Dit wist je nog niet over jongeren en mediawijsheid

Mediawijsheid is hot, en daarom duiken onderzoekers maar al te graag in de wetenschap achter jongeren en digitale media. Om de haverklap verschijnt er een nieuw onderzoek, met soms verrassende resultaten. Wist jij deze opvallende feiten over mediawijsheid al?

De helft van de jongeren overschat hun digitale vaardigheden

Uit welk onderzoek? Het rapport Online vaardig begint offline van de Koninklijke Bibliotheek.

Jongeren zijn behoorlijk positief over hun eigen digitale vaardigheden en krijgen nog meer zelfvertrouwen naarmate ze ouder worden. Goed nieuws, zou je denken, zij het dat hun digitale vaardigheden níet per se beter worden. 78% van de 15-jarigen denkt dat ze digitaal vaardig genoeg zijn, tegenover 46% van de 10-jarigen – terwijl slechts 39% van de totale groep het daadwerkelijk is.

Het onderzoek naar mediawijsheid onder jongeren kan beter.

Welk onderzoek? Promotieonderzoek van Natasja Griffioen van de Radboud Universiteit.

We doen al tientallen jaren onderzoek naar socialmediagebruik onder jongeren, maar veel van de gebruikte onderzoeksmethodes zijn onbetrouwbaar of ongeschikt, stelt onderzoeker Natasja Griffioen. “Jongeren wordt vaak gevraagd om in een vragenlijst aan te geven wat ze doen op sociale media, hoe vaak ze ernaar kijken en hoe lang. Maar jongeren weten aan het einde van de dag, laat staan week, echt niet goed meer wat ze allemaal op sociale media gedaan en gezien hebben. Daarnaast zijn vragenlijsten een eenrichtingsstraat: je hebt als onderzoeker geen idee hoe de vraag geïnterpreteerd wordt en je hebt geen kans om een gesprek aan te gaan met de jongeren om hun antwoorden verder uit te diepen,” zegt Griffioen in een artikel van de Radboud Universiteit. Beter gaan we het gesprek aan, vindt zij. Dat kost weliswaar meer tijd, maar geeft een veel beter beeld van de ingewikkelde relatie die jongeren met social media hebben. Die is namelijk afhankelijk van allerlei factoren zoals de persoon, de context en bepaalde bijzondere omstandigheden zoals een pandemie.

Meisjes van 14 en 15 jaar gebruiken de meeste social media veel langer dan jongens van die leeftijd.

Uit welk onderzoek? Het rapport Posten, scrollen, appen en snappen – jongeren (14-15) jaar en social media in 2019 van o.a. de Universiteit van Amsterdam.

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam vroegen jongens en meisjes naar hun socialmediagedrag en wat bleek? Meisjes besteden bijna twee keer zo veel tijd aan Instagram en WhatsApp als jongens. Überhaupt hebben bijna alle social media meer meisjes dan jongens als gebruikers, behalve YouTube: hier is het aantal ongeveer gelijk. Jongens gebruiken vaker game-platformen.

Mensen komen weinig voor elkaar op bij online pesten.

Uit welk onderzoek? Het rapport Van omstander naar ‘upstander’ van o.a. Netwerk Mediawijsheid en Erasmus Universiteit Rotterdam voor de Week van de Mediawijsheid 2022.

Voor de Week van de Mediawijsheid dit jaar doken onderzoekers van de Eramus Universiteit in het thema ‘pro-sociaal omstandergedrag online’. Oftewel: komen mensen voor elkaar op als ze online te maken krijgen met pesten of ander asociaal gedrag? Ze noemen dat ‘upstandergedrag’. Het antwoord is helaas nee, nauwelijks. Voor dit onderzoek zijn mensen tussen de 16 en de 80 gevraagd, waarvan Gen Z (16-24) nog het meest proactief was als ‘upstander’. Toch durven ook zij weinig in te grijpen uit angst om zelf het doelwit te worden of omdat ze denken dat hun acties geen verschil maken.

Ook kinderen uit groep 7 en 8 werd gevraagd wat ze van online asociaal gedrag vinden. De meerderheid zou graag willen dat we beter met elkaar omgingen online, al vindt 15% dat online gemeen doen er gewoon bijhoort.

Ouders van kinderen tot en met 6 jaar vinden mediawijsheid nog niet zo belangrijk tijdens de opvoeding

Uit welk onderzoek? Iene Miene Media-Onderzoek 2022 van o.a. Netwerk Mediawijsheid.

Kinderen krijgen in Nederland hun eerste smartphone als ze gemiddeld 8 jaar zijn. Maar ook kinderen van 0 tot 6 jaar vinden al hun weg met digitale media: zij besteden daar zo’n 1,5 uur per dag aan. Ouders zijn vooral passief betrokken, bijvoorbeeld door in de buurt te blijven, samen iets te kijken of hun kind een scherm te geven als ze zelf bezig zijn.

“Dat jonge kinderen minder directe begeleiding van hun ouders krijgen bij het gebruik van beeldschermen kan effect hebben op hun ontwikkeling. Kinderen leren vooral van media als ouders daar met hen over praten en uitleg geven of bijvoorbeeld kinderen stimuleren om te raden hoe iets afloopt of goed op te letten. Net zoals ouders bij voorlezen doen. Alleen filmpjes kijken is leuk en ontzorgt de ouder, maar het zal weinig educatief effect hebben en eerder de kans op negatieve effecten vergroten,” zegt Peter Nikken, specialist digitaal opgroeien bij het NJi en lector Jeugd & Media bij Windesheim in een artikel van het NJi.

Online shaming wordt een steeds groter probleem op scholen

Uit welk onderzoek? Onderzoek van journalistiek platform Pointer en DUO Onderwijsonderzoek & Advies.

Sommige kinderen zijn er helaas al vroeg bij; het zonder toestemming openbaar maken van ongewenste foto’s en filmpjes, oftewel online shaming. Leerlingen van groep 7 en 8 komen er al mee in aanraking, via bijvoorbeeld WhatsApp, Instagram of TikTok. Een kwart van de door Pointer ondervraagde basisscholen heeft last van online shaming, en negen van de tien middelbare scholen. Het gaat dan om naaktbeelden die rondgaan op school, of foto’s die stiekem zijn gemaakt tijdens lessen, bijvoorbeeld. Online shaming is momenteel geen vast onderdeel van het curriculum, maar leraren en zorgcoördinatoren vinden dat dat wel zou moeten, laten zij aan Pointer weten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.