VIDEO'S leerstijlen en vakdidactiek Expeditiemodel 3 – Onderwijsregime II in de bovenbouw

Expeditiemodel 3 – Onderwijsregime II in de bovenbouw
E

We beginnen met een verrassend filmpje. Het is een voorlichtingsfilm van de Fontys Hogeschool. De informatie is overvloedig en verwarrend. Kies daar maar eens uit. Toch gaat alles om weten, begrijpen, toepassen en competentie. Ja, het leven is ingewikkelder dan de kennisstroom doet vermoeden. Het lijkt allemaal zo simpel. En toch verwerken we al die indrukken in die vier componenten van de kennisstroom. Denk daar maar eens over na!

In het vorige artikel hebben we kennis gemaakt met Onderwijsregime I van Boekaerts en Simons¹. In OR I spreken we van zelfstandig werken. De leerlingen ervaren autonomie, maar de docent voert de regie en houdt de leerfuncties, leerstrategieën en leertactieken in eigen hand. De docent bepaalt de doelen en dient als model voor de leerling. Dit is het meester-gezel model.

Vanuit de ontwikkelingspsychologie (Kegan, 1994)² weten we dat leerlingen van twaalf tot vijftien jaar net stadium II hebben verlaten en de weg zijn ingeslagen die uiteindelijk moet leiden naar stadium III. Het is goed om nog eens te kijken naar een artikel over de docent en de leerlingen. Hier komen de voorafgaande stadia I en II nog eens aan de orde. Pas rond het zestiende  jaar beginnen leerlingen in staat te zijn doelen te stellen, zichzelf te motiveren, hun emoties te reguleren en af te zien van onmiddellijk welbevinden.

Nu zijn ze rijp voor OR II. Boekaerts en Simons noemen dit de fase van zelfstandig leren. De docent en de leerlingen sturen het leerproces nu gezamenlijk aan. Hier vindt u een schema van de relatie tussen leerstijlen, leerfuncties, leerstrategieën en leertactieken.

Ook hebben we in het vorige artikel gekeken naar de Kennisstroom en het gebruik van de Taxonomie van Romiszowski of van de Block.

De inzet van de combinatie kennisstroom-taxonomie is mijns inziens voorwaardelijk om de expeditie op gang te houden. Deze combinatie is de kern van de veiligheid die bij het expeditiemodel hoort. Of de kennis nu wordt gehaald uit een boek, een film, uit een presentatie: u zult in staat zijn uw leerlingen met behulp  van dit gereedschap veilig naar het einddoel te brengen. Dit geldt voor de gehele schoolcarrière. Dus vanaf de brugklas tot het examenjaar. U kunt de volgende procedure hanteren:

1.           U stelt de leerdoelen vast, per semester, per schooljaar tot het eindexamen.

2.           Per leerdoel en per tijdvak ontwikkelt u taken die u brengen naar het beoogde doel.

3.           De taken houden rekening met de kennisstroom, die hoort bij Onderwijsregime II:  studietaak – discussietaak – toepassingstaak – probleem.

4.           De kennisstroom is uitgebeeld in de afbeelding rechts.

5.           Met behulp van de taxonomie gebruikt u steeds de actie(werk)woorden die passen bij de opgedragen taak.

6.           Bij uw toetsen gebruikt u weer een van de actiewoorden die bij de taak passen.

7.           Met behulp van een studiewijzer brengt u het gehele traject in beeld.

De kennisstroom in de Moderne Vreemde Talen
De kennisstroom lijkt vooral in de zaakvakken heel logisch. Maar bijvoorbeeld in het vreemdetalenonderwijs is het alleen logisch als de grammatica als uitgangspunt wordt genomen. De vraag is of dit wenselijk is. Van nature speelt taal zich af in het impliciete domein. Als je een puber een jaar in een Franstalige omgeving zet, spreekt hij of zij Frans. Daar is geen grammatica voor nodig. Professor Westhoff adviseerde de Raad van Europa over het Europees referentiekader. Lees en luister naar wat hij over het vreemdetalenonderwijs zegt.

De conclusie kan alleen maar zijn: spreek zoveel mogelijk de doeltaal. En wat ook bijzonder is: Iedereen kan talen leren: het behoort tot onze genetische make-up. Maar dit geldt alleen als de vreemde taal ook daadwerkelijk actief wordt gebruikt. Blijf reageren en help mee om het expeditiemodel te realiseren.

¹ Monique Boekaerts en P. Robert-Jan Simons, 2003. Leren en instructie, 3e druk. KONINKLIJKE VAN GORKUM
²  Robert Kegan, 1994. In Over Our Heads. Harvard University Press – Cambridge, Massachusetts

1 REACTIE

  1. Waar de vorige artikelen over het expeditiemodel veel bezoekers trokken, geldt dit niet voor dit artikel. Wat ik zo hoor, is dat de nood bij de lagere klassen urgenter is dan in de bovenbouw. Toch worden soortgelijke systemen wel toegepast in het HBO en het WO. Denk in dit verband maar aan het Probleemgestuurd Onderwijs. Het hemd is kennelijk nader dan de rok. Toch ken ik een ROC waar een dergelijk systeem wel aan de orde is compleet met simulatiebedrijf. Dit is het Koning Willem I College in Den Bosch. Zie http://www.overlinks.nl/sites/docentenwerkplaats/pagina/visie.htm Het kan dus wel, maar de noden van NU wegen kennelijk het zwaarst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf hier je reactie
Vul hier je naam in

Meer van deze auteur

Gerelateerd

Advertisment

Meest gelezen

Van patatgeneratie tot prestatiegeneratie

Wat is het verschil tussen generatie Einstein, prestatiegeneratie, patatgeneratie en generatie Z? Het overzicht is zoek, nooit eerder zijn er zoveel verschillende benamingen geweest...

Schoolleider: geef ruimte en vertrouw op je leraren

Schoolleiders Berenike Vossebeld, Angèl Chen, Mirjam van Ree en Manja Lubberhuizen deden allemaal om een andere reden mee met het onderzoek van Klassewerkplek. Hun...

8x creatieve tips om tafeltjes oefenen

1 x 8= 8, 2 x 8 = 16, 3 x 8 = 24 en ga zo maar verder. Het eindeloos oefenen van tafeltjes...