Een paar weken geleden was het De week van het vakmanschap. De MBO-raad liet daarom in die week onderzoek doen naar de ervaringen van (oud-)studenten van het mbo, werkgevers en stagebegeleiders. De conclusie is positief: de meeste mbo’ers zijn goed voorbereid op de start van hun loopbaan.
De weg naar de eerste baan
Twee derde van de ondervraagde mbo’ers heeft na het afstuderen een baan in het vakgebied van hun studie gevonden, blijkt uit het onderzoek. Best verrassend, omdat in het onderzoek ook staat dat een kwart van de mbo’ers vooraf geen goed beeld van de opleiding had. Deze studenten geven aan dat zij op het keuzemoment vaak nog (te) jong waren en hierin graag meer begeleiding vanuit hun middelbare school hadden gehad.
De opleiding sluit voor de meeste studenten aan bij hun toekomstige werk. Zo geeft 65% van de studenten aan tijdens de opleiding voldoende praktische en theoretische vaardigheden te hebben geleerd om hun toekomstige werk goed te doen. Toch is er ook ruimte voor verbetering: de lesstof in de technische en digitale sector is aan actualisatie toe en er is behoefte aan meer praktijklessen en stages.
De betekenis van een goede stageplek
Juist die verbinding met de praktijk maakt het mbo waardevol, vinden de studenten. Twee derde van de ondervraagden noemt stages expliciet als het meest waardevolle onderdeel van hun opleiding. Studenten die positief terugkijken op hun stages, ervaarden een prettige werksfeer en kregen soms ook een baan aangeboden op hun stageplek. Studenten die geen goede stage hadden, noemen als problemen: een gebrek aan leerzame taken, onvoldoende begeleiding en het missen van waardering en betrokkenheid.
De bevraagde werkgevers zijn positief over de werkhouding en frisse ideeën van stagiairs. Zij raden mbo-instellingen wel aan nóg meer aandacht te geven aan de praktijk en basisafspraken (op tijd komen, telefoondiscipline).
Het mbo is dus goed in staat om leerlingen voor te bereiden op hun toekomstige loopbaan, vooral door de stages in de praktijk.

