DOEL
Het doel van deze werkvorm is dat leerlingen grootheden, eenheden en bijbehorende symbolen herkennen en onthouden.
KOPPELING AAN LESFASE
Deze werkvorm past vooral bij de fase van oefenen en verwerken. De memory kan ook gebruikt worden om voorkennis te activeren (geschikt voor klas 3).
TIJD
15 – 20 minuten, afhankelijk van het aantal memorykaarten en de nabespreking
BENODIGDHEDEN
- Eén set memorykaarten per twee tot vier leerlingen
- Schaar
- Stevig papier (papier dat niet doorschijnt)
- Eventueel: antwoordenblad
- Eventueel: lamineerhoezen
VOORBEREIDING
- 1. Kies grootheden en eenheden die aansluiten bij de behandelde lesstof.
Maak steeds twee kaarten die bij elkaar horen, bijvoorbeeld ‘massa’ en ‘m’. - Print de kaarten uit op stevig papier. Zorg dat het papier niet doorschijnt!
Knip de kaarten uit en lamineer ze eventueel. Leg per groepje een complete set klaar.
UITVOERING
- Verdeel de klas in groepjes van twee tot vier leerlingen.
- Laat de leerlingen de kaarten schudden en laat de leerlingen de kaarten met de tekst naar beneden neerleggen.
- Een leerling draait twee kaarten om en leest beide kaarten hardop voor. Is het paar juist? Dan houdt de leerling de kaarten en mag deze nog een keer. Is het geen paar? Dan worden de kaarten weer omgedraaid en is de volgende leerling aan de beurt.
- Het spel eindigt wanneer alle kaartparen zijn gevonden.
- Bespreek eventueel na afloop welke grootheden, eenheden en symbolen gemakkelijk met elkaar te verwarren zijn.
DIFFERENTIATIE
- Speel de memory met alleen de grootheden en hun symbolen óf alleen met de eenheden en hun symbolen.
- Geef de kaarten die onder de grootheden vallen dezelfde kleur. Doe hetzelfde voor de eenheden en de symbolen. (Alle grootheden zijn bijvoorbeeld rood, alle eenheden zijn bijvoorbeeld geel en alle symbolen zijn bijvoorbeeld groen.)
- Laat de leerlingen kwartet spelen: de leerlingen verzamelen de vier bij elkaar horende kaarten.
- Laat de leerlingen bij ieder gevonden paar een meetinstrument, formule of voorbeeld noemen.
- Laat leerlingen zelf kaartjes maken bij een hoofdstuk. Laat ze vervolgens elkaars memory spelen.
VOORBEELDEN
Zie bijlagen voor een format en een ingevuld voorbeeld voor leerjaar 1-2 havo/vwo.

