Tweetaligheid: Goed of slecht?

0

Endre heeft een Hongaarse moeder en spreekt dus ook Hongaars. Hij was altijd een beetje een buitenbeentje en leek niet bijster intelligent. Tot verbazing van veel mensen ging Endre dit jaar naar het tweetalig gymnasium. Blijkbaar heeft zijn tweetalige opvoeding geen invloed op zijn schooladvies. Wat zijn de effecten van een tweetalige opvoeding eigenlijk? In dit artikel van Lisette Bosveld, student aan de Academische lerarenopleiding primair onderwijs (ALPO), lees je er alles over.

Allereerst is het belangrijk om te weten er wordt bedoeld met een tweetalige opvoeding. Een tweetalige opvoeding is een opvoeding waarbij het kind vanaf de geboorte twee talen hoort en dus ook twee talen leert te spreken. Een goed voorbeeld hiervan zijn kinderen in Brussel, de hoofdstad van België. Brussel is tweetalig, namelijk Nederlands en Frans. Er zijn dus ook meertalig samengestelde gezinnen. De kinderen uit die gezinnen horen thuis Nederlands en Frans. Hierdoor leren ze beide talen. Dat heet simultaan tweetaligheid (2L1) (Schaerlaekens & Zink, 1998, p. 2). Er is nog een soort tweetaligheid: successieve tweetaligheid. Daaronder wordt verstaan dat een tweede taal wordt verworven tijdens het leven, terwijl de persoon als kind maar één taal sprak. Daarbij wordt echter niet gesproken van een meertalige opvoeding.

Taalontwikkeling

De meest voorkomende theorie over hoe tweetalige kinderen een taal leren, is de Dual-Lingual-system theorie (Root, 2011, p. 4). Deze theorie houdt in dat kinderen twee verschillende systemen in hun hoofd hebben. Een voor de ene taal, een voor de andere. In elk systeem zitten alle grammaticale constructies, maar ook de volledige woordenschat per taal. Bij zeer jonge kinderen lopen de systemen nog door elkaar. Naar mate het kind ouder wordt, ontstaat er steeds meer een scheiding tussen de systemen. Een systeem kan worden uitgebreid door activiteiten als voorlezen. Bij een enkeltalig kind is er maar één systeem. Hoe uitgebreider het systeem wordt, hoe vaardiger het kind is in die taal. Overigens wordt een meertalig kind bij uitbreiding van zijn systemen vaardiger in beide talen.

Effecten

Een tweetalige opvoeding heeft dus effect op het kind – er zijn zowel positieve als negatieve effecten. Tweetaligheid levert een actievere prefrontale cortex op (Vandelanotte, 2011, p. 67). Met name de linkse prefrontale cortex en de anterieure cingulate cortex zijn actiever. Deze zijn betrokken bij het executief functioneren. Executief functioneren heeft betrekking op vaardigheden zoals plannen, structuur aanbrengen, concentratie en feedback geven. Door deze vaardigheden kunnen taken doelgerichter worden uitgevoerd. Kinderen die een tweetalige opvoeding hebben genoten, zullen dus beter doelgericht taken kunnen uitvoeren (Vandelanotte, 2011, p. 68).

Ook gaan metalinguistische taken bij kinderen met een tweetalige opvoeding beter dan bij enkeltalige kinderen (Heitzman, 2012, p. 5). Metalinguistische taken zijn taken waarbij het kind de betekenis van een woord los moet zien van de betekenis van datzelfde woord in de zin. Kinderen die tweetalig zijn opgevoed, ontwikkelen dit besef van correcte grammatica veel jonger. De ontwikkeling van de theory of mind is bij tweetalige kinderen vaak ook beter (Heitzman, 2012, p. 5). De theory of mind is de (cognitieve) vaardigheid om aan jezelf en anderen gedachten, ideeën en intenties toe te schrijven en op basis daarvan te anticiperen op het gedrag van anderen (Feldman, 2016, p. 304). De precieze oorzaak van deze voorsprong in ontwikkeling is nog niet bekend.

Nadelen

Een nadeel van een tweetalige opvoeding is dat de vocabulaire per taal kleiner is (Schaerlaekens & Zink, 1998, p. 28). Dat kan lijken op een taalachterstand. In zekere zin is dat het ook. Wat daarbij wordt vergeten, is dat tweetalige kinderen twee taalsystemen hebben die tegelijkertijd worden ontwikkeld (Espinosa, 2015, p. 5). In totaal heeft het kind een ongeveer even groot vocabulaire als een kind dat enkeltalig is opgevoed (Espinosa, 2015, p. 7). Daarbij komt nog dat een kleiner vocabulaire binnen een taal snel kan worden vergroot. Gedurende de basisschoolperiode wordt de achterstand in woordenschat weggewerkt (Schaerlaekens & Zink, 1998, p. 32). De precieze duur van de inhaalperiode verschilt echter per kind.

Goed of slecht?

Een tweetalige opvoeding heeft heel wat gevolgen. Bij jonge kinderen is er vaak een tijdelijke taalachterstand. In de hersenen zijn bepaalde gebieden actiever, waardoor de kinderen doelgerichter kunnen werken. Ook hebben ze een voorsprong in het besef van correcte grammatica. Tevens zijn de kinderen vaardiger in het anticiperen op het gedrag van anderen. Zo kan er worden geconcludeerd dat er meer voordelen dan nadelen zijn aan een tweetalige opvoeding. En de nadelen die er zijn, kunnen worden verkleind. Een tweetalige opvoeding lijkt daarmee goed uit te pakken.

Wat zijn jouw ervaringen als leerkracht met de verschillen tussen enkeltalig en tweetalig opgevoede kinderen? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here