Naam: Natasja Olde – de Vries
Leeftijd: 53
Docent: Frans
School: Ichthus College Veenendaal
Geeft les aan: havo/vwo brugklas en 2havo
Vrije tijd: bootcamp en hardlopen

Natasja Olde de Vries is pas één jaar docent Frans, maar heeft nu al een duidelijke missie: generatie Alpha gemotiveerd krijgen voor haar vak. Voor haar afstudeeronderzoek verdiepte ze zich in de behoeften van deze jongeren. Wat bleek? De motivatie is er wel degelijk, maar docenten moeten aan andere knoppen draaien dan vroeger.
Je bent pas sinds kort docent Frans, terwijl je hiervoor docent Zorg & welzijn was. Hoe is dat zo gekomen?
‘Dat is eigenlijk een bijzonder verhaal. In mijn jonge jaren heb ik Frans gestudeerd, maar met die studie ben ik gestopt toen ik trouwde en kinderen kreeg. Na een aantal jaar in de gehandicaptenzorg gewerkt te hebben, ben ik de lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn gaan doen en docent op het MBO geworden. Tijdens die opleiding ging ik steeds meer nadenken over wie ik als docent wilde zijn. Ik kwam erachter dat mijn oude droom eigenlijk nooit verdwenen was. Daarom heb ik vorig jaar de overstap gemaakt. Inmiddels geef ik Frans en studeer ik daarnaast verder voor mijn bevoegdheid.’
Voor je afstudeeronderzoek verdiepte je je in generatie Alpha. Waarom?
‘Omdat ik merkte dat ik een totaal andere doelgroep voor me had dan op het mbo. Mijn mbo-studenten waren volwassen zij-instromers die graag hun diploma wilden halen omdat ze een bepaald beroep wilden uitoefenen. In de brugklas hoorde ik vooral: “Waarom moeten we eigenlijk Frans leren?” Ik dacht eerst dat de motivatie ontbrak bij mijn leerlingen; ik wilde weten hoe ik ze kon motiveren. Daarom ben ik me gaan verdiepen in generatie Alpha. Het zijn jongeren die volledig digitaal zijn opgegroeid, voortdurend veel prikkels ontvangen en vooral willen weten wat de relevantie is van wat ze leren.’
Wat ontdekte je tijdens je onderzoek?
‘Dat de motivatie er wel degelijk is. Alleen moet je die anders activeren dan vroeger. In mijn onderzoek kwam ik uit bij de zelfdeterminatietheorie, waarin mensen groeien en presteren als er aan drie basisbehoeften wordt voldaan: verbondenheid, competentie en autonomie. Oftewel: als leerlingen zich gezien voelen, succeservaringen opdoen en ook een beetje mogen meedenken over hoe ze iets leren, neemt hun motivatie toe. Dat gaf mij het inzicht dat ik als docent veel meer invloed heb op hun motivatie dan ik aanvankelijk dacht.’
‘Laatst heb ik Franse lidwoorden geoefend met vliegenmeppers.’
Hoe heeft dat je lessen veranderd?
‘Toen ik begon, gaf ik eigenlijk les zoals ik zelf ooit zelf les heb gekregen: vrij klassikaal, met veel uitleg. Nu werk ik veel meer met korte lesonderdelen. Ik probeer activiteiten van maximaal tien minuten aan te houden, waarna weer iets anders volgt. Lange grammaticale uitleg werkt minder goed en afwisseling werkt juist een stuk beter.’
Wat betekent welbevinden voor jou als docent?
‘Voor mij begint dat bij de relatie. Ik probeer iedere leerling te zien. Ik sta aan het begin van de les bij de deur, maak een praatje of geef een compliment als iets me opvalt aan een leerling. Maar ook dat wanneer ik zie dat het even wat minder gaat met iemand, ik daar naar vraag. Ze moeten voelen dat ze welkom zijn. Als dat fundament er ligt, ontstaat er een veilig leerklimaat. Ik probeer ook altijd positief feedback te geven, zodat m’n leerlingen niet bang zijn om fouten te maken of een woord verkeerd uit te spreken. Dus: “Bijna goed, luister nog eens hoe ik het uitspreek.” Dan durven ze fouten te maken. Dat maakt echt verschil.’
