Puberbrein – worden pubers oneerlijk beoordeeld?

32

We komen er niet langs. De breinwetenschappen confronteren ons met nieuwe inzichten die onze kijk op leerlingen en leren de komende jaren dramatisch gaan veranderen. Wij worstelen al jaren met vragen als: bieden wij kennis op de juiste wijze aan? Is zelfstandig leren beter of slechter voor leerlingen of maakt het niets uit? Moeten doceerstijlen en leerstijlen op elkaar afgestemd worden of juist niet?

 

 

Wat verstaan we onder intelligentie? Is intelligentie stabiel (eenmaal dom blijft dom), of zit er groei in? Kan een lelijk eendje toch nog een zwaan worden? Met deze en andere vragen houden wij onderwijswetenschappers ons bezig en proberen vanuit de theorie van de wetenschap en de praktijk van alledag verstandige antwoorden te vinden. Maar nu zijn daar de breinwetenschappers die met MRI-scans en PET-scans naar binnen kunnen kijken en onze hersenen aan het werk zien.

Hoe intelligenter, hoe dommer
En wat blijkt? Hoe intelligenter het kind, hoe later de rijping van de frontale cortex plaatsvindt (E. Crone, 2008). Dit lijkt een paradox. Zoiets als: hoe slimmer, hoe dommer, want belangrijke aspecten van onze intelligentie spelen zich af in de frontale cortex. Dit behoeft nadere verklaring en daarom volgen wij de bevindingen van E. Crone in het puberende brein. Zij verwijst naar een publicatie van Shaw, P. et al (2006) in Nature, 440, 676-679 waaruit blijkt dat de grijze stofdikte bij kinderen met superieure intelligentie later piekt dan bij kinderen met hoge en gemiddelde intelligentie. De onderzoekers vonden dat met name de frontale cortex nog aan het rijpen is gedurende de adolescentie.

 

Grijze cellen
Dit klinkt wat ingewikkeld, maar het betekent het volgende: de grijze cellen nemen toe in de kinderjaren, totdat de piek is bereikt. Deze pieken vallen samen met zogenaamde “gevoelige perioden”. Bekend zijn de pieken in de temporale cortex, waar de taalgebieden liggen. Jonge kinderen leren zo gemakkelijk een tweede of zelfs  derde taal omdat er tijdelijk een surplus aan grijze hersencellen is. Daarna worden de niet gebruikte cellen “gesnoeid”. Ze sterven af. Dan wordt het brein als het ware gereorganiseerd en in de volgende jaren neemt de efficiëntie toe. Dit duurt  ongeveer tot de leefijd van 22 jaar. 
Het afsterven van grijze cellen in de talencentra vindt plaats aan het begin van de pubertijd. Het leren van een nieuwe taal wordt dan een stuk moeilijker  Zo is het ook mogelijk dat het ene kind heel goed is in het maken van staartdelingen als ze 11 is, terwijl het andere kind dat pas op 13-jarige leeftijd kan. En op 18-jarige leeftijd kunnen ze dan weer even slim zijn.

 

Onrecht aan laatbloeiers
Dit zijn autonome ontwikkelingen die buiten de invloed liggen van ouders en kinderen. Ik kan dan ook alleen maar concluderen dat het huidige onderwijssysteem ernstig onrechtvaardige elementen in zich bergt. We hebben het onderwijs immers zodanig georganiseerd dat iedereen in de tijd gelijk opgaat. Maar dit is heel nadelig voor kinderen die zich later dan gemiddeld ontwikkelen. Iedereen kent bijvoorbeeld wel laatbloeiers bij wie het uiteindelijk allemaal goed kwam. Maar bij hoeveel van deze laatbloeiers is het niet goed gekomen?

 

Expeditiemodel
Ik heb in mijn lange onderwijsloopbaan veel kinderen zien slagen, maar ook helaas veel kinderen onterecht zien mislukken. Op deze leerlingen focus ik. Voor deze leerlingen wil ik graag oplossingen zoeken. Natuurlijk op de eerste plaats in hun belang. Maar het is ook in het belang van onze maatschappij dat wij leerlingen helpen hun talenten te ontwikkelen en hun doelen te bereiken. Ik heb daarom een model ontwikkeld dat ik het expeditiemodel noem en dat ik afzet tegen het huidige veldloopmodel. Op 10 november 2010 heeft het SER MAGAZINE hierover bericht.

