Home » Hoe ondersteun je sterke rekenaars in de klas?

Hoe ondersteun je sterke rekenaars in de klas?

Een sterke rekenaar werkt aan een extra opdracht

Sterke rekenaars hebben behoefte aan meer dan extra sommen. Wat kun je deze kinderen bieden en hoe ondersteun je hen daarbij – ook als je zelf geen wiskundeknobbel hebt? Ontwikkelaar van rekenmaterialen, Anneke van Gool, legt uit.

‘Sterke rekenaars begrijpen snel en diepgaand de rekenstof, dit is dus anders dan bij een snelle rekenaar’, begint methodeontwikkelaar Anneke van Gool haar verhaal. ‘Ze hebben meer nodig dan het pluswerk dat je in de standaardmethode vindt. Dat materiaal is vooral bedoeld voor snelle rekenaars. Snelle rekenaars kunnen heel goed doen wat jij hebt voorgedaan. Maar zodra je daar iets anders aan vraagt, wordt het vaak ingewikkeld; dat kunnen ze niet zelf bedenken. Voor deze leerlingen bieden de extra opdrachten bij de methode al voldoende uitdaging. Zij hebben daarom geen extra verrijking nodig, wel extra oefenstof van hetzelfde niveau.’

‘Maar sterke rekenaars, die rekenbegaafd zijn, kunnen bij verveling enorm gaan onderpresteren of rare fouten maken. Het is daarom belangrijk om deze kinderen voldoende uit te dagen.’ En niet alleen daarom. ‘Ook om ze vaardigheden te laten ontwikkelen waarin ze hun reken-wiskundetalent optimaal tot bloei kunnen laten komen, om ze gemotiveerd te houden en om ongewenst gedrag of onderpresteren te voorkomen.’

Verrijking

In de reguliere reken-wiskundemethodes vind je bijvoorbeeld denkvragen die je tijdens de les in kunt zetten. Ook is er een compactingroute door de methode heen, waarbij kinderen grotere stappen kunnen zetten en alleen de noodzakelijke oefeningen maken. ‘Veel opdrachten kunnen ze dus overslaan. Om deze rekenbegaafde leerlingen zich verder te laten ontwikkelen, kun je in de tijd die er voor ze overblijft verrijkende lesstof aanbieden – zoals de methode RekenXL van Malmberg. Dit zijn uitdagende opdrachten waarbij het kind grotere denkstappen moet (leren) zetten dan ze tegenkomen in de reguliere methode.’

Kortom: je zult tijd moeten maken voor deze sterke rekenaars, volgens Van Gool. ‘Kinderen die een compactingroute volgen, hebben ruimte voor een verrijkingsopdracht, bijvoorbeeld een project uit RekenXL. Maak samen met de kinderen een duidelijke planning. Zorg ook dat het doel van de extra opdracht duidelijk is: wat gaat het kind leren en wat wordt er verwacht aan het einde van deze weekopdracht? Spreek af op welke momenten de sterke rekenaars bij jou terecht kunnen met hun vragen. Dat kan bijvoorbeeld een vast moment aan de instructietafel zijn. De kinderen leren zo ook omgaan met uitgestelde aandacht.’

‘Je kunt er ook voor kiezen om groepjes te maken van twee á drie leerlingen die met elkaar aan een extra opdracht werken. Zo kunnen ze samen overleggen en elkaar om hulp vragen. Tot slot kun je ervoor kiezen om een speciale plusklas in te richten waarbij sterke rekenaars uit verschillende groepen op een vast moment in de week bij elkaar genomen worden. Dat moet je dan wel schoolbreed organiseren; dat vereist daarom meer voorbereiding.’

Terugblikken

Na afloop van zo’n project is het belangrijk om samen met de kinderen terug te kijken. ‘Kijk daarbij niet alleen naar de resultaten, maar bespreek ook hoe het proces is verlopen. Achterhaal welke leerstrategieën en -vaardigheden de leerling heeft ingezet. Wat ging goed, wat kan er een volgende keer beter? Elk RekenXL project sluit af met een evaluatieformulier waarmee je samen met het kind kunt terugkijken op het project en afspraken voor een volgend project kunt maken. Ook is er in elk project een suggestie te vinden voor de wijze waarop je hun activiteit kunt delen met hun klasgenoten; bijvoorbeeld in een korte presentatie.’

