uitvoeren, bereik je meestal meer als je stap voor stap aan de slag gaat. Kijk je alleen naar het einddoel, dan is het werk vaak niet te overzien. Maar als je de opdracht in stukjes deelt, lijkt hij gemakkelijker uit te voeren. Stel, je moet een feest organiseren voor een jarige vriend. Als je alleen kijkt naar de enorme verantwoordelijkheid die op jouw toch al overbelaste schouders rust, raak je gestrest en zie je door de bomen het bos niet meer. Door de spanning zal er maar weinig uit je handen komen. Maar als je je realiseert dat je nog een maand hebt om het feest te organiseren en een lijstje maakt van wat je per dag moet doen, zal je zien dat het prima te doen is. En dat je het nog leuk vindt ook. Vol vertrouwen ga je aan de slag.

Hoe maak je een puzzel van vijfhonderd stukjes? Met één stukje tegelijk. Hoe lees je een boek? Bladzijde voor bladzijde. Hoe eet je een enorme bananensplit? Hapje voor hapje. Hoe geef je je leerlingen het gevoel dat ze goede resultaten kunnen behalen? Door alle lesstof in kleine, hapklare brokken aan te bieden.

Aan de slag in je klas

Een voorbeeld: Brugklasleerlingen moeten een project doen waarin ze over zichzelf vertellen. Ze moeten verhaaltjes schrijven, foto’s en voorwerpen erbij zoeken en alles in een door jou opgegeven format gieten. Omdat het om een flink project gaat, krijgen ze er een volle maand de tijd voor.

Docent A geeft haar leerlingen op maandagochtend een groot pak informatie. Ze legt uit dat de leerlingen een maand de tijd hebben voor het project ‘Dit ben ik’, en geeft in één keer alle informatie over het project. Eerst zijn de leerlingen nog nieuwsgierig. Maar na een toelichting van vier bladzijden verliezen ze hun belangstelling. Sommige leerlingen kijken elkaar aan alsof ze willen zeggen:

“Wat? Moet ik dat allemaal doen? Echt niet!” Aan het eind van de lange uitleg hebben de leerlingen zoveel informatie over zich heen gekregen dat ze niet meer weten waar ze moeten beginnen. Dit werkt erg demotiverend. Bovendien heeft deze docent geen voorbeeld getoond van hoe het eindresultaat eruit kan zien. Als de brugklassers vragen mogen stellen, ontstaat er een vervelende sfeer. De docent raakt zichtbaar gefrustreerd, net als haar leerlingen. Voor hen is er maar één lichtpuntje, en dat is dat ze er een maand over mogen doen. De meesten zullen natuurlijk pas in de laatste week of zelfs de avond voor de deadline aan de slag gaan. Het resultaat: boze ouders, boze leerlingen, een docent die teleurgesteld is omdat het project niet af is, slechte cijfers… Nou ja, vul de rest zelf maar in.

Docent B begroet haar leerlingen op maandagmorgen als volgt: “We gaan een project doen en ik weet zeker dat jullie dat heel leuk zullen vinden.” Ze heeft Michael uitgenodigd, een tweedeklasser die het lokaal in komt met een prachtige, kleurrijke poster, getiteld ‘Dit ben ik’. Michael vertelt de klas over het project waar hij een jaar geleden aan heeft gewerkt. Hij vertelt over zichzelf, zijn familie, zijn hobby’s en komt met een grappige anekdote over een uitstapje naar een pretpark. Als hij klaar is, zijn de brugklassers nieuwsgierig naar wat komen gaat. De docent deelt aan iedereen een instructievel uit van één pagina lang. Ze bedankt Michael hartelijk en legt uit dat de leerlingen onder haar begeleiding aan dit project gaan werken, stap voor stap.

Niemand klaagt. Integendeel, iedereen is enthousiast. Gedurende het project krijgen de leerlingen een aantal keuzes voorgeschoteld. Elke deelopdracht kan op verschillende manieren worden uitgevoerd, passend bij de persoonlijke werkstijl van de leerlingen. Zo heeft de docent in elke fase rekening gehouden met verschillen tussen de leerlingen en keuzemogelijkheden ingebouwd. In de opzet van docent A viel er niets te kiezen. Na een maand hebben alle leerlingen van docent B het project afgerond en een voldoende gehaald. Sommigen hopen dat ze hun project aan de klas van volgend jaar mogen presenteren, net als Michael.

De kern van de zaak

Lesgeven in hapklare brokken zorgt ervoor dat de lesstof overzichtelijker wordt voor de leerlingen. Voor een ongetraind iemand is het gemakkelijker om een blokje om te lopen dan om een paar kilometer te rennen. En als een blokje om nog te lang is, dan loopt hij eerst tot de hoek van de straat. Als hij met heel korte afstanden begint, zal hij uiteindelijk de finish halen. Hij wint misschien geen medaille, maar haalt wel de eindstreep. Zo werkt het ook met leerlingen.

Eerder verschenen in deze serie:
(1) Geven en ontvangen
(2) Negeren is vooruitzien
(3) De afleidingsmanoeuvre
(4) Wie zit waar?
(5) Ga na de les voor succes

Deel jij opdrachten en lesstof ook weleens op in hapklare brokken? Of heb je nog een interessante aanvulling op deze tip? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER