Engels leren op de basisschool draait om effectief communiceren en plezier hebben in de taal. Als lessen praktisch, betekenisvol en interactief zijn, kunnen kinderen al op jonge leeftijd grote stappen maken in het begrijpen en gebruiken van Engels. In dit artikel vind je achtergrondinformatie en tips voor je lessen Engels.
Didactiek
De functioneel-notionele methode (F-N methode)
De functioneel-notionele methode is de meest gebruikte methode voor Engels in het basisonderwijs. Deze aanpak richt zich op communicatie in betekenisvolle contexten en past bij wat onderzoek naar taalverwerving uitwijst: kinderen leren taal sneller als ze die vaak moeten gebruiken in herkenbare situaties. De F‑N methode motiveert kinderen bovendien meer dan klassieke grammatica‑vertaalmethoden, omdat de geleerde taal direct toepasbaar is in het dagelijks leven.
Kernpunten van de F-N methode
Taalfuncties
Communicatieve doelen zoals:
- meedelen van of vragen naar feitelijke informatie (What’s your name?)
- een mening geven of naar de mening van een ander vragen (I don’t like apples. Do you?)
- gevoelens uitdrukken (I’m happy!)
- sociale contacten onderhouden (Can I play with you?)
- spijt, waardering en goedkeuring uitdrukken (Thank you!)
Taalnotaties
Onderwerpen die kinderen helpen om taal te koppelen aan hun eigen wereld, zoals:
- vrije tijd en hobby’s
- school
- eten en drinken
- boodschappen doen
Het Engels leren op de basisschool staat in het teken van deze taalfuncties- en notaties. Een zin als Can I have a cookie, please? wordt niet geleerd als losse grammatica, maar als een functie om iets te vragen.
Thematisch werken
Door woorden en zinnen rond een herkenbaar thema te leren (zie ‘taalnotaties’) zien kinderen direct waar en hoe ze de taal kunnen gebruiken. Thematisch werken helpt kinderen bovendien om nieuwe kennis te koppelen aan wat ze al weten.
Tips en aandachtspunten
Niveauverschillen
De niveauverschillen in de groep bij Engels zijn soms groot. Thematisch werken maakt het makkelijker om hiermee om te gaan en de groep toch bij elkaar te houden. Taalsterke kinderen kunnen binnen een thema op een hoger niveau werken door bijvoorbeeld complexere zinnen te maken, terwijl taalzwakkere kinderen zich richten op eenvoudiger woorden en zinnen, waarmee ze toch de beoogde boodschap overbrengen.
In de context shopping bijvoorbeeld:
Can I have a red apple, please? How much does it cost?
An apple, please.
Engels als voertaal
Gebruik vanaf het begin van de les Engels als voertaal, niet alleen voor de lesstof, maar ook voor de klassenorganisatie. Dit zorgt ervoor dat Engels praten voor jou en de kinderen gewoon wordt. Bovendien krijgt de taal een functie. Je spreekt namelijk Engels in een realistische onderwijssituatie. Gebruik daarvoor classroom language als:
It’s time to start now!
Open your books, please.
Work in pairs.
Moedig de kinderen ook aan om zelf Engelse classroom language te gebruiken:
I don’t understand. Can you help me?
May I go to the toilet, please?
Rijke woordenschat
Bij het leren van een vreemde taal is het opbouwen van een rijke woordenschat belangrijk. Om zich de woorden eigen te maken, moeten de kinderen vaak met de woorden in aanraking komen. Zorg dus voor een groot woordenschataanbod met veel oefening en herhaling.
Essentials
Om je in een vreemde taal te kunnen uitdrukken is woordenschat alleen niet genoeg. De kinderen moeten ook oefenen met verschillende taalfuncties, zoals Where is the … Ook hiervoor is een groot aanbod met veel oefening en herhaling in verschillende contexten belangrijk.
Total Physical Response (TPR)
TPR is een methode waarbij kinderen fysiek reageren op taal. TPR is heel geschikt in de onderbouw, maar zeker ook nog in de bovenbouw. Bijvoorbeeld:
Stand up! → Kinderen staan op.
Touch your nose! → Kinderen wijzen naar hun neus.
Jump three times! → Kinderen springen drie keer.
Beweging en taal worden op deze manier gekoppeld, wat het onthouden vergemakkelijkt. Bovendien is het leuk en interactief, en dat verhoogt de motivatie.

