Leer programmeren met de micro:bit

0

‘Huh? Wat is een micro:bit?’ is misschien je eerste gedachte bij het lezen van de titel. Deze veelzijdige, slimme minicomputer verovert in rap tempo digitaal terrein op heel wat basisscholen. Verken de mogelijkheden van de micro:bit en leer kinderen binnen twee lessen zelfstandig en creatief programmeren.

Dit artikel is afkomstig uit het Praxisbulletin van april 2019 en is geschreven door Pauline Maas en Tessa van Zadelhoff. Praxisbulletin is een praktisch, onafhankelijk vakblad voor basis- en speciaal onderwijs en verschijnt 10 keer per jaar. Elke maand delen we een speciaal geselecteerd artikel uit de nieuwste editie! Meer weten? Kijk op Praxisbulletin.nl.

De micro:bit is een minicomputer (zo groot als een bankpasje) met 25 ledlampjes en diverse sensoren. Hij is speciaal ontwikkeld voor kinderen vanaf ongeveer 9 jaar en is afgestemd op het leren programmeren (compu-tational thinking). Je koopt de micro:bit voor minder dan twintig euro en het apparaatje heeft veel mogelijkhe-den. Door materialen te verbinden met de sensoren en andere onderdelen, creëer je elektronische projecten waar de kinderen creatief mee aan de slag kunnen. De gratis software die je erbij gebruikt, vind je via Make Code. Met deze visuele programmeertaal kun je op een eenvoudige manier programma’s schrijven voor de micro:bit.

Programmeren maar!

In twee lessen voor de bovenbouw leren de kinderen de basis van het programmeren van de micro:bit met zijn in- en output. Ze downloaden programmeercode op de micro:bit en onderzoeken wat je ermee kunt maken. Ze leren dat een ledlampje een plus en een min heeft en hoe je krokodillenbekkabels aansluit. In de tweede les staat samenwerken centraal: ze moeten naar elkaar luisteren en hun ontwerp aanpassen aan het groepsproces. De kinderen leren creatief denken, problemen oplossen en presenteren.

Les 1: Quickstart-kaarten

Kijk met de klas het introfilmpje Wat is de micro:bit? via YouTube. Deel de micro:bits uit en laat de kinderen naar de knoppen kijken. Waar moet de batterij in? En waar koppel je de kabel naar de computer aan?

Deel de (uitgeprinte) Quickstart-kaarten uit. De kinderen gaan naar Make Code en kiezen dan voor de micro:bit. Maak opdracht 1 gezamenlijk. De kinderen leren hun naam en een getal op de micro:bit te zetten en maken dat zichtbaar met 25 ledlampjes. Zo creëren ze een persoonlijke led-naambadge. Als ze de code hebben geprogrammeerd op de computer en in de preview hebben gekeken of hij goed is, dan kan de code op de micro:bit worden gezet. De kinderen kunnen nu zelfstandig verder met de kaarten.

Les 2: Creatief met de micro:bit

De kinderen weten na de eerste les hoe ze een eenvoudige code kunnen programmeren en ze kunnen de code vervolgens naar de micro:bit downloaden. In deze vervolgles bedenken de kinderen in kleine groepjes zelf een project voor de micro:bit. Ze gebruiken hiervoor de Quickstart-kaarten als basis en het ontwerpcanvas, dat je kunt downloaden op praxisbulletin.nl. Dit werkblad geeft structuur bij open ontwerpvragen.

De kinderen doorlopen de stappen en maken eerst een prototype van karton, papier of plastic. Bereid ze voor op een echte uitdaging. Ze moeten aan de slag met computational thinking, creatief denken, beslissingen ne-men, testen, debuggen (een softwareprobleem oplossen) en blijven doorzetten. Voorbeelden van projecten die de kinderen kunnen maken zijn een politieauto met licht en geluid, een gamecontroller, een magische tover-stok, een lichtgevende eenhoorn of een leeslampje dat automatisch aangaat als het donker wordt. Meer weten? Lees hier het complete artikel.

Hoe geef jij in je lessen vorm aan computational thinking en programmeren? Laat een reactie achter via onder-staand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here