De tipped classroom: Het nieuwe lesgeven?

2

Een deel flipped en een deel traditionele les; dat is de tipped classroom. Het beste van twee werelden, waarbij de balans tussen het leren met behulp van adaptief lesmateriaal en klassikaal lesgeven centraal staat. Maar: Hoe ziet die ideale balans eruit? En welke verschillende rollen vervult de docent daarbij?

Adaptieve leermiddelen kunnen bijdragen aan het leerrendement van leerlingen. Waar we voorheen de voorkeur gaven aan traditioneel en frontaal lesgeven, maakte het onderwijs de afgelopen jaren een slag naar een in toenemende mate digitale en soms zelfs virtuele manier van lesgeven, zoals bij flipping the classroom, waarbij de instructie veelvuldig digitaal wordt meegegeven als huiswerk en de opdrachten die voorheen tot het huiswerk behoorden tijdens de les worden gemaakt. Steeds vaker gaan docenten voor een middenweg: het zogeheten tipped-classroom-concept, waarbij de balans tussen het zelfstandig leren met behulp van adaptieve leertechnologie (flipped) en het klassikaal lesgeven (traditioneel) centraal staan.

Tipped classroom in de praktijk

Pas je het tipped-model toe? Dan zou je de instructie kunnen opgeven als huiswerk, net zoals je zou doen als je de les zou flippen. Ook de doeleinden komen overeen: leerlingen voorbereiden op de les en de voorkennis van leerlingen vergroten. Vervolgens kun je aan het begin van de les gebruikmaken van het instructie dashboard om jezelf én de leerlingen te helpen opstarten. Op basis van de gegevens in het dashboard kun je beslissen welke onderwerpen extra aandacht vereisen en ook geeft het inzicht in het gemiddelde startniveau van de klas. Op basis van die informatie bepaal je – eventueel gezamenlijk – de focus van de les, waarna je teruggrijpt op het traditionele model. Je toetst bijvoorbeeld klassikaal de opgedane kennis met een virtuele toets, waarbij je in real-time de resultaten kunt volgen. Op deze manier dragen adaptieve leermiddelen bij aan het klassikale onderwijs, de leerervaring én het leerrendement.

De ideale balans

Adaptieve leermiddelen kunnen het werk van de docent op verschillende manieren ondersteunen. Zo stemt een adaptief leermiddel vervolgopdrachten automatisch af op het niveau en het leertempo van de leerling en ook krijgt de leerling automatisch toegespitste feedback op zijn prestaties. Als docent kun je hierdoor de instructie, de begeleiding en de feedback tijdens de les nog beter afstemmen op de behoeftes van leerlingen – je krijgt immers een rapportage waarin zelfs de meest recente activiteiten zijn opgenomen.

De rol van de docent

Toch zal enkel het aanbieden van lesmateriaal in een adaptieve leeromgeving niet leiden tot gewenste resultaten. Juist de mate en de wijze waarop de docent ondersteuning biedt maakt het verschil – dat is én blijft de doorslaggevende factor. Wel is het zo dat de rol van de docent verandert naarmate er vaker en intensiever wordt gewerkt met adaptief lesmateriaal. We zetten een aantal verschillende rollen die je dan als docent zou kunnen vervullen op een rijtje:

  • Leermanager: als leermanager navigeer je leerlingen door het adaptieve systeem en help je hen zo bij het maken van hun opdrachten. Ook zie je er als leermanager op toe dat taken daadwerkelijk worden uitgevoerd en ondersteun je leerlingen daar moeite mee hebben.
  • Remediator: Als remediator zal je moeten ingrijpen en moeten bijsturen wanneer leerlingen de beoogde leerdoelen die het adaptief leermiddel stelt om welke reden dan ook niet behalen.
  • Verrijker: je treedt op als verrijker wanneer je verrijkende stof aanbiedt de die adaptieve inhoud van het lesmateriaal versterkt. Zo help je leerlingen om de beheerste basisinformatie en –vaardigheden om te zetten naar kennis en kunde in real life – oftewel hun eigen belevingswereld.
  • Mentor: In een met grotendeels door technologie gefaciliteerde leeromgeving speel je als mentor een cruciale rol als verlengstuk naar de echte wereld. Als mentor organiseer je activiteiten die leerlingen helpen in hun latere carrière als werknemers, werkgevers en leidinggevenden. Kortom: de handvatten om het in de praktijk te maken.
  • Content creator: Als content creator ken je de sterkte en de zwakke punten van leerlingen en weet je precies op welk niveau en in welk tempo ze leren. Met die kennis versterk je de inhoud van adaptieve systemen en draag je bij aan de optimalisatie van het adaptieve lesmateriaal.

Verder lezen?

Wil je meer te weten komen over adaptief lesmateriaal of over de balans tussen klassikaal en flipped lesgeven? Lees dan verder in een van deze eerder op OVM verschenen artikelen:

Wat is volgens jou de ideale balans tussen adaptieve en klassikale instructie? En werk je al met adaptief lesmateriaal? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

2 REACTIES

  1. Ik werk zelf op een IPad school en kies voor een mélange aan didactische Werkvormen & ICT. Een adaptief systeem zou ondersteunen bij het bijhouden van de groei zowel voor docent als leerling. Mijn terugkerende vraag luidt: wat heeft deze klas of leerling nodig? Ik betrap mezelf op telkens aanpassen aan de (werk)sfeer. Wat bij de ene klas heeft gewerkt, kan ik niet cope pasten naar de andere klas. Ookal zijn ze van hetzelfde niveau. Het blijft een uitdaging om in klassen met 30 beweeglijke jongeren de balans te vinden tussen loslaten en begeleiden. De uitdaging zit in de combinatie van grootte van de groep, de inrichting van de ruimte en de pedagogische kaders (wat mag wel/niet). Ik vind het zeker interessant om nu les te geven, er gebeurt zoveel.

  2. Ik vind dit een erg informatief stuk en verrijkend voor hen in onze sector. Ik vraag me echter af of het huidige onderwijs voor docenten hierop ingespeeld is. Toen ik begon als stagiair op een basisschool in Amsterdam Oud-Zuid, merkte ik dat ik met te weinig bagage op pad gestuurd was. Sindsdien is er weinig veranderd. Hoe zien collega’s dat?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here