Wilt u meer weten over het expeditiemodel? Stuur een mail of stel vragen  bij dit artikel.

 

32 REACTIES

  1. DAg Henk,

    met belangstelling jouw artikel gelezen waarin je schrijft over het ‘expeditiemodel’. Ben benieuwd wat je hiermee bedoeld. Wil graag meer weten.
    Hartelijek groet,

    Gerard Rozing

  2. Zeer herkenbaar. Laatbloeiers. Ik heb na mijn lagere school (steeds te horen gekregen: jij kunt veeeeel beter, als je wil) de volgende scholen gehad: gymnasium (2 jaar, afgeschopt) Atheneum 2 en 3 (afgeschopt: geen mentaliteit zgn) 4 mavo (!) Directeur die mij snapte: geslaagd met lof; darna havo: geslaagd met lof. Zie hetzelfde gebeuren met mijn oudste: gaat dalijk naar middelbare school. We laten hem in elk geval niet te hoog inzetten. Maar kun je tegenwoordig nog wel doorstromen van mavo naar havo naar VWO? Dan “verlies” je 2 jaar die net nodig zijn om je brein te laten ontwikkelen.

    Gr. Ruud

  3. Ruud. Ik heb dit ook meegemaakt. Toen het op havo, mavo allemaal mis was gegaan ben ik eerst geen werken. Toen in 18 was, stimuleerde een vriend mij om naar de avondschool te gaan. Daar haalde ik achtereenvolgens mavo, havo en vwo. Sinds vorig jaar ben ik Meester in de Rechten. Dr. Witteman heeft gelijk. Er is veel is in het onderwijs.

  4. WHartelijk dank voor alle artikelen. Ik ben door uw presentatie op de conferentie ‘Het puberbrein’ erg enthousiast geraakt door uw verhaal over het expeditiemodel. Ik heb ernaar gezocht op het Internet, maar kon niets vinden. heeft u meer informatie hierover?
    Ik ben als sectorleider van het VWO bezig met toetsing en zou het model graag met mijn collega’s bespreken.
    Naam nij redactie bekend.

  5. Dag Henk,
    Ik heb het artikel in het SER-Magazien over jouw aanbevelingen voor verandering van het onderwijs d.m.v een expediemodel gelezen. Ik was al erg geïnteresseerd in jouw ILS. Naar ik van je heb begrepen is het nieuwe expeditiemodel er een verbetering van.
    Mijn vraag: “Heeft dit expeditiemodel een speciale naam?” Ik kom namelijk veel artiekeln op internet tegen waarin het expeditiemodel (vaak versus het veldlopmodel) wordt belicht. Zijn er artikelen door jou over geschreven?” Ik wil me er graag beter op oriënteren.
    Geweldige presentatie trouwens van jou op 8 decembet op het congres Passend Onderwijs!

  6. Jan S. en sectorleider VWO.
    Dank voor jullie bjdragen. Ik ben nog aan het bekijken hoe het “expeditiemodel” onder de aandacht kan worden gebracht. Er worden gesprekken gevoerd met het APS om het model verder uit te werken. Op dit ogenblik zijn er ook twee VO-scholen bij betrokken. Ik heb de hoofdredactie van Onderwijsvanmorgen voorgesteld er een serie artikelen aan te wijden. Maar dit kan pas ergens in februari 2011 van start gaan. Verder zal ik in april 2011 dit onderwerp presenteren tijdens een SBO-congres. Natuurlijk kunnen scholen mij altijd uitnodigen voor een interssante (mid)dag.

