Tweetalig onderwijs op het vmbo

0

De taal van YouTube, de meest populaire hits en games en niet te vergeten Netflix: Engels is onder jongeren mateloos populair. Toch stagneerde de groei van het tweetalig onderwijs (tto) het afgelopen jaar. Alleen bij vmbo-opleidingen is een toename te zien in het aantal scholen met tweetalig onderwijsaanbod. Wat is de huidige stand van zaken?

Het aantal Engelstalige opleidingen neemt in de masterfase van universitaire opleidingen al jaren toe. Ook op steeds meer bacheloropleidingen is Engels de voertaal, maar in het mbo staat tweetaligheid nog in de kinderschoenen. In het voortgezet onderwijs is zelfs amper groei te zien in het aantal scholen met tweetalig onderwijs; daar is enkel op afdelingsniveau sprake van een toename.

Afgelopen jaar waren er volgens een artikel in Trouw 31 vmbo-scholen met tweetalig onderwijs, daarmee groeide het tweetalig onderwijs op het vmbo met 25 procent. De havo groeide met 8,5 procent naar 63 tweetalige scholen. Het vwo heeft met 120 vestigingen de meeste tweetalige scholen, maar groeide slechts met 2 procent.

Vmbo bleef nog achter

Het tweetalig onderwijs groeit momenteel het meest in het vmbo en op de havo, zo blijkt uit een rapport van Nuffic. De redenen hiervoor zijn niet eenduidig, maar er lijkt sprake van een inhaalslag. Waar bij het vwo al eerder werd ingezet op tweetalige opleidingen, bleef het vmbo in eerste instantie nog wat achter. Maar ook voor vmbo’ers komt de Engelse taalvoorsprong goed van pas. In vervolgopleidingen richting toerisme, horeca of handel krijgen leerlingen steeds meer te maken met Engelstalige werksituaties.

Onlosmakelijk met elkaar verbonden

Metameer, een jenaplanschool uit Boxmeer, begon acht jaar geleden met een pilot voor tto in het vmbo. Tto-coördinator Annemarie Wammes: ‘In ons onderwijsconcept zijn havo, vwo en vmbo onlosmakelijk met elkaar verbonden. Engelstalig onderwijs voor havo-vwo betekent dan dus automatisch ook tto voor het vmbo.’ Op havo en vwo moeten leerlingen minimaal 50 procent van hun lessen in het Engels krijgen. Voor het vmbo geldt een minimum van 30 procent.

Om aan dit criterium te voldoen volgde er bij Metameer na een pilot in de onderbouw ook een Engelstalig programma voor de bovenbouw. ‘In het derde leerjaar is het beroepsgericht programma ‘dienstverlening en producten’ nu Engelstalig’, vertelt Wammes. ‘Docenten ontwikkelden het lesmateriaal zelf. Een hele uitdaging. Kritiek is soms dat het niveau van Engels van de docenten niet hoog genoeg is. Maar dat is onzin. Onze docenten volgden de opleiding Cambridge Advanced English en kregen daarnaast vijf jaar lang taalles, toegespitst op communicatie in de klas en vakjargon.’

De discussie blijft

Toch blijft er enige discussie over tweetalig onderwijs. Critici vrezen dat het ten koste zou gaan van de Nederlandse taalvaardigheid. Dat is volgens het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) echter niet het geval. Ook zou het niet ten kosten gaan van andere inhoudelijke vakken. Verder is vergelijkend onderzoek over de resultaten van tto- en niet-tto-leerlingen volgens het NRO lastig, omdat je verschillende groepen leerlingen niet zomaar kunt vergelijken. Zo hebben leerlingen die kiezen voor tweetalig onderwijs sowieso vaak al een positievere houding tegenover taal. Waarover geen twijfel bestaat, is dat tto-leerlingen duidelijk een voorsprong hebben als het gaat om de Engelse taal.

Heb jij ervaring met het geven van tweetalig onderwijs? En is het iets voor bij jou op school? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here