Trendrapport 2014-2015: personaliseren en opbrengstgericht werken

1

In het Trendrapport 2014-2015 analyseert Kennisnet technologietrends die een antwoord kunnen bieden op belangrijke onderwijsvraagstukken. Personalisatie en opbrengstgericht werken zijn twee vraagstukken die erg actueel zijn onder docenten. Tevens zijn het vraagstukken waarbij de technologie ondersteunend en in sommige gevallen zelfs leidend kan werken. Maar hoe dan?

 

Personaliseren: leren op maat
Iedere leerling moet het onderwijs krijgen dat het beste past bij zijn individuele talenten, mogelijkheden en leerkenmerken. Dit is iets waar de meeste docenten het wel over eens zijn. Maar personalisatie van het onderwijs in combinatie met de door de bezuinigingen steeds groter worden klassen is makkelijker gezegd dan gedaan. Technologische middelen kunnen hier een uitkomst zijn. Docenten krijgen via de digitale weg ondersteuning om leerlingen gemakkelijker te kunnen volgen, coachen en motiveren.

 

Opbrengstgericht werken: kwaliteit en meten
De kwaliteit van het onderwijs is een continu proces waarbij de docent het meest dichtbij de leerlingen staat. Door de toenemende ontwikkeling van digitale middelen is het mogelijk om zonder al te veel extra werk de benodigde stuurinformatie te verzamelen en te ordenen. Zo is in 2013 in het mbo een succesvolle pilot uitgevoerd rondom het intakeproces van scholieren: verschillende gegevens werden digitaal verzameld en geanalyseerd waardoor meer inzicht is verkregen in welke studentgebonden succes- en faalfactoren bepalend zijn voor studiesucces.

 

Met de invoering van digitale volgsystemen is informatieoverdracht en onderlinge afstemming, bijvoorbeeld tussen primair- en voortgezet onderwijs, mogelijk. Zo gaat dit jaar de Overstapservice Onderwijs (OSO) van start: een dienst waarmee po-scholen hun leerlingdossiers veilig en betrouwbaar naar het vo kunnen overdragen. Geen overkoepelend digitaal volgsysteem, maar wel een stap in de goede richting.

 

Van vraagstuk naar concrete toepassing

 

Personalisatie van het onderwijs en opbrengstgericht werken zijn kwesties die van invloed zijn op de dagelijkse lespraktijk. Actuele, technologische ontwikkelingen zoals datagedreven onderwijs, adaptief digitaal leermateriaal en de persoonlijke leeromgeving kunnen – als ze goed worden ingezet – onderwijsinstellingen én docenten ondersteunen bij deze vraagstukken:

 

 1. Datagedreven onderwijs: Big Data – het benutten van grote hoeveelheden data die het digitale leerproces genereert. Deze term roept onder sommige docenten nogal wat weerstand op. ‘Ik kan toch zeker zelf wel zien hoe een leerling het doet?’ is volgens Kennisnet een veelgehoorde reactie op deze ontwikkeling. Het trendrapport hamert er dan ook op dat deze ontwikkeling geen vervangende- maar juist een ondersteunende werking heeft. Terwijl jij je in de les bezighoudt met de leerlingen die extra aandacht nodig hebben, wordt ook de ontwikkeling van de overige leerlingen vastgelegd. Dit komt – mits goed ingebed – het leren op maat en daarmee ook het opbrengstgericht werken ten goede.

 

2. Adaptief digitaal leermateriaal: Big Data verzamelen en tegelijkertijd leerlingen op hun eigen tempo en niveau te laten leren kan met behulp van adaptief digitaal leermateriaal. Enerzijds reageert het lesmateriaal direct op de prestaties van de leerling: embedded analytics. Hij krijg bijvoorbeeld aanvullende oefeningen of mag juist de eerste stappen uit de module overslaan. Maar adaptief lesmateriaal zorgt ook voor een meer reflectieve output richting de docent: extracted analytics. De docent heeft op dagelijkse of wekelijkse basis zicht op de vooruitgang van de leerling, de klas en het onderwerp in de methode.

 

Deze ‘data-feedback’ beïnvloed het leerproces niet direct: de eventuele interventie is aan de docent. Door het continue toezicht op het leerproces in plaats van alleen periodieke toetsing, is het tijdig identificeren van en anticiperen op moeilijkheden eenvoudiger. Voor de docent blijft er zo meer tijd over voor sturing en begeleiding.

 

3. Persoonlijke leeromgeving (PLO): Ook de persoonlijke leeromgeving is cruciaal voor de ontwikkeling van leerlingen. Deze fungeert als het ware als schooltas, waar naast de verplichte onderdelen (formele componenten) ook allerhande attributen inzitten waar de leerling zelf graag mee werkt (informele compononenten). In de PLO komen naast de fysieke en digitale leeromgeving ook de leerling en de docent samen.

 

In de komende jaren zal de nadruk verschuiven van de formele- naar de informele componenten. Zo blijven leerlingen wel werken met systemen als Magister, maar zullen ze elkaar ook steeds vaker opzoeken binnen samenwerkingsomgevingen als Google Docs of via Whatsapp. Deze combinatie zorgt voor diversiteit, maar vanwege het informele karakter ook voor minder regie en toezicht. Daarom is het van belang dat scholen bewuste afwegingen maken welke formele componenten borging vereisen, en welke componenten door de leerling of docent zelf kunnen worden ingevuld met (gratis) beschikbare hulpmiddelen. Zo bevordert ook deze technologische aanvulling de personalisatie en de meetbaarheid van het leerproces.

 

Benieuwd naar andere technologietrends of op zoek naar meer informatie over bovenstaande technologische ontwikkelingen? Download dan hier het gehele rapport. Hoe denk jij als docent over datagedreven onderwijs, adaptief digitaal leermateriaal en de informele twist van de persoonlijke leeromgeving?

1 REACTIE

  1. Ik mis in het Trendrapport 2014-2015 (personaliseren en opbrengstgericht werken) de uitwerking van mogelijkheden voor leerlingen met een beperking, zoals dyslexie bijvoorbeeld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here