Po, vo of mbo Mbo JOB-monitor: meer oor voor mbo-studenten

JOB-monitor: meer oor voor mbo-studenten
J

Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) geeft elke twee jaar een monitor uit. Deze monitor is het resultaat van een grootschalige peiling onder mbo-studenten. Aan de nieuwste monitor hebben ruim 260.000 studenten meegedaan. Hoe tevreden is de mbo-student? Lees de belangrijkste conclusies.

Sinds 2001 wordt dit tevredenheidsonderzoek al gedaan. De vorm en inhoud van deze elfde monitor is dit jaar iets anders waardoor de gegevens niet een-op-een vergelijkbaar zijn met de monitor uit 2018. Ook de website waarop de resultaten per school gepubliceerd staan is compleet vernieuwd, zodat dit een stuk overzichtelijker is geworden.

‘Deze resultaten zijn er in eerste instantie speciaal voor de studentenraad. Door middel van de monitor krijgen zij meteen een goed beeld van wat er op hun school of opleiding speelt, en waar zij onder andere met het College van Bestuur over kunnen praten, met de JOB-monitor in de hand’, aldus Jordi van de Visch (JOB-bestuur).

Uit de JOB-monitor blijkt dat scholen steeds beter luisteren naar de mening van studenten. Ten opzichte van 2018 is dat een stijging van 7 procent. Studenten weten hun vertegenwoordigers in de studentenraad ook beter te vinden.

Belang van de monitor

De monitor werd dit jaar in Nieuwspoort gepresenteerd en aan minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) aangeboden. Van Engelshoven noemt het een bron van informatie: ‘Het voegt echt iets toe aan het beeld over de kwaliteit van het onderwijs. Ervaren studenten het ook zoals wij het bedoelen?’.

Het onderzoek is breed opgezet en gaat over diverse onderwerpen: algemene tevredenheid, medezeggenschap, stage, omgeving/sfeer, studenten met een beperking, onderwijs en begeleiding, leermiddelen en lessen. Enkele conclusies springen eruit.

1. Stage

De stagebegeleiding vanuit school laat nog wel te wensen over. Studenten van een beroepsopleidende leerweg (BOL) lopen tijdens hun studie één of meerdere stages bij een bedrijf. Slechts een derde van de BOL-studenten is positief over de voorbereiding op hun stage en 1 op de 5 studenten vindt lastig een stageplek. Bij de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) werkt de student in een bedrijf en volgt meestal één dag in de week lessen bij een onderwijsinstelling. Bijna 25% van de BBL-studenten is ontevreden over de aansluiting van schoolopdrachten op hun werk. Over de stages zelf is gemiddeld driekwart van de mbo-studenten positief.

2. Discriminatie

Uit onderzoek van Maastricht University (2018) blijkt dat het voor studenten met een niet-westerse migratieachtergrond een stuk moeilijker is om een geschikte stageplek te vinden. JOB is hierover met de mbo-raad en het ministerie van OCW in gesprek. De minister gaat hiertegen optreden: ‘Bij duidelijke bewijzen van discriminatie kunnen we de erkenning van een leerbedrijf intrekken. Het is pijnlijk dat het zo’n hardnekkig probleem in de samenleving is.’

‘We willen erkenning en bewustwording van discriminatie goed onder de aandacht brengen. We willen ook zoveel mogelijk signalen krijgen. Die kunnen we bundelen en daarmee gaan we onder meer naar de werkgevers’, aldus JOB.

3. Onderwijs en begeleiding

In het totaaloordeel voor onderwijs en begeleiding is 44% van de studenten positief en 19% negatief. Meer dan de helft van de studenten geeft een positief oordeel over de manier waarop docenten lesgeven. Opvallend is dat er veel verschil zit tussen de niveaus. Hoe hoger het mbo-niveau is, hoe minder positief het totaaloordeel voor onderwijs en begeleiding. Van de entreestudenten geeft 64% een positief totaaloordeel, terwijl dat in niveau 4 op maar 42% ligt.

Over het onderdeel begeleiding is 48% van de studenten positief. Het blijkt dat het voor scholen echt loont om, naast het onderwijs, goede begeleiding te bieden aan de studenten. Als studenten de begeleiding tijdens hun opleiding goed vinden, dan beoordelen ze de opleiding bijna twee punten hoger dan wanneer dit niet zo is. Daarnaast is dit jaar voor het eerst gevraagd wat studenten vinden van het nut van de lessen voor hun toekomst. We zien dat bijna de helft (49%) hier positief over is, en 18% negatief.

4. Keuzedelen

De kern van keuzedelen is dat studenten zich verdiepen in hun vak of breder om zich heen kunnen kijken, ter oriëntatie. Zo kunnen hun diploma’s beter aansluiten op de arbeidsmarkt en helpen de keuzedelen bij eventuele doorstroom. Over de keuzedelen is 27% van de mbo-studenten negatief: in de praktijk blijkt dat er weinig keuze is of keuzedelen worden opgelegd. Scholen hebben, sinds de introductie in 2016, moeite met het goed organiseren van de keuzedelen. Dit schooljaar (2020/2021) zijn de keuzedelen officieel aan het examen toegevoegd. Over de inhoud van de keuzedelen is een kwart van de studenten negatief. Er is wat dat betreft weinig verbeterd ten opzichte van 2018.

Herken je de door JOB onderzochte problemen? Laat het ons weten via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf hier je reactie
Vul hier je naam in

Meer van deze auteur

Gerelateerd

Advertisment

Meest gelezen

8x creatieve tips om tafeltjes oefenen

1 x 8= 8, 2 x 8 = 16, 3 x 8 = 24 en ga zo maar verder. Het eindeloos oefenen van tafeltjes...

Top 5 online toets- en quiztools

Wil je de les meer pit geven? Of misschien extra oefeningen bieden? Met digitale toets- en quiztools kan het allemaal. Er zijn er alleen zoveel...

5x leuke taalspelletjes

Actief en spelenderwijs met taal bezig zijn draagt bij aan de motivatie van leerlingen om te leren. Het loont dan ook om naast de...