  7. Geachte heer Witteman,
    Met belangstelling heb ik uw symposium gevolgd bij het Seminarium voor Orthopedagogiek vrijdag 5 november op de UT in Enschede. De uitleg over de werking van het brein heeft mijn kijk op leerprocessen veranderd. Sommige zaken zie ik nu anders en ga daar zelf nu ook anders mee om omdat ik het herken.
    Mijn vraag gaat over expeditiemodel versus veldloopmodel.
    EEGA is een bijzonder instituut waarin wij proberen leerlingen die in het beroepsonderwijs zijn uitgevallen op te pakken, te laten slagen voor specifieke deelcertificaten (passend onderwijs), te wapenen met werknemersvaardigheden en te begeleiden naar en op de arbeidsmarkt. Uitvallen staat daarbij niet in ons woordenboek (dat wil niet zeggen dat dit nooit gebeurt). Dat lijkt haast een beetje op een expeditiemodel. Is zo’n setting en poging voor u interessant als casus expeditiemodel? Heeft u zin in een bezoek en/of meer informatie over ons? Ook wij zijn zoekend naar en hoe we onze trajectdeelnemers nog beter kunnen helpen en zouden uw opmerkingen weer handvatten voor ons kunnen bevatten.
    Kortom kan ik uw interesse wekken voor ons bijzondere instituut om eens te komen kijken?

  8. Ik ben een trouwe lezer van onderwijsvanmorgen.nl. Maar dit artikel vind ik een van de belangrijkste tot nu toe.Voor mij is het een echte eye-opener. Ik heb hetzelfde meegemaakt met een zoon als Ruud die een soortgelijke reactie instuurde. Mijn zoon mislukte op de mavo, bloeide pas op na zijn 16e en is nu psycholoog! Dit artikel moet mensen aan het denken zetten. Het idee van een expeditiemodel kan in ieder geval een kader gaan bieden voor een WERKELIJKE REVOLUTIE IN HET ONDERWIJS

  9. Hr Witteman. Waar kan ik meer vinden over het expeditiemodel? Betekent dit dat in dit model leerlingen en docenten gezamenlijk verantwoordelijk worden voor de resultaten? Ik ben nieuwsgierig.

  10. Dag Henk. Interessant thema dat je daar aansnijdt. Voor laatbloeiers hadden we vroeger overigens ook nog het avondonderwijs, zoals jou maar al te bekend is!
    Wat betreft het thema puberbrein, er is nog een aspect dat sterk afhankelijk is van de breinontwikkeling van leerlingen: keuzeprocessen van profielen en vervolgopleidingen in het voortgezet onderwijs. Alle ROC’s hebben danig last van de grote switch van opleidingsrichting van leerlingen gedurende het eerste jaar. Als belangrijkste reden hiervoor wordt meestal aangevoerd dat de loopbaanbegeleiding van de leerlingen die moeten kiezen voor een vervolgopleiding, niet altijd goed gebeurt in het VO. Maar naarmate ik me verder verdiep in die problematiek word ik ook moedelozer: kinderen van een jaar of 16 kunnen eenvoudigweg nog niet zo gefundeerd kiezen als we zouden willen. Neuropsychologisch is hun brein te vaak nog niet toe aan de noodzakelijke keuzeprocessen. Noodzakelijke, omdat wij in onderwijsland verwachten dat een leerling bij het betreden van het het mbo/hbo/ uni die keuze wel goed gefundeerd gemaakt heeft. In wezen dus dezelfde probleemoorzaak die jij schetst aangaande leerprocessen. Ik ben benieuwd of jouw expeditiemodel ook in dit probleem soelaas kan bieden.
    Vriendelijke groet, Paul Peters.

  11. Paul Peters, beste Paul mag ik wel zeggen. Tot 1990 waren wij collegas, jij was rector van het avondcollege, ik was directeur van het dag-avondcollege voor MEAO. Wij waren zelfs enkele jaren in hetzelfde gebouw aan de Diepenbrockstraat in Heerlen gevestigd. Dat is inmiddels 20 jaar geleden. Het doet me genoegen te horen dat je kennelijk nog actief bent. Maar ja, “old soldiers never die” en wij beiden zijn nog niet van plan “to fade away. Op de problematiek van het kiezen of de onmogelijkheid daarvan kom ik in een van de komende artikelen nog terug. Jammer dat we dit vroeger allemaal niet wisten. Eigenlijk hadden wiuj het toen gemakkelijk. Wij gaven gewoon de leerlingen de schuld! Met de nieuwe kennis van nu moet daarom het roer om. Neem eens contact op. Ik maak graag een afspraak met je. vr. groet, Henk

  12. Oproep! Er komen mails en telefoontjes binnen bij Henk Witteman. Hij vraagt vragen vooral te stellen via de site. In de komende kerstvakantie heeft Henk extra tijd vrijgemaakt om vragen te eantwoorden. Verder zal hij op 12 april een presentatie geven bij het congres Puberbrein van het SBO. Deze vindt plaats in het WTC in Rotterdam.

