Personalisatie in Australië, Canada, Europa, de VS én Nederland

2


Gepersonaliseerd leren staat volop in de belangstelling. Niet alleen in Nederland, maar over de hele wereld. En al staat het vakgebied nog in de kinderschoenen, toch is er al het nodige onderzoek verricht. In het rapport ‘Personaliseren in het Leren, een Internationale Schets’ zetten NMC Horizon en Kennisnet de belangrijkste internationale bevindingen en ontwikkelingen op een rijtje.

Wereldwijd houden onderzoekers en ontwikkelaars zich bezig met het ontwikkelen en verfijnen van analysesoftware, wat gebruikt kan worden om individuele leerprocessen te meten en begrijpen. Ook het aantal pilots en experimenten op scholen over de hele wereld neemt flink toe. In dit artikel een internationale schets van onderzoeksbevindingen en vernieuwende methoden in Australië, Canada, Europa, de VS en natuurlijk Nederland.

Australië
In Australië ligt de focus met betrekking tot gepersonaliseerd leren niet op het verbeteren van resultaten en terugdringen van uitval, maar op het vergroten van de betrokkenheid van iedere leerling en de effectiviteit van het leren. Australische scholen werken op uiteenlopende manieren aan deze doelen. Bijvoorbeeld door leergemeenschappen te ontwikkelen, één-op-één-programma’s uit te rollen, multidisciplinaire programma’s en projecten te organiseren en door samenwerkingsverbanden met andere organisaties, waaronder bibliotheken.

Op het gebied van learning analytics is Australië – als gevolg van bezorgdheid over privacy- en veiligheidsaspecten – nog niet bijster actief. Toch zijn er wel voorbeelden te vinden. Zo krijgen studenten aan de medische faculteit van de Universiteit van Melbourne real-time input – aan de hand van door chirurgische simulatoren gegenereerde data – bij het oefenen van chirurgische ingrepen. Een ander voorbeeld is MathSpace. Dit programma houdt bij hoe leerlingen een wiskundig probleem aanpakken, geeft gepersonaliseerde feedback aan de leerlingen en verstrekt analytische rapporten aan de leerkracht.

Canada
In Canada wordt al sinds 2008, door George Siemens en Stephen Downes aan het National Research Council of Canada, onderzoek gedaan naar learning analytics. Siemens en Downes zijn bezig met leer- en prestatieondersteunende systemen die aansluiten bij persoonlijke en individuele leerbehoeften. Doel is dat leerling hun eigen maatwerkprogramma’s kunnen opbouwen. Dit project moet de juiste data opleveren om een nationale verschuiving van klassikaal naar gepersonaliseerd leren teweeg te brengen.

Ook zijn er verschillende andere initiatieven om dat voor elkaar te krijgen. Zo is gepersonaliseerd leren in British Columbia één van de vijf speerpunten in het provinciale onderwijsplan: leerlingen worden verantwoordelijker voor hun eigen prestaties en moeten een actieve rol gaan spelen in de vormgeving van hun eigen onderwijs. Een eind verderop, in Toronto, is de Greenwood College School bezig met het personaliseren van het onderwijs. Daarover houdt de school een interessante blog bij; onder meer over leerstrategieën die de school als effectief ervaart.

Europa
Europa is erg actief op het gebied van (onderzoek naar) gepersonaliseerd leren. Zo richt het door de Europese Unie gefinancierde project weSPOT zich op het bevorderen van onderzoekend leren, door aan te sluiten bij de nieuwsgierigheid en persoonlijke interesses van leerlingen. Momenteel lopen er pilots en proeftuinen in vijf Europese landen. In Noorwegen loopt momenteel een proef met een virtuele wiskundeschool voor twee groepen leerlingen: leerlingen die zo goed presteren dat ze wel wat extra uitdaging kunnen gebruiken én risicoleerlingen die behoefte hebben aan extra begeleiding en motivatie. Dergelijke nationale en internationale projecten vinden overal in Europa plaats.

