Op de radio en sociale media, tijdens een familiebezoek en bij de kapper; rond de publicatie van De Staat van het Onderwijs zie en hoor je veel alarmerende berichten over het onderwijs. Maar wat is dit rapport nu precies, hoe komt het tot stand en hoe gebruik je het in de onderwijspraktijk? In dit artikel kijken we naar de bredere context en vertalen we de belangrijkste signalen naar concrete acties.
Sinds 1817 verschijnt jaarlijks het rapport De Staat van het Onderwijs. In de Koninklijke Bibliotheek zijn alle onderwijsverslagen in te zien. Ook op de website van de bibliotheek kun je in rapporten en kranten een blik op de geschiedenis van de Staat van het Onderwijs werpen. Zo kopten de kranten in 1976: ‘Inspectie laat weinig heel van onderwijzers opleiding’ en in 1981 klonk in de Telegraaf zelfs een noodkreet: ‘Nu zijn er ook al leraren met twee linkerhanden’.
Veelzeggende krantenkoppen blijken – net als ruimte voor verbetering in het onderwijs – iets van alle tijden. Maar waarom wordt dit rapport vol cijfers en ontwikkelingen eigenlijk geschreven?
Een grondrecht
De reden voor het uitbrengen van dit rapport is heel simpel: die opdracht wordt gegeven in hoofdstuk 1 van de Grondwet. In artikel 23 staat geschreven dat het onderwijs ‘een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering’ is en dat de regering jaarlijks verslag doet van het onderwijs aan de Staten-Generaal. De Wet op het onderwijstoezicht beschrijft vervolgens dat de inspectie jaarlijks dat verslag over de staat van het onderwijs uitbrengt. De minister stuurt het verslag vervolgens, samen met een reactie, namens de regering aan de Staten-Generaal zodat de bevindingen verwerkt kunnen worden in het regeringsbeleid.
De Staat van het Onderwijs richt zich in de aanbevelingen daarnaast specifiek op leerkrachten, besturen, scholen en opleidingen. Met deze concrete actiepunten wordt het document van bijna 150 pagina’s ook bruikbaar voor de onderwijspraktijk.
Waarom zijn de krantenkoppen zo negatief?
De Inspectie van het Onderwijs schrijft dus jaarlijks, op basis van vele onderzoeken en literatuurstudies De Staat van het Onderwijs. Dat gebeurt vooral zodat de regering haar beleid en begroting op feiten kan baseren en om leerkrachten, scholen en besturen een richting te kunnen geven.
Toch zijn het vooral de negatieve punten die de media uitlichten, niet alleen bij berichten over het onderwijs. NOS op 3 onderzocht waarom nieuws vaak negatief is. Dat heeft te maken met de nieuwswaarde van ‘wat anders dan normaal is’ en met de negativity bias; ons brein geeft meer aandacht aan negativiteit en mogelijke gevaren, zo legt onderzoeker Kiki de Bruin uit. Ook Jelle Dijkstra, eindredacteur bij NOS, kaart een legitieme reden aan: ‘De journalistiek is er ook om misstanden aan te tonen, (…) ze brengen dingen aan het licht. En vervolgens is het aan jou of aan de maatschappij, de politiek om daar wat aan te doen.’
De Staat van het Onderwijs 2026
En zo belandden koppen als ‘Geweld op scholen neemt toe, Onderwijsinspectie pleit voor socialemediaverbod’ en ‘1 op 5 scholen krijgt onvoldoende van inspectie, rekenen en taal wéér niet beter’ deze week op je scherm. Wie de tijd neemt om het volledige rapport te lezen, zal serieuze verbeterpunten zien, maar ook nuance.
In de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 beoordeelde de inspectie in steekproefonderzoek ongeveer 82% van de scholen in het funderend onderwijs (po, (v)so en vo) als voldoende. In het mbo was dit in 2024 en 2025 ongeveer 55% van de opleidingen.
Er is een breed besef dat de basisvaardigheden prioriteit moeten krijgen. In het po zijn de resultaten van leerlingen in groep 3 tot en met 7 voor taal en rekenen-wiskunde tussen de schooljaren 2018-2019 en 2024-2025 redelijk stabiel. Ze liggen weer op het niveau van voor de coronapandemie. In de onderbouw van het vo en het mbo is in alle schoolsoorten nog steeds sprake van een voortdurende daling.
Het aantal meldingen dat de inspectie in 2024-2025 ontving over een schorsing of verwijdering vanwege fysiek geweld in het funderend onderwijs nam toe ten opzichte van 2022-2023. Hoewel een grotere meldingsbereidheid hierbij kan meespelen, is fysiek geweld altijd reden tot zorg vanwege de impact op de veiligheidsbeleving van leerlingen en personeel.
Dit kun je zelf doen
Wanneer je dagelijks je uiterste best doet als onderwijsprofessional, kan het lezen van negatieve berichten je een gevoel van onmacht geven. De volgende tips kunnen je hierbij helpen.
- Bekijk de aanbevelingen in De Staat van het Onderwijs 2026. Het merendeel van die aanbevelingen is gericht op scholen, besturen en opleidingen. Twee aanbevelingen richten zich tot leerkrachten: ‘Leesvaardigheid is een sleutel tot (onderwijs)succes’ en ‘Zorg dat alle leerlingen profiteren van de lessen. Maak met het team afspraken over differentiatie.’
- Lees het online magazine met goede praktijkvoorbeelden en laat je inspireren en enthousiasmeren door collega’s.
- Houd jullie kwaliteitscyclus scherp. De inspectie benadrukt het belang van kwaliteitszorg. Vertaal dat naar je lespraktijk door met collega’s te overleggen: waar kijken we dit kwartaal naar en hoe geven we daar opvolging aan?
- Gebruik het veiligheidsbeleid actief. Een veiligheidsbeleid werkt alleen als iedereen het kent, ernaar handelt en er kritisch op reflecteert. Hoe krijgt digitale weerbaarheid hier volgens jou een plek in? Bespreek het met je collega’s en leerlingen.
De Staat van het Onderwijs 2026 is geen rapport om moedeloos van te worden, maar een middel om inzicht te krijgen in waar het systeem en de school jou en de leerlingen beter kunnen ondersteunen. Het is daarmee een vertrekpunt voor gesprek, reflectie en gerichte actie.