  13. Het expeditiemodel doet me aan het Interactieve Leergroepensysteem denken. Zijn er verbanden? Ik lees namelijk dat er over leerstijlen wordt gesproken. Klopt dat?

  14. Interessant bericht. Herkenbaar voor mij persoonlijk en de mensen die ik in mijn carriere ben tegengekomen.
    Zelf was ik een zg “laatbloeier” (wat dat overigens ook moge zijn), deed MAVO, HAVO en NLO (Moller-Instituut) in Tilburg. Daarna op de Avondschool in Venlo gewerkt en bij gebrek aan werkgelegenheid in het bedrijfsleven terecht gekomen. Veel mensen op de avondopleiding en in het bedrijfsleven tegengekomen die naast een full-time baan nog aan het studeren zijn gegaan omdat het in het reguliere onderwijs op de een of andere manier niet gelukt was. Sommigen zijn trouwens op mijn aanraden weer (of verder) gaan leren. Nu zit ik weer 8 jaar in het reguliere voortgezet onderwijs, maar kom de uitvallers nog altijd tegen en misschien nog wel meer dan eerst . VMBO verplicht mensen die praktisch georienteerd zijn te veel met theoretische vakken bezih te zijn. Ik ben geen voorstander van “vroeger”, maar in de context van het puberbrein werd al onwetende een grote groep leerlingen beter bediend en kregen een betere tweede kans aangeboden dan nu.
    Een en ander verdiend meer aandacht dan nu. Ben een warm voorstander van meer willen weten wat pubers bezig houd, maar ben een nog grotere voorstander om hier (eindelijk) iets mee te doen. Onderwijsconcepten zijn er al veel te veel, maar toegeven dat de meeste hun doel voorbij schieten is er zelden. Prettige feestdagen.

  15. Rolf, mijn geschiedenis lijkt op dat van jou. Ik mislukte op de HBS, hoewel ik op de lagere school altijd de beste van de klas was. Toen ik van de HBS af moest ben ik bij mijn vader in de zaak gaan werken. In 1958 ging ik in militaire dienst. Toen ik in 1959 uit dienst kwam ging ik naar de avond HBS. Tegelijkertijd begon ik aan een studie Engels MO A.In 1961 haalde ik beide staatsexamen en werd ik leraar aan een HBS. In 1967 haalde ik MO B Engels. Later heb ik ook nog doctoraal gehaald (met lof). Het was duidelijk dat ik tot meer in staat was dan wat mijn leraren van die tijd van mij dachten. Ik denk dat ik dit kon omdat de meesters en juffouwen van de lagere school altijd zeiden dat ik slim was. Toen ik op de HBS toch voor dom werd versleten, wist ik wel beter. Ik had vertrouwen in mijn mogelijkheden. Helaas zie ik bij mijn kleinkinderen nog dezelfde zaken als die ik meemaakte. We zijn eer in 50 jaar niet op vooruit gegaan.

  16. Hendrik – Je verhaal is duidelijk en zeer herkenbaar. Het wordt er inderdaad niet beter op. Toch blijf ik optimistisch, reden waarom ik me in blijf zetten, nog wekelijks in de klas zit. Ik zie de docenten worstelen en zet mijn kennis en ervaring in om tot een werkelijke onderwijsverbetering te komen. Tegen docenten zeg ik vaak: “Jullie werken te hard, jullie trekken de kar van het onderwijs, de leerlingen zitten op de bok. Het lijkt wel of zij sturen. Dat moet andersom”. En als ze me dan vragen aankijken zeg ik soms: “Jullie moerten de managers zijn van het onderwijsleerproces, En hebben jullie managers ooit zien werken? Nee, goede managers werken niet, zij laten werken. Kijk maar eens om je heen!” Dit is de basisgedachte achter het expeditiemodel. De rol van de leraar moet fundamenteel herzien worden. Er zijn al heel wat vragen geweest van lezers en docenten over de aard van het expeditiemodel. Wees ervan verzekerd dat we hiermee binnenkort naar buiten komen. Leg jullie zorgen neer bij dit artikel, kom met tips, laat niet na jullie problemen van alledag hier neer te leggen. Hoe meer informatie, hoe beter.

