Als kind reisde aardrijkskundedocent Emine Acikgoz de wereld rond via encyclopedieën. Nu helpt ze haar leerlingen op het MAVO Schravenlant XL in Schiedam diezelfde wereld te begrijpen én hun eindexamen te halen. Ook via het Examenspreekuur bereidt ze hen voor. Wat zijn de grootste struikelblokken en wat helpt juist vooruit? ‘Ik zeg altijd: we doen het samen!’
Dit is je negende jaar als docent aardrijkskunde. Hoe bereid jij je dit jaar voor op de eindexamens en examenspreekuren?
‘Ik heb dit jaar geen examenklas, maar voor het examenspreekuur bereid ik me samen met een collega voor (links op de foto, red.). Dit wordt mijn zevende keer. De eerste keer had ik nog geen PowerPoint en werkte ik vooral vraaggestuurd op een whiteboard. Inmiddels zijn we uitgegroeid naar een presentatie van 130 dia’s. Elk jaar voegen we onderwerpen toe.’
130 dia’s, dat zijn er ontzettend veel! Waar leg je dit jaar extra nadruk op?
‘Vanuit de NOS krijgen we de opdracht om vooraf duidelijk te maken welke onderwerpen dit jaar belangrijk zijn en welke onderwerpen in voorgaande jaren zijn behandeld. We geven leerlingen ook het advies om Examenspreekuren van eerdere jaren terug te kijken.’
‘Tijdens het Examenspreekuur proberen we ons vooral te richten op onderwerpen die minder vaak zijn uitgelegd. Tegelijk zie je dat sommige thema’s, zoals klimaat, gewoon vaker terugkomen dan bijvoorbeeld polders, en dus meer aandacht nodig hebben.’
‘Inmiddels zijn we uitgegroeid naar een presentatie van 130 dia’s.’
Welke onderdelen binnen aardrijkskunde vinden leerlingen dit jaar het lastigst?
‘Klimaat is altijd lastig. Er zijn negen klimaten volgens de methode en leerlingen moeten grafieken lezen, weten wat er groeit en waar het voorkomt. Nederland heeft één klimaat, Spanje meerdere en de VS nog meer. Dat is zoveel informatie dat ze er soms echt van in de stress schieten.’
Waar zie je leerlingen vaak vastlopen?
‘Vooral bij mijn mavo 3-klassen zie ik dat ze vastlopen in het lezen en formuleren. Ze lezen de vraag regelmatig niet goed. Dan vraag ik bijvoorbeeld naar een economische dimensie en dan krijg ik een antwoord dat daar niet over gaat. Ik zeg dan: Lees de vraag nog eens goed. Neem een markeerstift mee en onderstreep de belangrijkste woorden.’
Welke onderdelen vind je zelf het leukst om te geven?
‘Ik vind bevolkingsvraagstukken in de vierde klas heel leuk, zoals bevolkingsgroei en krimp in Nederland. Dan leg ik de drempelwaarde uit: hoeveel klanten heb je nodig en waar komen die vandaan? Ik teken dat rondom de school en leerlingen reageren verrast.
Ook de koppeling met geschiedenis werkt goed, bijvoorbeeld bij Duitsland en de muur. Leerlingen herkennen die stof en dat maakt het makkelijker.
Verder gebruik ik het hoofdstuk over China en de eenkindpolitiek om breder uit te leggen wat er in de wereld gebeurt. Dat is niet direct nodig voor het examen, maar wel belangrijk voor hun wereldbeeld en burgerschap.’
Zijn er thema’s die dit jaar extra aandacht krijgen?
‘Wat ik weet van vorig jaar is dat sommige begrippen die vorig jaar nieuw waren – zoals het Nationaal Deltaprogramma en landdegradatie – niet terugkwamen op het examen. Doordat deze nieuwe begrippen toen niet werden bevraagd, is het nu voor docenten lastig om te voorspellen wat daarover gevraagd gaat worden.
Je kunt niet volledig sturen op wat je kunt verwachten. Met de huidige thema’s – Weer en klimaat, Bevolking en ruimte, Water – komen veel vragen ieder jaar terug, alleen net in een andere vorm. Daarnaast gaan we richting een nieuw examenprogramma, dus dat maakt het extra onzeker.’
‘Ik sluit alle lessen altijd af met examenvragen, soms één, soms tien. We bespreken ze stap voor stap. Zo werken leerlingen aan hun zelfvertrouwen.’
Hoe bereiden jullie je als team voor op de examenperiode?
‘We organiseren examentrainingen na het laatste schoolexamen. Leerlingen schrijven zich per thema in. Je merkt verschil: sommige leerlingen denken “dit is mijn laatste kans”, terwijl anderen er zitten omdat het moet. Ik deel mijn PowerPoint van het examenspreekuur ook met collega’s en leerlingen. Daar staat alles in: van examenstof tot tips.’
En hoe neem je de leerlingen mee in de aanloop naar het examen?
‘Ik vind het een prachtige periode! Het voelt alsof ik zelf examen doe. Ik zeg altijd: we doen het samen. Ik sluit alle lessen altijd af met examenvragen, soms één, soms tien. We bespreken ze stap voor stap. Zo werken leerlingen aan hun zelfvertrouwen.
Tegelijk probeer ik te waken voor te veel uitweiden. Bij maatschappijleer – wat ik ook geef – ga ik wel helemaal los.’
Wat is volgens jou onmisbaar in de laatste weken?
‘Leerlingen hebben vooral energie en moed nodig. Sommige leerlingen horen vaak dat ze het niet gaan halen. Dan zeg ik: als je hier staat, is daar een reden voor. Ga ervoor en geef niet op! Later kijk je hier anders op terug. Dan besef je wat je allemaal kon en hoe bijzonder deze tijd was.’
Tot slot, welke tip geef je collega‘s mee?
‘Blijf leerlingen steunen en heb vertrouwen in ze. Maak er ook een mooie tijd van. Het is de laatste keer dat ze de school binnenlopen, zorg voor een fijne afsluiting!’
Meer praktische handvatten, achtergrondinformatie en interviews over de eindexamens vind je op de themapagina.