Kun je een voorbeeld geven van een actieve werkvorm die je gebruikt?
‘Een van mijn favoriete hulpmiddelen is eigenlijk heel simpel: een klein blauw balletje. Als we oefenen met werkwoorden vervoegen, gooi ik dat balletje naar een leerling. Ik zeg dan een persoonlijk voornaamwoord zoals “je” of “tu” en hij of zij moet dan de juiste vervoeging van bijvoorbeeld het werkwoord “avoir” of “être” geven. Vervolgens gooit de leerling het balletje weer terug naar mij en gooi ik ‘m naar de volgende. Iedereen zit ondertussen op te letten, want het balletje kan elk moment jouw kant op komen. Soms vliegt het tegen het plafond of vangt iemand mis; dat levert altijd hilariteit op en zorgt voor een leuke sfeer. Ondertussen zijn ze wel actief bezig met de leerstof. Het mooie is dat zo’n eenvoudige werkvorm beweging, aandacht en plezier combineert. Uit onderzoek blijkt ook dat “bewegend leren” ervoor zorgt dat je de stof makkelijker onthoudt.’
Welke andere spelvormen gebruik je in de les?
‘Laatst heb ik Franse lidwoorden geoefend met vliegenmeppers. Twee leerlingen staan dan voor het bord waar ik alle lidwoorden opgeschreven heb. Ze moeten zo snel mogelijk met hun vliegenmepper op het juiste lidwoord tikken als ik een land in het Frans opnoem. Ik zeg bijvoorbeeld “Pay-Bas”, en dan moeten zij zo snel mogelijk op “les” tikken. De andere leerlingen doen vanzelf actief mee; ze vragen zelfs of zij als volgende naar voren mogen komen. Er ontstaat zo een gezonde competitie. Voor je het weet ben je tien minuten verder en heeft iedereen geoefend zonder dat het als oefenen voelt.
‘Dat geeft direct antwoord op de vraag van veel leerlingen: waarom moet ik eigenlijk Frans leren?’
Ook heb ik het kwartetspel van de lesmethode Bravoure in de les gebruikt. Het kwartetspel gaat over Franstalige landen: waar op de wereld wordt er allemaal Frans gesproken? Dat geeft direct antwoord op de vraag van veel leerlingen: waarom moet ik eigenlijk Frans leren? Het is een wereldtaal. Op elke kaart staat bovendien een cultureel weetje over dat land. Ik heb toen gezegd: aan het einde van de les wil ik dat jullie van elk land een paar weetjes kunnen noemen. Het kwartetspel bleek daarmee een effectieve werkvorm, omdat het niet alleen de inhoud op een speelse manier aanbiedt, maar ook inspeelt op de basisbehoeften van leerlingen: verbondenheid, competentie, betrokkenheid, plezier en relevantie. Nadat we klaar waren met het spel, vroegen m’n leerlingen direct of ze het volgende keer weer mochten spelen. Ik heb me nu al voorgenomen om dit spel halverwege volgend schooljaar weer in te zetten.’
Welke tip zou je andere docenten willen geven?
‘Kijk niet alleen naar de leerstof die je wilt behandelen, maar ook naar de behoeften van je leerlingen. Vraag jezelf af: aan welke knop ga ik vandaag draaien? Relatie, competentie of autonomie? Veel ervaren docenten hebben al allerlei creatieve ideeën, maar gebruiken ze soms niet meer omdat ze in een vast patroon terecht zijn gekomen. Juist kleine veranderingen kunnen een groot effect hebben. Deze generatie jongeren wordt soms weggezet als ongemotiveerd, maar dat herken ik niet. Je kunt als docent echt invloed uitoefenen op hun betrokkenheid. Dat maakt dit werk ook zo mooi.’
10x winnen!
Wil jij ook je leerlingen op speelse wijze activeren tijdens je Franse les? We verloten tien keer het Bravoure kwartetspel. Stuur een mailtje met je gegevens naar redactie@malmberg.nl. Winnaars krijgen uiterlijk 9 oktober bericht.

