Een initiatief van Malmberg

‘Hoog- of laagopgeleid’: stop ermee!

Iedere keer als het onderwijs in het nieuws is, als de adviesgesprekken in groep 8 plaatsvinden of als je iemand erover aanspreekt op straat, komen de termen terug: je bent hoog- of laagopgeleid. Deze kwalificaties kunnen voor leerlingen kwetsend en zelfs schadelijk zijn. Het is goed om ons af te vragen of deze benamingen anno 2021 wat betreft definitie en inhoud nog wel kloppen. En als ze niet meer kloppen, welke benamingen voor de verschillende niveaus kies je dan?

Zet de leerlingen bij elkaar

Innovatiestrateeg Marianne Zwagerman haalde de media door tijdens de Leadership Experience in 2018 fel te reageren op een vraag uit het publiek, waarbij de term ‘lager geschoold personeel’ werd aangehaald. ‘Deze leerlingen krijgen hun leven lang te horen dat ze “laag” zijn. Het gaat over vakmensen die dingen kunnen, die een ander nooit zal kunnen’, zei Zwagerman. In een artikel van Intermediair gaf ze bovendien aan: ‘Zelfs de gebouwen voor vmbo en havo/vwo in een school zijn apart. Zet die leerlingen bij elkaar, want ze kunnen heel veel van elkaar leren.’

Praktisch of theoretisch opgeleid?

Ook de wethouders van met name de grote gemeentes worstelen al een tijd met de juiste termen voor de verschillende onderwijsniveaus. Ze willen graag af van de term ‘laagopgeleid’, maar het is nog zoeken naar een alternatief. In veel gevallen kiezen de gemeentes voor ‘praktisch of theoretisch opgeleid’. Toch voldoen deze termen niet, omdat een huisarts bijvoorbeeld ook een praktisch beroep heeft, maar ook heel veel theorie heeft geleerd.

Ouders gaan voor een ‘hoger’ advies

Dat de term ‘laagopgeleid’ een negatieve invloed heeft op leerlingen, is bekend. Maar het is niet altijd de maatschappij die dit veroorzaakt. Bij een groot aantal adviesgesprekken, aan het eind van de basisschool, zijn het de ouders die alles in de strijd gooien. Zij willen aan de leerkracht een ‘hoger’ advies ontfutselen, dat eigenlijk niet bij de leerling past. En zij schromen niet om hun kind een extra IQ-test te laten doen of op eigen houtje met een havo of vwo in gesprek te gaan. Terwijl 89 procent van de brugklasdocenten in een representatief onderzoek aangaf kinderen in de klas te hebben, die te hoog waren geplaatst. Naar schatting was zo’n 7 procent van de leerlingen in de klas te hoog ingeschat.

Alles is nog mogelijk

Basisonderwijzer Sjoerd van den Berg voert jaarlijks adviesgesprekken met leerlingen en hun ouders. Hij gebruikt daarbij vaak twee voorbeelden van oud-leerlingen. De een kreeg een mavo-advies, ging naar de havo en maakte twee rechtenstudies af. De ander startte op het vwo, wisselde van opleiding en werd schilder. En allebei hebben een baan waarmee ze gelukkig zijn. ‘Met andere woorden: alles is nog mogelijk als je op de middelbare school zit.’

Welke term dan wel?

De vraag, waarover veel onderwijsspecialisten zich nu buigen, is: welke termen zijn dan wel geschikt? Moeten we er wel een etiket op plakken? Een lastige discussie, waar nog geen antwoord op is gevonden dat iedereen tevredenstelt.

Als jij nieuwe termen zou mogen bedenken, welke zouden dat dan zijn? Of welke termen en woordkeuzes gebruik je zelf? Laat het ons weten via onderstaand reactieformulier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerd

Advertentie

Volg OvM

0 K
volgers
0 K
volgers
0 K
likes
0 K
volgers

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Onderwijs van Morgen. Dan houden we je maandelijks op de hoogte van onderwijs ontwikkelingen, trends en tips.