Een initiatief van Malmberg

De kracht van woorden: basisprincipes voor motiverend taalgebruik

Welk moment uit jouw schooltijd is je altijd bijgebleven? Goede kans dat het een uitspraak van een leraar betreft, positief of negatief. Leerkrachten hebben de gave om indruk te maken op leerlingen en hun zelfvertrouwen. Met deze basisprincipes van Paula Denton houd jij je taalgebruik positief en motiverend.

We vroegen mensen om hun meest memorabele ervaringen met een leerkracht te delen. Uit de meer dan zeventig reacties blijkt de impact die woorden kunnen hebben in de klas. Zo schrok Inger* zich rot toen haar leraar ineens op hoge toon ‘jij kunt véél meer dan je denkt!’ naar haar riep. Juist door die verrassende intonatie liet de opmerking haar niet meer los. Op cruciale momenten in haar leven denkt ze er in positieve zin aan terug. Bij Debbie maakte de opmerking ‘als je beter je best doet, kun je het wel’ veel indruk, juist door een negatieve ondertoon. Opmerkingen in de trant van ‘doe geen moeite, je gaat het toch niet halen’ werden als demotiverend en schadelijk ervaren, zelfs jaren later nog. Andersom geldt dat een simpel motiverend duwtje in de rug de start van een succesverhaal kan zijn. Zoals bij Ineke, die in 1967 twijfelde of zij als meisje de techniek in moest gaan. ‘Een jongen met jouw lijst zou geen seconde aarzelen’, zei haar docent, waarna Ineke de knoop doorhakte en voor een bètarichting koos. ‘Zij heeft mijn toekomst bepaald’, zegt zij.

De impact van taal

De manier waarop je tegen leerlingen spreekt, maakt dus indruk, zowel qua inhoud als intonatie. Niet per se verrassend, maar wel iets waar je je bewust mee kunt bezighouden. Paula Denton, doctor op het onderwijsgebied, stelde in haar boek The Power of Our Words: Teacher Language That Helps Children Learn enkele basisprincipes op voor positief en motiverend taalgebruik in de klas.

1. Wees direct

Als je zegt wat je bedoelt, leer je leerlingen dat ze je kunnen vertrouwen, schrijft Denton. Sarcasme en indirecte communicatie komt volgens haar vaak voor in de klas, soms uit ongeduld of om grappig te willen zijn. Als voorbeeld noemt ze een techniek die ze zelf veel gebruikte, maar afzwoer omdat recht voor zijn raap zijn beter werkt. ‘Ik probeerde leerlingen te laten doen wat ik wilde, door te benoemen wat ik goed vond aan het gedrag van ándere leerlingen in de klas’, schrijft Denton. Als deze techniek al werkte, dan was dat alleen omdat de betreffende leerlingen de anderen gingen nadoen in de hoop ook goed gevonden te worden. Niet omdat zij intrinsiek gemotiveerd werden door de leerkracht om zelf te veranderen. ‘Later leerde ik om een leerling altijd direct toe te spreken.’

Sarcasme in de klas is altijd schadelijk, schrijft Denton, en kan leerlingen in verlegenheid brengen. Je brengt er volgens haar je positie, als autoriteit die de emotionele veiligheid in de klas beschermt, mee in gevaar.

2. Uit je vertrouwen

Door er in je communicatie vanuit te gaan dat leerlingen goede bedoelingen hebben en willen luisteren en leren, verhoog je de kans dat zij zich hier ook naar gaan gedragen. Laat in je vraagstelling al blijken dat je erop vertrouwt dat de leerling competent is. Door vervolgens positief gedrag specifiek te benoemen, wordt de leerling bevestigd in zijn zelfvertrouwen.

3. Focus op actie in plaats van abstractie

Termen als ‘respect’ en ‘verantwoordelijkheid’ krijgen voor leerlingen pas betekenis als ze deze woorden kunnen koppelen aan concrete acties, zegt Denton. Welke acties horen bij een klassenregel als ‘respecteer elkaar’? En hoe zien die eruit in verschillende situaties? Bij het focussen op actie is het belangrijk dat je de nadruk legt op gedrag, en niet op karakter of houding. Denton noemt een voorbeeld uit haar eigen praktijk: ‘Ik had een leerling die steeds slecht werk afleverde, terwijl hij duidelijk beter kon. In mijn frustratie zei ik “volgens mij geef je er niks om”. Hoewel het mij opluchtte, hielp het de leerling niks.’ Volgens Denton kan zulk taalgebruik er juist voor zorgen dat het kind jouw (wellicht onterechte) observatie internaliseert als zijnde de waarheid. Beter is het om een positieve uitdaging voor te leggen, die aanstuurt op hetgeen de leerling al kan.

4. Houd het bondig

‘Leerlingen begrijpen meer als we minder zeggen’, schrijft Denton. Je kunt de gedragsregels van een les nog eens uitleggen in een lange dialoog, met voorbeelden en oplossingen, maar dan is de kans groot dat ze afhaken. Een simpele vraag als ‘wat is een goede manier om naar de gymzaal te lopen?’ werkt volgens de psycholoog activerend, omdat je leerlingen vraagt nog eens na te denken over dat wat ze (als het goed is) al weten.

Op welke manieren houd jij je taalgebruik positief en motiverend? Deel je ervaringen met ons via onderstaand reactieformulier.

*Namen zijn bekend bij de redactie.

Welkom! Hier kan je discussiëren over het onderwijsnieuws, tips uitwisselen, vragen stellen en inhoudelijk bijdragen aan artikelen. Reacties die niet in overeenstemming zijn met onze richtlijnen worden geweigerd. Het kan even duren voordat jouw reactie zichtbaar is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerd

Advertentie

Volg OvM

0 K
volgers
0 K
volgers
0 K
likes
0 K
volgers

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Onderwijs van Morgen. Dan houden we je maandelijks op de hoogte van onderwijs ontwikkelingen, trends en tips.