Teacherpreneurs: Docent Eugenie Zwanenburg ontwikkelt nieuw science-curriculum

1

Biologiedocent Eugenie Zwanenburg, werkzaam op het Veurs Lyceum in Leidschendam, heeft het afgelopen jaar een nieuw science-curriculum ontwikkeld. Het curriculum maakt deel uit van het nieuwe vak talentstromen, dat gericht is op de ontwikkeling van de zogeheten 21st Century Skills. “Je moet wel een beetje maf zijn om zoiets naast je baan te ontwikkelen, maar uiteindelijk is het onwaarschijnlijk leuk om te doen,” aldus Zwanenburg.

Talentstromen
Talentstromen is begin dit schooljaar voor alle leerlingen van de onderbouw van start gegaan. Twee uur per week gaan ze binnen een zelfgekozen domein – Science, Kunst en Media of Sport – aan de hand van een overkoepelend thema aan de slag met 21st Century Skills. “We willen leerlingen zo dicht mogelijk bij hun talent en interesse houden, zodat ze de aangeleerde vaardigheden ook wat makkelijker toe gaan passen in andere situaties.” Opvallend daarbij is dat leerlingen van alle niveaus bij elkaar in de klas zitten. “Daar hebben we heel bewust voor gekozen. Sociale aspecten zoals samenwerken zijn zo belangrijk. We willen dat onze leerlingen dat met iedereen kunnen.”

Authentiek leren
Om invulling te geven aan de 21st Century Skills is het lesprogramma van talentstromen gebaseerd op het principe van authentiek leren. De persoonlijke interesse van de leerling is daarbij het uitgangspunt. “Dat wil zeggen dat leerlingen de kans krijgen om hun eigen leerweg vorm te geven door ze te laten kiezen uit die drie verschillende stromingen. Vervolgens wekken we hun interesse door van de leercontext een fysieke ervaring te maken.” Zo ging de Science-klas bij het thema ‘lucht’ naar het strand om te experimenteren met verschillende vliegers. Vervolgens moesten ze er in groepjes zelf een maken. “We vertellen ze alleen niet hoe ze dat moeten doen. Dat is aan henzelf. In het begin konden de leerlingen daar helemaal niet mee omgaan, maar nu beginnen ze het wel echt te snappen. Zo leren we ze niet alleen kritisch denken en samenwerken, maar ook dat het eindresultaat ondergeschikt is aan het proces.” Die actieve leerstijl is kenmerkend voor talentstromen. “Toen ik met de leerlingen naar het strand ging, waren de sporters aan het wielrennen en stond de Kunst en Media-klas op het hoogste gebouw van Leidschendam om het thema ‘lucht’ vanuit verschillende perspectieven te bekijken.”

Motiverender onderwijs
Voor Zwanenburg sluit de ontwikkeling van een nieuwe curriculum goed aan op haar wens het onderwijs motiverender te maken. “De gemiddelde leerling gaat toch met de nodige frisse tegenzin naar school. Dat is voor mij de grootste uitdaging binnen het onderwijs. Toen ik acht jaar geleden als zij-instromer begon, was ik vastberaden daar iets aan te doen. Hoe krijg ik die leerling nou actiever en gemotiveerder?” Met de Science-lessen lijkt dat aardig te lukken. “We hebben nu bijna het eerste jaar gedraaid en ze zijn ontzettend enthousiast. In de loop van het jaar is het kwartje bij de meeste leerlingen wel gevallen; ze gaan zelfstandig en actief aan de slag gaan en denken bewust na over hun eigen leerproces.”

Intrinsieke motivatie
Voor Zwanenburg persoonlijk heeft het teacherpreneurschap dan ook alles te maken met intrinsieke motivatie. “Ik ervaar zelf, maar merk ook op school bij collega’s dat de werkdruk echt gigantisch is. Hoe je het ook wendt of keert, in het onderwijs is tijd altijd een beperkende factor. Ik heb er dan ook bewust voor gekozen om mijn baan niet te groot te maken.” Zwanenburg staat wekelijks 18 uur voor de klas, waarvan 2 uur voor talentstromen. “Als talentstromen 10 procent van mijn lestijd beslaat dan zit daar 90 procent van mijn voorbereidingstijd in. Dat is echt exponentieel veel, maar als je er niet hard voor werkt dan komen zulke dingen gewoon niet uit de startblokken.”

Kennis bij docenten zelf
Ondanks haar enthousiasme is de intensieve werkdruk voor Zwanenburg wel een punt van zorg. “We krijgen natuurlijk wel wat voorbereidingsuurtjes, maar dat is echt een druppel op een gloeiende plaat. Het is ontzettend zwaar om je klassen goed te blijven draaien als je daarnaast zo aan het ontwikkelen bent. ”Om die reden sluit Zwanenburg een verschuiving in haar werkzaamheden dan ook niet uit. “Maar ik zal altijd voor de klas blijven staan. Die feeling met leerlingen en lesgeven – wat werkt wel en wat werkt niet – is essentieel om talentstromen te kunnen ontwikkelen. De kennis om zoiets te doen zit echt bij de docenten zelf. Sommigen docenten vinden hun baan prima zoals die is. Maar anderen zijn voortdurend op zoek naar een creatieve, uitdagende invulling. Ik ben ervan overtuigd dat er meer teacherpreneurs opstaan als er meer tijd en middelen beschikbaar zouden zijn. Dat is niet alleen voor ‘ons’ een verrijking, maar voor het hele Nederlandse onderwijs.”

Herken jij je als ondernemende docent in het verhaal van Eugenie Zwanenburg? Of heeft het je geïnspireerd? Laat dan een reactie achter via onderstaand reactieformulier. En wil je meer weten over het vak talentstromen? Binnenkort verschijnt op Onderwijs van Morgen een uitgebreid artikel over de totstandkoming en inhoudelijke aspecten van het nieuwe vak.

1 REACTIE

  1. Voel me helemaal thuis met die manier van lesgeven, die manier n leerlingen enthousiasmeren. Het is voor mij steeds een sport waarvoor waardoor ik de lat voor mij en ook de leerlingen hoger leg of soms aanpas. Afhankelijk van de les

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here