Volgende week start de Poëzieweek. Het thema is deze keer Metamorfose. Ook op scholen zal er aandacht zijn voor het lezen en schrijven van gedichten. Dichters Heidi Koren en Ellen Deckwitz bespreken hoe je dat in klassen kunt doen.
Vragen vooraf
- Lees of schrijf jij wel eens gedichten?
- Wat betekent ‘metamorfose’? Weet je het niet, zoek het even op.
Bekijk de video
Voer in een zoekmachine deze zoekterm in: Hoe maak je poëzie aantrekkelijk voor leerlingen? Ga naar de website van NPO Radio 1 en bekijk daar de video.
Vragen bij de video
- Wat is volgens jou een gedicht?
- Wat kun je kleuters, die nog niet kunnen lezen en schrijven, leren over poëzie volgens dichter Heidi Koren?
- Waarom vindt Ellen Deckwitz het belangrijk om naar scholen te gaan om poëzieles te geven? Geef twee redenen.
- Ellen Deckwitz maakt een vergelijking tussen poëzie leren kennen en bier leren drinken: “Hoe weet je anders of bier lekker is, je moet het ook een keer proberen.” Waarom vindt presentatrice Natasja Gibbs deze vergelijking niet helemaal passend?
- Ellen Deckwitz draagt een gedicht voor: Niet gek pa, niet gek. Het gaat over meer dan zwemmen alleen. Waarover denk jij dat het nog meer gaat?
- Deckwitz stelt dat poëzie ook een middel is om te praten over dingen die niet zo gemakkelijk gaan. Ben je het met haar eens? Leg je antwoord uit.
Aan de slag
Optie 1
Voor deze opdracht werk je in tweetallen.
Je maakt samen een playlist van vijf Nederlandstalige nummers die jullie ook een gedicht vinden.
Je gaat als volgt te werk:
- Luister het lied Buut vrij van S10 nog eens. Leg uit welke kenmerken van een gedicht dit lied heeft.
- Zoek vijf Nederlandstalige liedjes die minstens drie kenmerken van gedichten hebben.
- Maak een top 5. Zet het lied met de meeste poëziekenmerken bovenaan.
- Schrijf bij elk lied een korte tekst waarin je uitlegt welke kenmerken van gedichten erin te herkennen zijn.
Optie 2
Het thema van de Poëzieweek is Metamorfose. Schrijf een gedicht van minimaal acht regels waarin je een belangrijke metamorfose van jezelf beschrijft. Het gedicht bevat minimaal een alliteratie en een vergelijking.
Optie 3
Voor deze opdracht werk je in tweetallen.
De titel van het fragment luidt: Hoe maak je poëzie aantrekkelijk voor leerlingen? Maak een stroomdiagram voor leraren waarin jullie vier antwoorden op deze vraag uitgewerkt zijn. Zoek eventueel op internet naar een voorbeeld van een stroomdiagram.
Je gaat als volgt te werk:
- Bedenk vier antwoorden op de vraag. Dit zijn de vier eindvakjes van het stroomdiagram.
- Bedenk wat een docent moet doen om uit te komen bij dat vakje. Daarvoor stel je vragen in eerdere vakjes, bijvoorbeeld: Wil je leerlingen laten samenwerken? Wil je dat leerlingen creatief bezig zijn? Wil je dat de leerlingen veel over poëzieanalyse leren?
- Maak zo een stroomdiagram vanaf de vraag Hoe maak je poëzie aantrekkelijk voor leerlingen? naar jullie antwoorden.
Antwoorden bekijken
Om de antwoorden te kunnen zien, moet je zijn ingelogd. Heb je nog geen account? Meld je dan nu aan! Het is GRATIS.

