Docent van de maand
Naam: Dex Vogel
Docent: Frans
Leeftijd: 23
School: A. Roland Holst College in Hilversum
Geeft les aan: onderbouw havo/vwo
Vrije tijd: afspreken met vrienden, sporten

Met zijn 23 jaar is Dex Vogel een jonge docent, maar ervaren is-ie zeker. Naast het geven van Franse les, ontwikkelt hij lesmateriaal. Voor zijn eigen havo- en vwo-leerlingen én voor leerlingen op andere middelbare scholen. Hij is namelijk (onder meer) mede-auteur van de Franse lesmethode Bravoure.
Dex, hoe kwam je op het idee om docent Frans te worden?
‘Ik vond Frans altijd al een heel leuke en mooie taal en het ging me goed af. Toen ik zestien jaar was, was ik klaar met de havo. Ik was dus nog jong en wist niet zo heel goed welke kant ik op moest gaan. Daarom ging ik de docentenopleiding Frans doen. Door mijn stages ben ik erachter gekomen dat dat een goede keuze was; ik vond en vind het heel leuk om leerlingen wat bij te brengen.’
Je bent nog een jonge docent, hoe reageren jouw leerlingen daar op?
‘Dat is wel verschillend. Sommige leerlingen kunnen je een beetje gaan testen, met anderen – vaak de leerlingen die ik al wat langer lesgeef – heb ik een leuke band. Ik ben zelf geen docent die “popiejopie” gaat doen met de jongeren; ik hou altijd wel een professionele afstand. Misschien ook wel juist omdat ik jong ben, zodat ze me wel serieus nemen.’
Naast docent ben je educatief (mede)auteur van de Franse lesmethode ‘Bravoure’. Hoe is dat zo gekomen?
‘Toen mijn collega met zwangerschapsverlof ging, werd ik tijdelijke sectievoorzitter van onze school. In die periode had ik Malmberg aan de lijn over hun lesmateriaal. Tijdens dat gesprek vroeg ik spontaan of ze nog auteurs nodig hadden. Het leek mij heel interessant om aan een methode mee te werken en te ervaren hoe zo’n proces in z’n werk gaat. Voor het projectgestuurde onderwijs op onze school, QUEST ’21, maakte ik namelijk al lesmateriaal – ik had hier dus ervaring mee. Zo ben ik erin gerold. Het grappige is dat ik nu samenwerk met mijn eigen docent Frans die eindredacteur is voor Bravoure.
‘Tijdens dat gesprek vroeg ik spontaan of ze nog auteurs nodig hadden.’
Nu je het ervaren hebt: hoe gaat zo’n proces van een lesboek schrijven dan in zijn werk?
‘Ik kreeg eerst een proefopdracht om te kijken of ik geschikt was als auteur en of mijn schrijfstijl aansloot bij Bravoure. Toen ik was aangenomen kreeg ik een auteurstraining educatief schrijven. Dit was heel interessant en leerzaam. De methodeontwikkelaar had een schrijfplanning gemaakt en vervolgens spraken de eindredacteur en ik deadlines af voor de paragrafen die ik schreef. Hoe ik m’n tijd indeelde kon ik verder zelf bepalen. Dat was heel fijn in combinatie met het lesgeven.
Voor dit boek werkten we met twee auteurs aan een hoofdstuk. Daarvoor was het belangrijk om beiden in dezelfde schrijfstijl te schrijven. Je leest als auteur ook mee met de co-auteur van het hoofdstuk. Zo weet je waar de nadruk op ligt bij de ene paragraaf en kun je daarop inspelen bij de les die jij schrijft. Het lesmateriaal “pingpong” je vervolgens heen en weer met de eindredacteuren. Zij kijken mee, geven feedback en zorgen dat we op het juiste spoor blijven.
Het is wel echt heel gaaf om uiteindelijk het boek voor je neus te hebben waarin je jouw opgemaakte teksten en opdrachten ziet. En natuurlijk was ik trots toen ik mijn naam op de omslag zag staan. In totaal ben ik er anderhalf jaar mee bezig geweest.
Waarom doe je eigenlijk zoveel taken naast het lesgeven?
‘Ik heb altijd al graag meer gedaan naast lesgeven. Dit was een mooie zijstap. Ik ben nu bijvoorbeeld ook met mijn collega’s van moderne vreemde talen aan het bedenken hoe we de nieuwe SLO-kerndoelen kunnen implementeren binnen het onderwijs. Daar ben ik nu lessenseries voor aan het maken. Daarnaast ben ik bezig met een co-creatieproject bij NOLAI om AI in te zetten bij spreekvaardigheid, ten gunste van de spreekmotivatie van leerlingen. Ik heb dat nodig om de uitdaging erin te houden. Tijdtechnisch is dat soms wel pittig.’
‘Dan zeg ik wel dat ik daaraan meegeschreven heb. Leerlingen en collega’s reageren altijd enthousiast.’
Werk je zelf ook met Bravoure?
‘Officieel niet; wij gebruiken als school (nog) een andere methode. In de sectie ben ik wel collega’s aan het overtuigen, haha! Maar omdat ik natuurlijk ook wel benieuwd was hoe de opdrachten het doen bij mijn eigen leerlingen, gebruik ik weleens kopietjes van opdrachten uit Bravoure in de les. Ik ben niet zo’n opschepperig type, maar soms zeg ik dan tussendoor: “Toen ik deze opdracht maakte…” Dan reageren mijn leerlingen: “Maar dit is gewoon uit een lesboek!” Dan zeg ik wel dat ik daaraan meegeschreven heb. Leerlingen en collega’s reageren altijd enthousiast.’
Wat vind je het mooiste aan je werk?
‘Ik vind communicatief taalonderwijs belangrijk; dus het leren om te communiceren in een taal. Grammatica vind ik iets minder van belang. Dit omdat leerlingen, als zij in een Franstalig land zijn, dan denken: dit kan ik. Ik kán een gesprekje voeren. Als zoiets lukt vind ik dat wel heel leuk om te zien en horen. Dat motiveert mij dan ook weer. En die weg naartoe, met Bravoure of ander lesmateriaal, is mooi om mee te maken. Het omgaan en werken met jongeren en ze echt wat leren is gewoon ontzettend leuk.’
Word ook docent van de maand
Heb jij een bijzonder verhaal en wil je ook als docent van de maand geïnterviewd worden? Of wil je een collega voordragen? Laat het ons weten op redactie@malmberg.nl.
