Zorgt het digibord voor betere leerprestaties?

9

digiVolgens de Vier in Balans Monitor 2011 hebben scholen de afgelopen jaren in een opvallend hoog tempo het krijtbord vervangen door het digitale schoolbord. In het voortgezet onderwijs beschikt inmiddels 98% van de scholen over één of meer digitale schoolborden. Gemiddeld hangt in één op de zes leslokalen een digibord. Hoe kan het dan dat het massale gebruik van het digibord nog niet aantoonbaar heeft gezorgd voor betere leerprestaties?

Wanneer je kijkt naar de mogelijkheden van het digibord, dan verbazen bovenstaande cijfers en percentages niet. Het digibord is één van de weinige ICT-apparaten die speciaal voor het onderwijs is ontwikkeld. Het bord biedt daardoor allerlei mogelijkheden waar je in de klas daadwerkelijk iets aan hebt.

De potentie van het digibord
– Schoolmanagers zijn enthousiast over het digibord, omdat ze hopen dat het ICT-gebruik in de les hierdoor vanzelfsprekender wordt. Bovendien verwachten zij betere samenwerking en afstemming tussen docenten binnen vaksecties.
– Veel docenten zijn enthousiast vanwege de vele mogelijkheden om hun lessen te verrijken met multimediale toepassingen. Je haalt met één druk op de knop filmpjes, animaties, internationale websites en actuele berichten het klaslokaal in. Het bord biedt daarnaast tal van mogelijkheden om interactiviteit in de les te brengen. Je kunt een klassikale brainstorm vastleggen in een mindmap en deze later aanbieden als raamwerk bij het leren. Met stemkastjes kun je snel en eenvoudig de kennis  van leerlingen toetsen, zodat je weet aan welke onderwerpen en concepten je extra aandacht moet besteden. Bovendien kun je de houding van leerlingen in de les actiever maken door ze te vragen naar het bord te komen en dingen te verslepen en te categoriseren. Ook kan een digibord tijd besparen bij het voorbereiden van lessen; als een les eenmaal is ontwikkeld, kun je deze elk jaar met minimale aanpassingen hergebruiken. U kunt uw eigen digibord-ervaringen achterlaten op deze website.
– En last but not least: leerlingen zijn enthousiast. Zij vinden de lessen aantrekkelijk vanwege het gebruik van  multimediale  bronnen. Hierdoor voelen meer leerlingen zich aangesproken; de multimediale uitleg sluit aan bij verschillende leerstijlen van leerlingen. Ook de interactiviteit maakt de les leuker, gewoon omdat je als leerling iets mag doen.

Het digibord en de leerprestaties
Op basis van de vele mogelijkheden van het digibord, is het niet verbazingwekkend dat de invoering van digiborden in vogelvlucht gaat. Wat wel opmerkelijk is, is dat het digibord nog niet aantoonbaar voor betere leerprestaties heeft gezorgd. Veel onderzoek, voornamelijk uit Engeland en Australië, toont zonder twijfel een verhoogd enthousiasme aan bij zowel docenten als leerlingen. Vooralsnog kan alleen niet aangetoond worden dat hierdoor ook de leerprestaties positief veranderen. Dat is opvallend, want in een klaslokaal met zoveel enthousiasme, zou ik verwachten dat je op zijn minst een minimale verbetering zou zien. Ik vraag me af: wat maakt dat dergelijke resultaten uitblijven? Is het misschien nog te vroeg om leerprestaties te meten? Of wordt de potentie van het digibord in de les onvoldoende benut? In dat laatste geval: wat is daar de oorzaak van? Vraagt de ontwikkeling van kwalitatief goede digibord-lessen meer tijd van docenten dan zij hebben? En ligt hier dan een rol voor uitgevers om docenten daar beter in te ondersteunen? Misschien dat u hier wel een idee over heeft.

Daphne Verrest – uitgever bèta vo

9 REACTIES

  1. De vraag is natuurlijk of het digibord in al die klassen wel optimaal ingezet wordt. Ik heb in het middelbaar onderwijs gemerkt dat het vooral een ontzettend verbeterde versie is van de overhead projector.
    gebruik op andere, meer vernieuwende wijze vraagt compleet anders lesgeven van docenten – en volgens mij is alleen maar in een vreselijk duur apparaat geinvesteerd, en niet in het bijscholen van docenten om anders les te gaan geven en zo de nieuwe mogelijkheden uit te buiten. Zolang iedere docent zelf maar moet verzinnen hoe ze het maximale uit dat bord halen, blijft het vaak bij ontdekken hoe wat ze toch al deden met dit nieuwe bord ook kan, en is het al heel vernieuwend als je ontdekt dat je tekst ‘onzichtbaar’ op het bord kan hebben en dan kan laten verschijnen door het bord op de juiste plaats aan te raken. Dan is er dus aan gemak voor docenten gewerkt, maar niet aan betere lessen.
    Goed geschoten en het verkeerde geraakt. Persoonlijk denk ik dat voor mijn vak (wiskunde) ik liever een overhead projector en drie muren whiteboards zou hebben, dan een smartboard. Want als iedereen op een whiteboard kan schrijven, dat prikkelt mij echt om die leerlingen eens anders te laten werken…
    Is er eigenlijk wel ongesponsord bewijs dat zo’n smartboard zichzelf terugverdient in leerlingprestaties?

