Home » Executieve functies: denkvaardigheden

Executieve functies: denkvaardigheden

Een kind werkt zelfstandig met behulp van een time-timer

Executieve functies is een parapluterm voor een aantal vaardigheden dat nodig is voor doelgerichte activiteiten. Deze functies zijn vereist bij het schoolse presteren en zijn in twee groepen te verdelen: denkvaardigheden en vaardigheden voor gedragsregulatie. In dit artikel lichten we enkele termen toe rond denkvaardigheden en geven we je praktische tips om kinderen op dat vlak te helpen. In een volgend artikel komen de vaardigheden voor gedragsregulatie aan bod.

Werkgeheugen

Het kind is in staat om wat eerder is geleerd, toe te passen in een actuele situatie.

Zo ondersteun je het kind bij het ontwikkelen van deze vaardigheid:

  1. Vertel vooraf het doel van de les en leg uit waarom dat doel belangrijk is.
  2. Herinner kinderen bij het aanleren van nieuwe stof aan eerder geleerde stof, activeer voorkennis.
  3. Bied informatie stap voor stap aan. Beperk de hoeveelheid informatie.
  4. Vermijd afleidingen.
  5. Wissel instructietijd af met werktijd.
  6. Laat het kind de instructie herhalen.
  7. Gebruik visuele reminders zoals checklijsten, picto’s, schema’s en post-its.

Planning en organisatie

Het kind is in staat een plan te bedenken, een bepaald doel te bereiken of een taak uit te voeren.

Ondersteuning:

  1. Doorloop het proces van plannen en uitvoeren met het kind. Sta stil bij waar het goed ging en wat beter kan. Bespreek de knelpunten en zoek samen naar oplossingen.
  2. Introduceer een weekplanner en leg stap voor stap uit hoe je taken over de week kunt verdelen.
  3. Laat het kind per dag een to-do-lijst maken en laat de voortgang afvinken.
  4. Leer kinderen zichzelf vragen te stellen bij het plannen: hoeveel dagen heb je nodig om de opdracht af te maken? Heb je werktijd in de les?
  5. Plan een vast opruimmoment per week en geef positieve feedback op het ordenen.
  6. Leer het kind een mindmap te maken ter voorbereiding van een spreekbeurt of project.

Timemanagement

Het kind is in staat om efficiënt en effectief om te gaan met de tijd.

Ondersteuning:

  1. Maak gebruik van time-timers.
  2. Geef halverwege de werktijd een seintje.
  3. Geef kort voor het einde van de werktijd aan hoeveel minuten het kind nog kan werken.
  4. Laat het kind aangeven wat het belangrijkst is en dus het eerst moet gebeuren.

Metacognitie

Het kind heeft het vermogen om na te denken over het eigen denken en leren.

Ondersteuning:

  1. Stel evaluerende vragen als: hoe vond jij dat je de opdracht hebt uitgevoerd?
  2. Leer het kind vragen die het aan zichzelf kan stellen, zoals: wat is het probleem?
  3. Leer het kind inschatten wanneer het voldoende geleerd heeft. Het kind geeft zichzelf een cijfer op een schaal van 1 tot 10 hoe goed het voorbereid is.
  4. Bespreek klassikaal hoe kinderen zich voorbereiden op een toets.
  5. Stel na een toets met een hoog cijfer een evaluerende vraag, zoals: wat heb je nu anders gedaan in je voorbereiding waardoor je een mooi cijfer hebt? Complimenteer het kind met de gekozen aanpak.

Laatste onderwijsnieuws

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.