Ook educatieve uitgeverijen en scholen investeren volop in gepersonaliseerd leren. Zo werken onder meer uitgeverij Malmberg en de Noorse uitgeverij Gyldendal samen met Knewton aan adaptieve leeroplossingen: respectievelijk aan adaptief lesmateriaal voor Engelse grammatica en adaptieve rekenproducten. Daarnaast gebruikt de Peltosaari-school in Finland het progressive inquiry-model: leerlingen buigen zich over uitdagende opdrachten en presenteren in groepjes hun eigen ideeën en oplossingen.

Verenigde Staten
In de Verenigde Staten zijn alle sectoren van het onderwijs bezig om gepersonaliseerd leren in praktijk te brengen. Zo wordt onder leiding van verschillende staten hard gewerkt aan afspraken over gegevensstandaarden en de compatibiliteit van verschillende systemen ten behoeve van uitwisseling van leergegevens. Deze inspanningen worden gezien als belangrijke stap richting ‘big data’-achtige inzichten: niet alleen ter verbetering van het leerproces en de toetsing daarvan, maar ook ten behoeve van het leerrendement en het onderwijsbeleid.

Op schoolniveau zijn in de VS veel ontwikkelingen gaande die de moeite waard zijn om te volgen. Zo ontwikkelde de high school Summit Denali een eigen competentie- en leerlinggericht systeem – college and
career readiness system – waarin de ontwikkeling van kennis, vaardigheden en succesgewoonten van leerlingen wordt afgezet tegen de eisen van een vervolgopleiding. Een andere high school, Hilliard Darby, werkt met een game-achtig menu waarin leerlingen uit verschillende, in meer of mindere mate uitdagende opties kunnen kiezen om een bepaald leerdoel te bereiken: voor een presentatie krijgen leerlingen meer punten dan voor het invullen van een werkblad.

Nederland
Qua ontwikkelingen komt Nederland overeen met wat er in Europa en in de VS gaande is. Desalniettemin zijn er verschillende specifiek Nederlandse en/of Nederlandstalige initiatieven op het gebied van gepersonaliseerd leren. Denk aan de Nederlandstalige versie van Bettermarks, een adaptieve wiskundemethode. Of Snappet: software voor de tablet die leerresultaten bijhoudt en inzicht biedt in de voortgang van iedere leerling: zowel aan de leerling zelf als aan de docent.

Ook in het voortgezet onderwijs zijn de ontwikkelingen omtrent personaliseren in volle gang. Zo past een aantal scholen onder de naam Zo.Leer.Ik het Zweedse ‘Kunsksapsskolan’-onderwijsmodel toe. Daar staan de persoonlijke doelen, ambities en capaciteiten van de individuele leerling centraal. Pleion-scholen focussen zich op authentieke leerervaringen en de relevantie voor het de echte wereld (evidence based) en de iScholengroep houdt zich intensief bezig met de ontwikkeling van goede digitale leermiddelen.

Tot slot is er ook een aantal educatieve uitgeverijen die werken aan gepersonaliseerd en/of adaptief leren. Uitgeverij Malmberg startte begin april op 20 scholen met Score!: een pilot met adaptief lesmateriaal voor Engelse grammaticaonderwijs. Dit lesmateriaal, gebaseerd op de adaptieve leertechnologie van Knewton, biedt iedere leerling een gepersonaliseerde leerweg. Lees verder

Heeft u een vraag of opmerking over gepersonaliseerd en/of adaptief leren? Plaats dan een reactie via onderstaand reactieformulier.

Bronvermelding: Johnson, L., van Wetering, M.W., Adams Becker, S., Estrada V. en Cummins, M. (2015). Gepersonaliseerd leren in Nederland, Australië, Canada, Europa en de VS: NMC Horizon Project – Strategic Brief. Nummer 2.1, januari 2015. Austin, Texas: The New Media Consortium; en Zoetermeer: Stichting Kennisnet.

2 REACTIES

  1. Een opmerking aangaande het stukje over snappet. Het lijkt me een leuk idee dat, als leerlingen moeite hebben met een bepaald vak/onderwerp, ze bij een medeleerling terecht kunnen. Zo stimuleer je het kennis uitwisselen, en hang je er meteen een sociaal aspect aan vast.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here