Dyslexie: diagnose of onderwijsprobleem?

2

Sommige leerlingen hebben moeite met het aanleren van het schriftsysteem; zowel met lezen als met spelling. In veel gevallen is dat een kwestie van aanleg: de erfelijke gevoeligheid voor invloed van buitenaf op het aanleren van dergelijke vaardigheden, is dan kleiner dan nodig is om zonder extra inspanning mee te kunnen draaien in het onderwijs. Daarmee is dyslexie eerst een vooral een onderwijsprobleem – en niet automatisch een diagnose.

Prof. dr. Aryan van der Leij is psycholoog en em. hoogleraar Orthopedagogiek (in het bijzonder leerproblemen) aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is expert in dyslexie en leesproblemen, auteur van verscheidene boeken, het leeshulpprogramma Bouw! en veelgevraagd spreker op congressen.

Of alle dyslectici het label ‘dyslectisch’ verdienen, is momenteel onderwerp van debat. Naar schatting heeft zo’n 3-4 procent van de leerlingen last van ernstige belemmeringen op het gebied van lezen en spelling. Al zijn er, omdat het verschijnsel in gradaties voorkomt, ook matige en milde gevallen. De positieve gevolgen van zo’n label zijn alleen dusdanig aantrekkelijk, dat de druk op het stellen van een diagnose groot is. Met name ook vanuit ouders. Zo krijgen leerlingen bijvoorbeeld meer tijd en mogen ze bij proefwerken en examens gebruikmaken van de verklankingsfunctie of spellingscorrectie op een laptop. De vraag is wat het onderwijs hieraan kan doen.

Twee methoden

Grofweg zijn er twee aanpakken mogelijk. De eerste: voorkomen dat het zover komt. Omdat potentiële dyslectici veel meer herhaling van instructie, oefening en feedback nodig hebben, vergt preventie intensieve individuele begeleiding die vroeg begint en lang wordt volgehouden. Dat betekent dat risicoleerlingen al in groep 2 instructie en oefening moet worden geboden in het aanleren van letters, lettercombinaties en woordjes. Kortom: direct aanpakken zodra duidelijk is dat de leerling via de gebruikelijke methode letters en woordjes oppikt. Dit is te constateren door die kennis te toetsen: bij voorkeur al in najaar van groep 2 en door vanaf januari/februari individuele begeleiding in te zetten.

Preventie vanaf jonge leeftijd

Dat een-op-een element kan in een klassikaal systeem voor praktische problemen zorgen. Digitale hulpmiddelen zijn in dat geval een uitkomst. Een voorbeeld daarvan is het wetenschappelijk beproefde online-computerprogramma Bouw!, dat oefening biedt aan risicoleerlingen. Om het leerlingvriendelijk te houden, zit er een tutor naast om aanwijzing te geven. Dit hoeft dat geen professionele leerkracht te zijn. Omdat de complete lees- en leertheorie in het programma zit, kunnen ouders, vrijwilligers, onderwijsassistenten of oudere leerlingen die rol vervullen. Wel vergt dergelijke preventie de nodige inzet: tutors moeten geselecteerd en begeleid worden. Bovendien is volhouden een vereiste: na groep 2 dient de training te worden voortgezet met 3-4 sessies per week, tot in groep 3 of 4 het juiste niveau is bereikt.

Aangepaste inzet van boeken en teksten

De tweede aanpak betreft leerlingen die hardnekkige problemen blijven vertonen. Deze groep leerlingen heeft behoefte aan twee dingen: veel en aangepast lezen en de inzet van compenserende middelen die begrijpend lezen en functioneel vergemakkelijken. Dit kan door middel van de aangepaste inzet van boeken en teksten. Dit kan bijvoorbeeld met het eveneens wetenschappelijk beproefde programma Begeleid Hardop Lezen. Hierbij maken leerlingen individueel of in groepjes leeskilometers onder begeleiding van een tutor. Ook luisterboeken dragen hieraan bij. Daarnaast is er software op de markt die begrip en constructie van teksten vergemakkelijkt. Bijvoorbeeld door een verklankingsfunctie voor moeilijke woorden, zinsdelen of zinnen; de mogelijkheid van opslag van lastige woorden; en van structurering en spellingscorrectie bij het maken van teksten.

Gepersonaliseerd aanbod

Ook hierbij geldt: veel doen en lang volhouden. Een belangrijke voorwaarde is dat wat er wordt aangeboden –ook als het ´schoolse kennis´ betreft – wordt aangepast aan de behoefte en de interesse van de leerling. Naast informatieve teksten kunnen dus ook spannende fictieve teksten worden gebruikt om de leesmotivatie te stimuleren. Online kan dat in principe altijd en overal, maar samenspel tussen school en thuis is aan te bevelen.

Vaste routine

Om een effectieve en integrale te ontwikkelen is de inzet van het hele schoolteam essentieel. Niet als eindig project, maar als vaste routine voor de lange termijn. Een instrument om te bepalen hoe het ervoor staat bij jou op school en welke streefdoelen gesteld kunnen worden om die routine te bereiken, is in ontwikkeling onder de naam Blauwdruk Duurzame Aanpak Leesproblemen (Van der Leij, Struiksma, & Ruijssenaars, 2019). Meer weten? Het boek Dit is dyslexie gaat uitgebreid in op wetenschappelijke kennis over diagnostiek en aanpak van dyslexie, alsmede op een aantal hardnekkige mythen en misvattingen over dit verschijnsel.

Wat zou jij te weten willen komen over de preventie en aanpak van dyslexie? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

2 REACTIES

  1. Welke interventies zijn echt ondersteunend bij het diep en blijvend automatiseren van de letters (teken klank koppeling) maar ook van bijvoorbeeld de tafelsommen.
    En hoe groot is de invloed van fixatie disparatie op het ontwikkelen van een leesprobleem. Is hier een connectie met dyslexie of niet?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here