‘Ook als er gewerkt wordt in een plusklas is het belangrijk dat je als “eigen” leerkracht belangstelling toont en begeleiding biedt bij verdere verwerking in de eigen groep. Bied ruimte om de sterke rekenaars regelmatig verslag te laten doen van wat ze hebben ontdekt bij hun verrijkingsprojecten. Dit om te voorkomen dat ze buiten de groep vallen.’

Leerdoelen en vaardigheden van sterke rekenaars

Aangezien deze lesstof buiten de kerndoelen valt: wat is dan belangrijk dat deze leerlingen kunnen bij het maken van deze verrijkende opdrachten? ‘De leerlingen moeten in de eerste plaats kunnen vertellen hoe ze aan een bepaald antwoord zijn gekomen – dat is het belangrijkste’, aldus de methodeontwikkelaar. ‘Ze moeten kunnen reflecteren op hun eigen en andermans rekenwijze. In de handleiding van RekenXL staan tips die je hiervoor kunt gebruiken. Sterke rekenaars hebben ook zeker een “leerkracht” nodig bij het “leren leren”, omdat ze dit niet (voldoende) leren bij de reguliere – voor hen te makkelijke – lesstof.’

‘Ook zij zullen leerkuilen moeten ervaren, waarbij ze vaardigheden ontwikkelen zoals doorzetten als het moeilijk is, hulp durven vragen, een fout zien als een kans om te leren, concentratie opbrengen, overzichtelijk werken en het benutten van leerstrategieën. Anders bestaat de kans dat ze dit pas tijdens hun middelbare school gaan ervaren en hier problemen mee krijgen.’

‘Vergelijk het wiskunde geven aan deze leerlingen met kinderen eten geven. Je geeft ze ook weleens iets dat je zelf niet lekker vindt, maar wat voor hen het beste is om te groeien.’

— Anneke van Gool, methodeontwikkelaar

Geen ster in wiskunde

Als je zelf geen ster bent in wiskunde, kan het spannend zijn om deze extra lesstof aan te bieden. ‘Maar je taak hierin is slechts coachen en begeleiden. De leerlingen moeten jóu kunnen uitleggen hoe ze aan het antwoord gekomen zijn. Je hoeft het dus als leerkracht niet zelf te kunnen verzinnen, maar wel te kunnen volgen. Dat volgen van de uitleg is op zich goed haalbaar met een pabo-opleiding, maar we snappen dat veel leerkrachten er toch tegenaan hikken.’ Wees niet bang, de extra opdrachten voor sterke rekenaars gaan over zoveel meer dan de moeilijke inhoud.

‘De wiskunde die aan de orde komt, valt qua wiskundige inhoud eigenlijk altijd buiten de kerndoelen voor rekenen en wiskunde, maar is een middel om andere basisvaardigheden aan te leren. Bedenk wat belangrijk is voor deze leerlingen om te leren. Vaak gaat het om het ontwikkelen van algemenere leerstrategieën; leren leren dus. Verwoorden hoe je hebt gewerkt zodat een ander je gedachten kan volgen, leren wat je kunt doen als je iets fout hebt gedaan, doorzetten als je eigenlijk geen zin hebt, je tijd efficiënt gebruiken en een planning maken zijn voorbeelden hiervan. Vergelijk het wiskunde geven aan deze leerlingen met kinderen eten geven. Je geeft ze ook weleens iets dat je zelf niet lekker vindt, maar wat voor hen het beste is om te groeien.’

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door de makers van RekenXL.

Laatste onderwijsnieuws

Uitsnede uit het printblad Creatief met taalkaartjes

Taalkaartjes

Deze snelle, speelse taalopdrachten zorgen ervoor dat kinderen met plezier, fantasie en gevoel met taal bezig zijn.

Bekijk

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.