De mythe van de beroepskeuzevrijheid

0

Wie of wat bepaalt wat onze jongeren gaan studeren? De jongere zelf? De ouders, het onderwijs, de overheid? De media, de arbeidsmarkt zelf, ons beeld van de toekomst of misschien gewoon het toeval? Het antwoord is ‘ja’. Uiteindelijk spelen immers al deze factoren een rol.

 

Voorsortering
We koesteren het ideaal dat onze jongeren volledige vrijheid genieten bij het kiezen van hun toekomstige studie en beroep. Daar worden ze vaak redelijk wanhopig van, maar dat terzijde. Ondertussen leiden alleen al de huidige samenstellingen van vakkenpakketten in het algemeen voortgezet onderwijs de aandacht af van alle mogelijkheden voor de toekomst. Zo zal je eerder op het idee komen om Frans te gaan studeren dan Russisch, omdat je met Frans al kennis hebt gemaakt op school. Om maar iets te noemen. Of denk aan de voorsorteringen in profielen en de numerus fixus bij bepaalde vervolgopleidingen.

 

Mythe
Volledige beroepskeuzevrijheid voor onze jongeren is dus een mythe. Een lastig te beantwoorden vraag is of dat erg is. We willen immers dat tegemoet gekomen wordt aan de toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt. Dat we bijvoorbeeld straks al die gepensioneerde leraren een avondje kienen en een dagelijkse douche kunnen aanbieden.

 

Opleiden tot werkloosheid?
Verwachte tekorten in de zorg en de bètavakken maken het verleidelijk onze jongeren te verleiden in die richtingen hun toekomst te zoeken. Dat kun je doen met promotiecampagnes, het financieel aantrekkelijker maken van studeren in tekortvakken en het lastiger of zelfs onmogelijk maken van opleidingen die – het woord is nu aan de vox populi – ‘alleen maar opleiden tot werkloosheid’. Ach, er valt best wat te zeggen voor enige sturing. Ook als ouder houd ik me daarmee bezig. Straks een beetje aardig betaald werk maakt het leven toch wat gemakkelijker.

 

Motivatie
Tegelijkertijd is het in de dynamische periode waarin we ons momenteel bevinden verdomd moeilijk te voorspellen wat we over tien, laat staan over twintig jaar nodig hebben aan werknemers. Bovendien: is een gestuurde leerling niet per definitie minder gemotiveerd dan een jongere die bewust kiest voor een opleiding? Moeten we niet uitgaan van de passie en talenten van de individuele leerling en daar de studiemogelijkheden bij zoeken? En ons geen zorgen maken omdat de markt van vraag en aanbod voor een belangrijk deel voor de regulering zal zorgen? Omscholing, aantrekkelijke salarissen of een fijne werkvloer… werkgevers hebben volop registers om de toon te zetten.

 

Die registers hebben ook de opleiders: besteed aandacht aan ondernemerschap en leg de basis voor een leven lang leren. En voor de jongere: een beetje plezier in wat je doet, goed je best doen, een scheutje mazzel en het komt uiteindelijk allemaal goed. Trust me.

 

Hoe ziet u de rol van het onderwijs in het proces om te komen tot een studie- en beroepskeuze?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here