  2. Zomaar een overigens fantastisch hulpmiddel in een klaslokaal ophangen levert uiteraard geen verbetering van de leerresultaten op.
    Onderwijs is en blijft gelukkig een kwestie van mensenwerk.
    Als de docent die met dit hulpmiddel moet werken, niet getraind is in hoe dit hulpmiddel didactisch zo goed mogelijk in te zetten, zullen de resultaten niet noemenswaardig verbeteren.
    Uit eigen ervaring weet ik dat een regelmatige ( in aanvang individuele) scholing door een didactisch geschoold trainer tot gevolg heeft dat de docent de onderwijskundige mogelijkheden van een digibord leert gebruiken. Pas dan zal ( zo heeft onderzoek uitgewezen) een verbetering van de leerresultaten optreden.
    Het zou dan ook van groot belang zijn dat schoolbesturen beseffen dat de meerwaarde van een digibord slechts bereikt wordt wanneer zij de docenten in staat stelt zich te bekwamen in de didactiek van het digibord.

    Kortom: het is de docent die het verschil maakt, en niet het hulpmiddel.

    Aad Lindeman (smartboardcoach bij de Laurentius Stichting in Delft)

  3. Wat zou eigenlijk de meerwaarde van een digibord nog zijn als een schooldirectie alle docenten uitrust met een eigen tablet en in ieder lokaal een beamer ophangt?
    Die tablet kan door de docent gebruikt worden om zijn les voor te bereiden en doet het altijd.

  4. Ik denk dat de leerlingen het gewoon nodig hebben om met bewegend beeld onderwezen te worden in deze tijd. Helaas weten we niet wat de resultaten zouden zijn als exact dezelfde lesstof aangeboden zou worden door dezelfde docent maar dan zonder digibord. Het is niet nieuw, het is niet anders het is datgene wat je minimaal in de klas moet hebben om de leerlingen er heden ten dage bij te betrekken!

  5. Hangt er maar net vanaf welke didactiek wordt toegepast. En welke specifieke manier is dan uiteindelijk effectief? Daar weten we nog te weinig van om zinnige uitspraken over te doen. Daar is (veel) meer onderwijskundig onderzoek voor nodig. In het krantenstukje van Linda lees ik wel iets over het gemak, maar niets over gemeten leerresultaten. Beetje discutabel bewijsstuk dus… Overigens veronderstel ook ik een gunstige invloed van het gebruik, maar vermoedelijk is dit idd afhankelijk van de skills van de betreffende leerkracht.

  6. Een digibord is natuurlijk een prachtige verrijking van het onderwijs, dat klopt. Maar wel een puur klassikaal en frontaal instrument. Als je ziet, hoe tot nu toe in 95% van de tijd de borden worden gebruikt dan is volgens mij de constatering: digiborden maken het traditionele instructieve onderwijs pretiger en aantrekkelijker. Het is dus een beetje oude wijn in nieuwe zakken. Belangrijkste factor bij de verbetering van leerprestaties is niet een fasciliterend apparaat zoals het digibord maar degene die het hanteert (de docent) en zijn vaardigheden en competenties. Beter is het te investeren in zijn/haar vaardigheden om onderwijs te geven dat past bij de 21e eeuw en bij hoe leerlingen van tegenwoordig leren / met informatie omgaan. En dan kijken hoe je het digibord goed inzet. Helemaal eens met Eva dus!

  7. Heeft u ook een link naar de australische onderzoeken die gedaan zijn naar het vergroten van de leerprestaties door het digibord?

  8. Zolang het Digibord een ‘vehicle’ blijft waarmee inhoud wordt overgedragen, is het naïef om te verwachten, dat een een meerwaarde heeft voor het leren, was het argument van Clark in de multimedia controverse 1994. Hij maakte de vergelijking met een supermarktketen, die nieuwe vrachtwagens inzet om producten te vervoeren. Niemand die verwacht dat consumenten daardoor gezonder voedsel krijgen, toch!?
    De interessantere vraag is dus: wat kunnen docenten en scholieren met een technologie, wat voorheen niet kon. Dan pas zou ik de vraag stellen of deze toepassing van de technologie het leren bevordert. Dit geldt dus ook voor tablets, straks GoogleGlass en de gadgets waarvan nog niet weten dat ze aankomen.
    Patric Hintermann docent-onderzoeker Lectoraat Mens en Technologie Fontys Hogescholen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here