  17. Dit artikel geeft belangrijke informatie. Als leerlingen zich in verschillende tempo’s ontwikkelen en als het waar is dat de frontale cortex zich bij een deel van de leerlingen later rijpt, dan is het niet meer dan rechtvaardig dat leerlingen niet meer getest worden op de kennis die zij beheersen op enIg moment in vergelijking met anderen, maar dat gemeten wordt hoe hun kennis is TOEGENOMEN sinds de vorige meting. DAN GAAT IEDEREEN VOORUIT! De een wat meer dan de ander afhankelijk van bijvoorbeeld de myelinisering van de axonen die de neuronen met elkaar verbinden. DAT ZOU PAS VOORUITGANG ZIJN. NIEMAND WORDT DAN NOG GEDISKWALIFICEERD!

  18. Margje. Het zou inderdaad veel beter zijn de TOENAME van kennis als uitgangspunt te nemen bij het geven van cijfers. Hopelijk zal het er ooit van komen. Het zou veel meer recht doen aan de inspanningen van leerlingen. Onderlinge vergelijking zoals nu gebeurt leidt tot winnaars en verliezers (veldloopmodel). We doen kinderen hiermee onrecht.

  19. Citaat uit KNAPLASTIG, uitgegeven door APS en Snor.
    Een vrouwelijke docent interpreteert het gedrag van een jongen snel verkeerd en vice versa. Hoe zit dat?
    “Het gaat meer om eenzijdig interpreteren dan om verkeerd interprteren. Eenzijdig interpreteren begint bij jezelf, bij je eigen ervaring. Gedrag dat je niet bij jezelf herkent, zie je snel als verkeerd gedrag. Dat iss een valkuil.”

  20. Hr Witteman. Heel belangwekkend zo’n expeditiemodel. Volgens mij zou dit model kunnen leiden tot een grote mentaliteitsverandering op alle fronten, bij directies, bij docenten, maar ook bij leerlingen. Verantwoordelijk voor elkaar, want dat beeld roept het woord “expeditie” bij me op. Klopt dat? Krijgen we hier mee over te horen? Welke rol gaat het APS spelen? Wij hebben goede ervaringen met het APS.

  21. Hr Witteman – De breinwetenschappen confronteren ons met nieuwe inzichten die onze kijk op leerlingen en leren de komende jaren dramatisch gaan veranderen. Altijd weet u mij weer te boeien met uw artikelen mijnheer Witteman. Ik ben ook benieuwd naar het expeditiemodel en vooral wat dit model kan brengen voor Nederlands als tweede taal, inburgering en omgaan met diversiteit. Uw goede vriend prof. dr. Nico Schraag vertelde mij onlangs nog tijdens een telefoongesprek dat u daar heel veel in kunt betekenen. Langs deze weg wens ik u een prettige jaarwisseling en veel werkplezier in 2011. Vrolijke groet vanuit een sfeervolle Kop van Overijssel Francine Hendriks 😉

  22. Francine Hendriks, je verrast me steeds weer met je positieve reacties. Het zijn natuurlijk de lezers en zeker de lezers die regelmatig reageren die het mogelijk maken dat er op deze site interessante en bevlogen artikelen verschijnen. Daarvoor mijn dank. Ik hoop dat we in 2011 weer regelmatig contact hebben. Ik geef ook regelmatig presentaties in het hele land. Mogelijk zien we elkaar daar een keer persoonlijk. Fijne feestdagen en een mooi 2011. Groet, Henk. Doe de groeten ook aan collega Nico Schraag.

  23. Trudy – Je vroeg naar het “expediiemodel”. Samen met enkele scholen en het APS zijn we dit model in de steigers aan het zetten. Ik verwacht dat we binnen afzienbare tijd met (delen van) het concept naar buiten komen. Het model beoogt te komen tot meer leerrendement en efficiënter gebruik van de OCW-middelen.

  24. IDr. Witteman – Ik was blij verrast te zien dat het Magazine van de Sociaal-economische Raad (SER) melding maakt van het “expeditiemodel”. Ik denk dat veel scholen nieuwsgierig zijn naar de praktische uitwerking van dit model. Dat een goed bekend staande organisatie als het APS hieraan meewerkt geeft vertrouwen. Ik wens u veel succes en hoop dat onderwijsvanmorgen hierover spoedig informatie gaat geven.

