Zomerreeks motivatie: intrinsieke en extrinsieke motivatie

5

Waarom vind je iets leuk? Ben je gemotiveerd voor iets? Gaat het je om de taak zelf of om de beloning? Dus: vind je het leuk om te koken of gaat het je om het goed smakende en geweldig uitziende gerecht? In deze reeks over motivatie mogen de belangrijke begrippen intrinsieke en extrinsieke motivatie niet ontbreken. Het is belangrijk tussen deze twee vormen van motivatie onderscheid te maken. Niet alleen verschillen de motieven die aan deze typen motivatie ten grondslag liggen, maar ook het leerresultaat.

De begrippen intrinsieke en extrinsieke motivatie spelen een belangrijke rol bij het beschrijven van het begrip motivatie. Motivatie is nodig om een doel te bereiken. Het is daarmee ook de wil om een doel te bereiken. Motivatie komt of van binnen uit (intrinsiek) of wordt min of meer opgelegd (extrinsiek). We spreken van extrinsieke motivatie wanneer leerlingen bereid zijn onmiddellijk welbevinden opzij te zetten om een leerdoel te bereiken. Een beloning (goed cijfer) of een egodoel (hier komen we later op terug, zie ook het artikel over de oppervlakkige leerstijl ) is dan het motief om inzet te leveren. We spreken van intrinsieke motivatie wanneer leerlingen ervaren dat de taak op zich een beloning is. Een voorbeeld: Sem speelt iedere dag een uurtje piano, omdat zijn moeder hem heeft beloofd dat hij bij een succesvol examen een weekje naar Frankrijk mag. Sem studeert omwille van de beloning. Hij is extrinsiek gemotiveerd. Zijn zus, Yasmin, oefent ook iedere dag voor haar examen. Soms wel twee of drie uur. Zij vindt pianospelen heerlijk. Zij vindt de beloning in het pianospelen zelf. Zij is intrinsiek gemotiveerd. Intrinsieke motivatie ontstaat niet vanzelf. Er zijn een aantal voorwaarden: 1. Je bent nieuwsgierig, je vindt de taak interessant (incongruïteitsprincipe); 2. Je mag zelf beslissen of je er aan gaat werken: het wordt je niet opgelegd (autonomie principe); 3. Je hebt het gevoel de taak ook echt aan te kunnen (competentie principe). Dit lijkt negatief voor het onderwijs. Vanuit deze voorwaarden zullen maar weinig leerlingen intrinsiek gemotiveerd zijn. Want: soms interesseert de leerstof of de taak de leerlingen niet, ze hebben er geen zin in. Leerlingen mogen niet zelf beslissen of ze de leerstof al dan niet leren: geen gevoel van autonomie. Ook denken leerlingen vaak dat de leerstof of de taak te moeilijk voor hen is. Ze zullen geen gevoel van competentie hebben. En toch heeft u leerlingen die hun best doen en kennelijk plezier hebben in uw vak en in uw lessen. Dan moet er toch iets anders aan de hand zijn. In veel gevallen zullen uw leerlingen egodoelen nastreven. Hierover in het vervolg van deze reeks meer. Nog even terug naar intrinsieke en extrinsieke motivatie. Dit bepaalt niet alleen de motivatie van leerlingen en de inspanning voor een taak, maar ook voor een belangrijk deel het leerresultaat: leerlingen die intrinsiek zijn gemotiveerd onthouden de leerstof beter en hebben een diepere verwerking. Leerlingen die extrinsiek zijn gemotiveerd, richten zich vooral op de toets (learning to the test) en zijn de leerstof sneller vergeten (lege vaten model).

5 REACTIES

  1. Een zeer interessant artikel. Mijn ervaring is, dat initiële of tussentijdse extrinsieke motivatie, vaak nodig is om de intrinsieke motivatie een impuls te geven. Hiermee bedoel ik het volgende en ik sluit aan bij het voorbeeld van de pianospelende leerling. Pianospelen is, net als alle andere dingen die je leert, niet altijd even leuk. Soms kan het heel moeilijk zijn of saai (want het duurt wel even voordat je een stuk goed onder de knie hebt) en is de verleiding voor een kind groot om of niet te spelen en wat anders te gaan doen, of dat moeilijke stuk te laten liggen en die stukken te spelen die hij wel goed kan en die dus die voldoening geven. Extrinsieke motivatie in de vorm van een compliment, een opdracht toch dat stuk elke dag te oefenen, een sticker als het kind het stuk toch speelt etc. kan het kind over de drempel helpen. Het leert dan een belangrijke les dankzij de extrinsieke motivatie: als ik iets wat ik moeilijk vind toch doe, dan wordt het steeds gemakkelijker en leuker en bovendien: ik kan het toch! Ik ben beter dan ik dacht.
    Louter intrinsieke motivatie in elk leerproces zou geweldig zijn, maar waarschijnlijk een onhaalbaar doel. Echter, het is voor iedere leerkracht heel belangrijk om de motivatie van kinderen te kennen, want alleen extrinsiek gemotiveerde kinderen zullen waarschijnlijk altijd beperkt blijven in hun prestatie.

