Mediaonderwijs over de grenzen

0

Dit najaar publiceerde Kennisnet het rapport ‘Mediaonderwijs over de Grenzen’. In het rapport ligt de focus op de landen Finland, Zweden, Groot-Brittannië en Nederland. Onderling zijn deze landen goed met elkaar te vergelijken. Daarnaast vullen ze elkaar qua beleid goed aan. Naast inzicht in de aanpak van deze landen komt in dit rapport duidelijk naar voren dat docenten over het algemeen nog vrij onzeker zijn over mediaonderwijs.

Finland: zelfwerkzaamheid is de kern
In Finland zijn momenteel meer dan honderd organisaties bezig met mediaonderwijs. Veel van deze organisaties doen dezelfde dingen. Op dit moment onderzoekt het Finnish Centre for Media Education and Audiovisual Media (MEKU) hoe deze organisaties gericht samen kunnen werken. Er is geen nationaal curriculum maar een kerncurriculum met algemene doelen. De kwaliteit van het onderwijs ligt daardoor in handen van de docent.

 

Uit het rapport blijkt dat veel van hen onzeker zijn over het gebruik van digitale technologie. Vooral als het gaat om de pedagogisch-didactische aspecten van het gebruik. Toch staat zelfwerkzaamheid centraal: “Maar ons doel is niet om veel materiaal te maken. Wij willen dat docenten dat zelf doen. Waar het ons om gaat, is dat docenten het mediaonderwijs inpassen in hun eigen pedagogisch-didactisch denken, en in hun dagelijkse bezigheden. Het promoten van specifiek materiaal is geen kerntaak voor ons,” aldus Saara Pääjärvi van het MEKU. Wel wordt er, onder andere door de Nationale Onderwijsraad, veel onderwijsmateriaal ontwikkeld. Zelfwerkzaamheid blijft echter typerend voor het Finse onderwijs.

Zweden: verstopt in het curriculum
Ook in Zweden heerst nog veel onzekerheid onder docenten. Volgens Peter Karlberg, werkzaam bij de centrale autoriteit voor het onderwijs, heeft dit te maken met de in korte tijd hoge verspreiding van digitale technologie. 91% van de docenten kan gebruik maken van digitale technologie in de klas. Scholen hebben hier ondersteuning bij nodig en dat is lang niet altijd het geval. Voor veel docenten is het allemaal erg snel gegaan. ‘Hoe controleer je het gebruik van verschillende media?’ en ‘Wat is ethisch online gedrag en wat is veilig?’ zijn vragen waar veel docenten mee worstelen.

 

Op pedagogisch-didactisch vlak missen docenten de vaardigheden om gedegen mediaonderwijs te kunnen verzorgen. Daarnaast weten veel docenten niet hoe zij dit onderwijs in hun vak kunnen integreren. Dit komt mede doordat mediaonderwijs ‘verstopt’ zit in het curriculum: de term wordt nergens als zodanig gebruikt. Daardoor zijn alleen docenten die er oog voor hebben zich bewust van het belang van mediaonderwijs.

Groot-Brittannië: schaarse traditie
Al vanaf de jaren zeventig biedt Groot-Brittannië facultatief het vak media studies aan op middelbare scholen. Daardoor zijn er docenten die in de loop der jaren een bovengemiddelde expertise op hebben gebouwd. De keerzijde is het aantal leerlingen dat voor dit vak kiest: slechts zeven procent van de middelbare scholieren. Ook in het algemene lesaanbod is er veel aandacht voor mediageletterdheid. Maar steun vanuit de overheid is er nauwelijks, waardoor docenten die er niets mee doen door niemand verantwoordelijk gehouden worden.

 

Volgens mediaonderwijs-expert Andrew Burn komt goed mediaonderwijs voornamelijk voort uit een lange traditie op die specifieke school. In Groot-Brittannië is er dan ook geen overheidsinstantie die zich volledig toelegt op mediaonderwijs. Wel is er een algemene sterkte focus op ICT-vaardigheden en digitale geletterdheid, maar deze is overwegend defensief: ouders willen bescherming. Daardoor komen de andere meer creatieve aspecten van mediaonderwijs niet aan bod. Volgens Burn is dit het gevolg van verwarring over wat mediaonderwijs nou precies in zou moeten houden.

Nederland: versnipperd
In Nederland gebeurt, zowel vanuit de overheid als vanuit verschillende andere instanties, veel op gebied van mediawijsheid. Misschien zelf te veel, want het aanbod is en blijft redelijk versnipperd. Onder docenten en in de media is er veel aandacht voor mediaonderwijs en het verbeteren en integreren ervan. Vooral onder docenten in opleiding is er veel behoefte aan meer training. Geen enkele leraren- of docentenopleiding behandelt namelijk alle competenties uit het ‘competentiemodel mediawijsheid’ (Mediawijzer).

 

Maar ook op middelbare scholen zelf worden serieuze pogingen ondernomen om het mediaonderwijs beter te verankeren in het lesprogramma. Dit gebeurt onder andere door het inzetten van mediacoaches: ‘iemand die het mediabeleid van een school op zich neemt, en daarbij vakdocenten faciliteert en begeleidt, mediaprojecten en ouderavonden organiseert, en contact houdt met buitenschoolse partijen.’ Door de Europese Commissie is het aanstellen van een mediacoach uitgeroepen tot best practice om het mediaonderwijs beter te organiseren.

 

Over onzekerheid onder docenten in Nederland wordt geen woord gerept. Betekent dit dat Nederlandse docenten zelfverzekerd genoeg zijn over het integreren van mediaonderwijs in hun lessen? Of wordt er simpelweg te weinig over gesproken? Lees voor meer informatie over verschillende succesvolle projecten en initiatieven, de Europese visie op mediaonderwijs en meer het hele rapport.

 

Herken jij als docent de onzekerheden over inzet van mediaonderwijs? En deel jij de voorkeur voor een vakoverschrijdende aanpak? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here