Een inspectieonderzoek is een spannend moment voor schoolteams. In deze kennisupdate lees je wat voor effect een negatief oordeel op een school heeft en wat in zo’n situatie kan helpen.
Een oordeel met impact
De Universiteit Utrecht heeft in opdracht van de Onderwijsinspectie onderzoek gedaan naar de gevolgen van een negatief eindoordeel op schoolteams. Volgens het onderzoek roept een slechte beoordeling sterke emoties op, iets waar de Onderwijsinspectie volgens het onderzoek meer rekening mee zou moeten houden.
De onderzoekers beschrijven vier effecten van een negatief oordeel van de Inspectie: donderslag, doorbraak, domper en duwtje. Zo kan een negatief oordeel leiden tot boosheid en machteloosheid (donderslag), erkenning van het probleem en bijbehorende verandering (doorbraak), demotivering (domper) en acceptatie en puntjes op de i (duwtje). Een oordeel dat als een donderslag aankomt, kan later weer worden ervaren als een doorbraak en andersom.
De directie speelt een belangrijke rol in de beeldvorming rondom een negatief inspectieoordeel. Een directeur kan een positieve rol spelen door het team bijvoorbeeld een gevoel van eigenaarschap te geven en door nieuwe leerkrachten aan te nemen die bijdragen aan de kwaliteit.
Negatief oordeel is niet het einde
Hoewel scholen erg bang zijn voor hun reputatie na een negatief oordeel, is dat niet altijd terecht. Ouders hechten meer waarde aan sfeer en communicatie dan aan inspectieoordelen. Toch doet een negatief inspectieoordeel erg veel met scholen. Het rapport eindigt daarom met aanbevelingen gericht aan de Inspectie, het ministerie en scholen.
De onderzoekers raden het ministerie bijvoorbeeld aan om te overwegen het label ‘zeer zwak’ te schrappen. Het oordeel leidt volgens hen tot stigmatisering en negatieve emoties in de school. Het staat daarmee kwaliteitsverbetering in de weg. Schoolteams worden aangeraden de ernst van de situatie te erkennen en aan de slag te gaan met professionalisering. Verder moeten scholen open en transparant met ouders communiceren, aldus de onderzoekers. Deze communicatie leidt namelijk niet tot (de gevreesde) leegstroom, maar zorgt juist voor vertrouwen.