  25. Francine Hendriks – Zinspraak. Het EXPEDITIEMODEL is vooral bedoeld voor het jeugdonderwijs. Het heeft alles te maken met de rijping van de prefrontale cortex. Zeker tot de leeftijd van 16 jaar hebben kinderen begeleiding en veiligheid nodig. In het expeditiemodel willen we een uitgekiende pedagogiek en een uitgekiende didactiek met elkaar verenigen. De intensiteit van het expeditiemodel neemt af na het 16e jaar, omdat de leerling zich dan voorbereidt voor voortgezette, vaak hogere studies en voor deelname aan het maatschappelijk leven. Omgaan met meer eigen verantwoordelijkheid, een hogere mate van zelfregulatie staan dan centraal.

  26. Het Reformatorisch dagbliad wijdt aandacht aan de relaties tussen ouders en pubers. Het blad bepleit een open en eerlijkke houding van beide partijen, wij citeren:
    “Wanneer ouders alleen maar willen dat pubers naar hen luisteren, is het niet vreemd dat er problemen ontstaan. Er is dan geen sprake van een open en eerlijke communicatie. En die is juist onmisbaar in de omgang met en de opvoeding van de puber.

    Het is goed wanneer ouders een reeks vragen over hun puber eerlijk beantwoorden: Hoe is onze relatie? Bieden we voldoende warmte? Vindt hij troost in het gezin? Is er respect voor zijn ideeën, zonder het altijd met hem eens te zijn? Stimuleren wij zijn zelfredzaamheid? Voelt hij zich gesteund in zijn beroepskeuze? Houden we van de puber zoals hij is?

    In de opvoeding zijn er altijd twee belangrijke partijen: ouders en kinderen. Bij de beoordeling van de opvoeding moet dus ook naar de gedragingen van beide partijen worden gekeken. Ongewenst gedrag van de puber kan het gevolg zijn van een verkeerde opvoeding. Ouders moeten dus ook hun eigen houding onder de loep nemen en hier eventueel verandering in aan brengen.

    Wanneer ouders erkennen dat ze mogelijk zelf onderdeel van het probleem zijn, kunnen zij werken aan een oplossing van het probleem. Die oplossing komt er niet als zij zich aan deze verantwoordelijkheid onttrekken.

    Een van de meest voorkomende fouten van ouders is dat ze in een woordenstrijd met hun pubers verwikkeld raken. Zo’n woordenstrijd is vaak uitputtend en levert geen enkel voordeel op. Het is van belang het kind niet doorlopend te confronteren met dreigementen of vernederende beschuldigingen. En vooral: probeer niet de hele tijd op het kind te vitten. Pubers vinden het vreselijk als hun vader of moeder hen negatief bekritiseert.” Eiinde citaat

  27. Berichtje van een moeder van twee laatbloeiers. Beide goede jongens qua karakter en een brede interesse en belangstelling. Leren op school?? Nummer 1 van 19 liep stuk in het MBO omdat hij eigenlijk nooit geleerd heeft wat leren is en gaat nu een eerst een jaartje werken om wat volwassener en minder lui te worden. Nummer 2 zit voor de 2e keer in 2e klas TL/HAVO en vindt veel dingen belangrijker of leuker dan de zaken die voor school gedaan moeten worden. Uitstellen, vergeten of het niet maken van huiswerk lijkt hij de normaalste zaak van de wereld te vinden.Expeditiemodel zou volgens mij voor beide jongens een hele goede en stimulerende manier zijn geweest om wel tot leren te komen. Helaas vindt de school dat nog een stapje te ver gaan en past liever andere maatregelen toe. Na een foutenanalyse alsnog een voldoende voor een toets krijgen dat kan toch eigenlijk niet???Volgens mij bereik je met het bekrachtigenvan goed gedrag juist veel meer dan met straffen en al helemaal bij pubers.

  28. Goed van de redactie om alle artikelen eens bij elkaar te zetten. Ik heb ze indertijd met plezier gelezen. Waarom maakt Malmberg er geen boekje van? Bijvoorbeeld: het beste uit (reader’s Digest) uit onderwijsvanmorgen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here