  2. Christine Reidy. Terecht stelt u dat intrinsieke motivatie niet al te veel voorkomt. Het concept “intrinsieke/extrinsieke motivatie” schept gemakkelijk verwarring. Vaak wordt intrinsieke motivatie vertaald door motivatie van binnenuit. Dat is niet altijd juist. Een kind dat graag piano speelt om haar klasgenootjes te laten zien hoe goed ze wel is, is niet intrinsiek gemotiveerd ook al komt de motivatie van binnenuit. Tegenwoordig noemen we dat een ego-oriëntatie. Het kind speekt piano om zijn of haar zelfbeeld te versterken. Men spreekt nu dan ook liever van doel-oriëntatie versus ego-oriëntatie. Het een hoeft niet persé een beter leerresultaat op te leveren dan het ander. Daarom is uw opmerking dat extrinsieke motivatie helpt bij het bereiken van leerdoelen en als opstap kan dienen naar intrinsieke motivatie zeker juist.

  3. Hoe motiveer je leerlingen is natuurlijk het belangrijkste. Het gaat immers om de relatie tussen leerling en leraar. De resultaten van een school valt of staat daarmee. Hoe demotiveer je leerlingen past ook ,volgens mij, in deze reeks. ”Faalangst hoe roep je dat op””. is naar mijn mening een aardig artikel.
    Hier de link http://www.nlspel.com/faalangsthoeroepjedatop.pdf

  4. Mijnheer Witteman bij deze nog bedankt voor uw antwoord op mijn vraag over het EXPEDITIEMODEL. Van mijn kant een andere vraag over de zomerreeks motivatie. Als ik meer wil weten over het motiveren van volwassen leerders (en met name volwassen 2e taalleerders) is deze informatie dan ook zonder meer van toepassing? Hebt u misschien nog aanvullende leestips? Misschien had ik het antwoord zelf kunnen vinden door eerst de hele reeks door te lezen, maar ik stel liever de vraag voordat ik hieraan begin. Vriendelijke groet, Francine Hendriks

  5. Francine Hendriks. Naar aanleiding van je vraag over motivatie bij leerders NT2:
    Er is geen wezenlijk verschil tussen buitenlanders die Nederlands als 2e taal doen en Nederlanders die een vreemde taal leren. Het basisprincipe moet steeds zijn: spreek de doeltaal, dus Nederlands. En verder is het oefenen, oefenen en oefenen. Hieronder versta ik niet het oefenen in grammatica. Grammatica is eigenlijk een hinderpaal bij het leren van een nieuwe taal. Het menselijk brein is zo ingericht dat wij een vreemde taal kunnen leren zonder er formeel les in te krijgen. Als je een Nederlander een jaar plaatst in een Chineestalige omgeving, dan kan hij zich na een jaar in deze nieuwe taal redden. In ons brein beschikken we namelijk over een Universele Grammatica die het ons mogelijk maakt patronen in een taal te ontdekken zonder formele (lees grammaticale) regels.
    Oefen dus vanuit de praktijk van alledag. NT2-ers de hoog opgeleid zijn en kennis hebben van de formele grammatica van hun eigen taal zullen vaak wel om grammatica vragen. Geef waarom ze vragen, maar zo min mogelijk. Zeg hun dat fouten maken normaal is en dat ze Nederlands alleen leren door fouten te durven maken.
    Wat de motivatie betreft vraag ik aandacht voor het volgende. Als NT2ers komen uit een land waar een schaamtecultuur is, dan kun je problemen krijgen met mannen als ze samen met vrouwen in een groep zitten. Vrouwen hebben gemiddeld een beter taalvermogen dan mannen en zullen daarom een taal sneller leren. Mannen zullen zich dan mogelijk gaan schamen. Aan de andere kant hebben mannen in deze culturen meer prestige en nu bestaat het gevaar dat zij zich van het leren van Nederlands zullen afwenden als zij merken dat anderen en dan met name vrouwen sneller leren. Ik zou zeggen dat aparte mannengroepen mogelijk de voorkeur verdienen. Verder complimenteer vaak. Vertel dat ze vooruitgang boeken en vraag hun naar de kwaliteiten waar ze zelf goed in zijn. Geef hun het geval dat je ze respecteert, zodat ze trots op zichzelf kunnen zijn. Groet, Henk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER