Curriculumherziening: wat moeten onze leerlingen kennen en kunnen?

0

Op donderdag 10 oktober overhandigden 125 leraren en 18 schoolleiders van Curriculum.nu hun voorstellen voor nieuwe kerndoelen in het primair en voortgezet onderwijs aan minister Arie Slob. Voor negen leergebieden hebben zij in kaart gebracht welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig hebben. Het is de eerste keer in Nederland dat docenten zelf het voortouw nemen bij het opstellen van een integraal nieuw lesprogramma.

Deze blog is geschreven door combibaner Anja Hendriks. Naast haar baan als leerkracht in het primair onderwijs werkt ze als leraar-ambtenaar bij het Ministerie van OCW én als leraar-onderzoeker voor het LOF.

De voorstellen zijn geen concreet lesprogramma. Het zijn ‘bouwstenen’ op basis waarvan de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) onderwijsdoelen – kerndoelen en eindtermen – kan formuleren. De onderwijsdoelen beschrijven de zaken die leerlingen minimaal moeten leren. Op basis daarvan maken leraren en methodemakers hun lessen. Eerst gaan minister Slob en de Tweede Kamer in gesprek over de voorstellen. Na deze politieke bespreking volgt besluitvorming over de vervolgfase, waarin de voorstellen van Curriculum.nu worden uitgewerkt tot verbeterde onderwijsdoelen. Daarbij worden de nieuwe kerndoelen (en eindtermen) ook in de onderwijspraktijk getoetst.

Curriculum is een ‘lappendeken’

Voor iedereen is duidelijk dat de landelijk vastgelegde eindtermen en kerndoelen, die dertien jaar oud zijn en daardoor niet meer actueel, toe zijn aan vernieuwing. Daarnaast zijn de doelen voor het basis- en voortgezet onderwijs ooit los van elkaar ontwikkeld. Zo constateert De Onderwijsraad dat het curriculum in de loop der jaren een lappendeken is geworden – zonder samenhang en afstemming tussen de verschillende vakgebieden en onderwijssectoren.

Ook de Inspectie van het Onderwijs bepleit meer focus in het curriculum en heldere keuzes over de gezamenlijke doelen. Actualisatie van het curriculum biedt daarbij de kans om het overvolle programma aan te pakken, de aansluiting tussen po, vo en vervolgonderwijs te verbeteren en scholen en leraren meer richting en ruimte te bieden. In het voorstel voor het nieuwe curriculum zijn twee nieuwe leergebieden opgenomen: digitale geletterdheid en burgerschap. Ook de aansluiting van het basisonderwijs op het voortgezet onderwijs moet beter.

Wat hebben leraren hieraan?

In het po en de onderbouw van het vo bestaat het curriculum uit kerndoelen en referentieniveaus. Op basis hiervan stelt een school een onderwijsprogramma samen. Dit is het totale aanbod van vakken op een school. De leraar vertaalt dit vervolgens naar goed onderwijs in de klas. De bouwstenen leggen de basis voor het kerncurriculum en een doorgaande lijn. De Coördinatiegroep stelt voor dat ze zeventig procent van de onderwijstijd betreffen. De rest is ruimte die scholen straks zelf kunnen invullen, aansluitend bij de visie, de eigen leerlingen en omgeving van de school. Veel van de huidige onderwijsinhoud blijft daarbij onverminderd relevant. Door de kennis en vaardigheden concreter te beschrijven, wordt beter duidelijk wat ‘moet’ en krijgen scholen meer zicht op de keuzeruimte voor leraren.

En leerlingen?

Leerlingen merken straks vooral meer van de samenhang tussen én binnen leergebieden. Zij krijgen dankzij deze voorstellen meer betekenisvol onderwijs, wat actueel is en beter aansluit bij de praktijk. Het aanbod kan uitdagender worden en biedt daardoor ook ruimte voor maximale talentontplooiing.

