Zittenblijven: wat zijn de alternatieven?

3

Nederland heeft samen met Portugal het hoogste percentage zittenblijvers. Als we po en vo samenvoegen, dan is volgens de OECD 26,7 procent van de leerlingen in Nederland een keer blijft zitten. En dat terwijl recente onderzoeken tonen aan dat zittenblijven juist vaak ineffectief is. Welke alternatieven voor zittenblijven zijn er?

Ongeveer een op de vier vijftienjarige scholieren geeft aan minstens één keer te zijn blijven zitten. Een groot deel daarvan doubleerde al in het po, meestal in groep 2. Want ook kleuterverlenging valt eronder: een kind blijft dan een extra jaar in de kleutergroep voor het doorstroomt naar groep 3.

Impact van zittenblijven

Allerlei onderzoeken tonen aan dat zittenblijven vaak helemaal niet het gewenste resultaat oplevert. Leerlingen die het hele jaar over moeten doen, terwijl ze vaak op slechts één of enkele vakken tekortkomen, raken er snel gedemotiveerd door. En dan kom je ook nog eens terecht in een nieuwe klas, zonder je vertrouwde klasgenoten en vrienden. In het begin hebben zittenblijvers nog wel een voorsprong op hun nieuwe klasgenoten. Maar naarmate zij met nieuwe leerstof geconfronteerd worden, verkleint of verdwijnt die voorsprong en boeken deze leerlingen zelfs minder leerwinst dan hun nieuwe jaargenoten.

Aantal zittenblijvers terugdringen

Daarom experimenteren steeds meer scholen met alternatieven. Zo bieden veel scholen leerlingen die dreigen te blijven zitten een maatwerktraject aan, dat bestaat uit extra begeleiding en/of meer leertijd. Hierdoor krijgen leerlingen de kans om alsnog over te gaan. Het ministerie van OCW stelt jaarlijks geld beschikbaar voor dergelijke alternatieven.

Alternatief 1: Persoonlijk rooster

Onnodig zittenblijven kan met onderwijs op maat voorkomen worden. Bijvoorbeeld met behulp van persoonlijke lesroosters. Daarmee kunnen leerlingen de uren van vakken waar zij minder tijd voor nodig hebben, gebruiken voor vakken die ze lastig vinden en waar dus extra inzet voor nodig is.

Alternatief 2: Lente- en zomerscholen

Lente- en zomerscholen zijn ontstaan op initiatief van de VO-raad en CNV Onderwijs. Scholen selecteren hiervoor zelf de leerlingen. Die worden vervolgens in twee vakantieweken door (externe) studiecoaches en docenten bijgespijkerd in een of enkele vakken waar ze nog onvoldoende op scoren. Werken de leerlingen hun leerachterstand daarmee weg, dan kunnen ze alsnog bevorderd worden naar het volgende leerjaar.

Alternatief 3: Begeleidingslessen

Er zijn ook scholen die extra begeleidingslessen inplannen op middagen en weekenden, buiten de vakanties om. Door een kleine groepssamenstelling is daar veel meer tijd voor persoonlijke ondersteuning. Leerlingen stellen sneller vragen en worden assertiever in het vragen om hulp. Sommige scholen laten leerlingen zelf een leervraag formuleren: dit zorgt voor meer motivatie bij de leerlingen.

Zomerscholen verlagen het aantal zittenblijvers

In 2017 is het effect van lente- en zomerscholen onderzocht. Op deelnemende leerlingen heeft de zomerschool een direct verlagend effect op het zittenblijven. Voor de lenteschool kon een direct verband niet worden aangetoond. Wel blijkt uit het onderzoek dat 77 procent van de deelnemende leerlingen aan een lenteschool en 88 procent van de deelnemende leerlingen aan een zomerschool in 2017 alsnog is bevorderd naar het volgende schooljaar.

Inspirerende praktijkvoorbeelden

Voor scholen is het belangrijk om te werken vanuit een visie rondom zittenblijven waarin de leerlingen en hun leerbehoeften centraal staan. Maak van zittenblijven een uiterste noodmaatregel. Er zijn scholen in Nederland waar opvallend weinig leerlingen doubleren. Hun praktijkvoorbeelden zijn gebundeld in de handreiking ‘Aan de slag om zittenblijven te voorkomen’.

Experimenteert jouw school ook met alternatieven voor zittenblijven? Laat een reactie onder via onderstaand reactieformulier.

3 REACTIES

  1. Het meest recente onderzoek laat zien dat zittenblijven wel positieve effecten heeft en zelfs op lange termijn. Het probleem van al het eerdere onderzoek is dat het methodologisch te wensen over liet. Het kernprobleem daarbij was het adekwaat matchen van de groep zittenblijvers met de groep doorstromers. Zie Van den Broeck & Staels (2019), Marsh e.a. (2017), en Cham e.a. (2015).

  2. Het aanpakken van schoolsysteem in het algemeen is van belang. Een leerling ontwikkelt zich nou eenmaal niet in jaarstappen. Ik geloof ook dat docenten vaak denken in achterstanden en dat zo communiceren. Dat maakt dat iedereen dat ook gelooft. Leerlingen ook. Volgens mij zijn achterstanden (cognitief gezien) altijd wel in te halen. Misschien heeft leerling ondertussen voorsprong gekregen op een ander gebied? Voor mijn eigen twee kinderen was het in het huidige systeem voor hen goed om te blijven zitten, omdat t ze ruimte en rust gaf voor andere zaken. Cognitief gezien was t voor beide denk ik niet nodig geweest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here