De rol van de leraar

Leraren willen graag betrokken zijn en een stevigere rol spelen bij het formuleren van een inhoudelijke visie op goed onderwijs. Ook willen ze hun onderwijs op basis daarvan vormgeven: ook als het gaat om de inhoud van het curriculum in de school. Ontwikkeling van onderaf zien leraren als een voorwaarde voor succesvolle vernieuwing. Dat de overheid ook een rol heeft betwisten ze niet, maar ze vinden dat er tot op heden te veel van bovenaf werd bepaald.

Maar hoe ga je in je school om met de balans tussen een kern- en een schooleigen curriculum? Hoe kun je een actieve en creatieve rol hebben en beter inspelen op actuele ontwikkelingen, wetenschappelijke inzichten en de leerbehoefte van leerlingen? En wat is hiervoor nodig?

Zorg er allereerst voor dat (straks) voor iedereen in de school duidelijk is wat verplicht is en wat de vrije keuze van de school is. Voer met je team het gesprek over welke keuzes je samen zou kunnen en willen maken in die vrije ruimte en waarom je dat zou willen. Daarbij kun je het volgende doen:

  1. Zorg voor (meer) kennis over het curriculum:
    welke kennis er al in de school is en verspreid deze. Professionaliseer je samen met je team (verder) in curriculumdenken. Het uitvoeren van een herzien onderwijsprogramma is een grote, gezamenlijke inspanning. Maak samen met je collega’s een analyse van het huidige schoolcurriculum. Hoe kun je samenhang tussen vakken, onderdelen en lessen bevorderen? Waar ervaar je zelf knelpunten of overladenheid? Wat zie je als mogelijkheden om dat tegen te gaan? Waar zie je kansen voor doorlopende leerlijnen? Zo maak je meteen je professionele ruimte zichtbaar en bespreekbaar, bijvoorbeeld in de gesprekkencyclus op je school.
  2. Zorg voor een continue dialoog vanuit een heldere visie:
    curriculum.nu biedt samenhangende visies op negen leergebieden. Met deze visies kun je regelmatig gesprekken voeren over de bedoeling van het onderwijs op je school. Zo ontstaat een continu en cyclisch proces. Ga met elkaar in gesprek over een toekomstgericht curriculum; op regelmatige basis en vak- en schooloverstijgend. Wat willen we dat onze school toevoegt aan de ontwikkeling van onze kinderen? Onderzoek en analyseer zélf eventuele problemen en zoek samen naar oplossingen (dialoogfunctie van onderzoek).
  3. Sluit aan bij innovatie die al gaande is:
    koppel de curriculumherziening aan een onderwijskundige en/of didactische vernieuwing die op jouw school is ingezet. Denk met elkaar in curriculumtermen, zodat jullie in onderwijskundige gesprekken het niveau van lessen, leerjaren, vakken en identiteit overstijgen. Gebruik hierbij de Curriculumwaaier.
  4. Denk bij de aanschaf of ontwikkeling van materialen alvast vanuit het toekomstige curriculum:
    maak keuzes vanuit een onderwijskundige en didactische samenhangende visie en kijk naar wat over het relevante leergebied in de voorstellen is beschreven.

In de onderwijspraktijk

Curriculumontwikkeling is een continu proces dat veel tijd kost. Veel scholen moeten de werkprocessen en randvoorwaarden die kunnen zorgen voor een steviger positie van leraren nog optuigen. Het vraagt in veel teams en scholen om een cultuuromslag, doordat curriculumontwikkeling (nog) geen vanzelfsprekend onderdeel van het takenpakket van leraren is Zij moeten hiervoor nog echt hun verantwoordelijkheid nemen. Ook op de lerarenopleiding moet voldoende aandacht komen voor ontwikkeling als taak.

Meer weten?

Curriculum.nu organiseert in november diverse webinars waarin je inhoudelijke vragen kunt stellen over elk leergebied. Inschrijven kan hier.

Weet je hoeveel keuzeruimte er bij jou op school is? En wat wordt volgens jou de grootste uitdaging met betrekking tot curriculumherziening? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here