Zesjescultuur of uitblinken?

2

De helft van de Nederlandse jongeren wil voorbij aan de zesjescultuur op school. Voor de andere helft is uitblinken niet zo belangrijk, het is voor hen een ver-van-hun-bedshow. Opvallend is dat slechts een kwart van de jongeren de schoolvakken uitdagend vindt en maar één derde zegt aangemoedigd te worden door hun omgeving om uit te blinken. Succesvolle mensen uit het bedrijfsleven worden het meest genoemd als voorbeelden van uitblinkers. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Excellentiemodel, jongeren over uitblinken’ van het Platform Bèta Techniek.

 

Voor het onderzoek zijn groepsgesprekken gehouden met honderden jongeren en is een vragenlijst afgenomen bij ruim 1300 jongeren tussen 12 en 25 jaar van alle opleidingsniveaus. De resultaten zijn verwerkt tot een excellentiemodel (zie het model links). Dit model beschrijft vier typen leerlingen: de zelfbewuste generalisten, de gemaksgerichte levensgenieters, de berustende volgers en de statusgerichte toekomstplanners. Het model geeft scholen scherper inzicht in hoe zij de verschillende leerlingen optimaal kunnen motiveren om hun talent te ontdekken en optimaal te benutten.
 
Het kabinet zet in op meer excellentie in de hele onderwijsketen. Terwijl de gemiddelde en zwakkere leerlingen relatief goed presteren ten opzichte van hun internationale leeftijdsgenoten, scoren Nederlands beste leerlingen internationaal gezien relatief laag. Het ontwikkelen van eigen toptalent op allerlei terreinen is echter essentieel voor de Nederlandse kennissamenleving.

De vier typen leerlingen en hun houding ten opzicht van uitblinken:

Zelfbewuste Generalisten (39%)
Zelfbewuste Generalisten zijn breed geïnteresseerd en intrinsiek gemotiveerd om het beste in zichzelf naar boven te halen. Ze hebben vaak een duidelijk beeld van wat ze kunnen en van wat ze later willen bereiken. Uitblinken heeft in de ogen van zelfbewuste generalisten vooral positieve kanten. Excellentie is voor deze groep een breed begrip. Excelleren in het onderwijs is daarom niet altijd de meest voor de hand liggende keuze.

Gemaksgerichte Levensgenieters (34%)
Gemaksgerichte Levensgenieters zijn tevreden met hun leven en maken zich niet druk over de toekomst. Ze hechten niet veel waarde aan school en studie en zien daarom ook geen noodzaak om hierin uit te blinken. Ze staan niet negatief tegenover excelleren en presteren, maar het is voor hen ook niet belangrijk. “Met een zesje red je het ook en die goede baan komt vanzelf wel”, is hun instelling.

Berustende Volgers (16%)
Berustende Volgers houden van hun vertrouwde omgeving; ze treden niet graag buiten hun comfortzone. Zowel in hun vrije tijd als op school zijn ze niet op zoek naar uitdagingen. Ze hebben geen behoefte om uit te blinken en weten ook niet waarin ze zelf kunnen excelleren. Ze zijn bang voor de mogelijke negatieve gevolgen van excellentie, zoals kritiek, jaloezie en de sociale druk om niet op te vallen.

Statusgerichte Toekomstplanners (11%)
Statusgerichte Toekomstplanners hebben een relatief duidelijk toekomstbeeld en willen nú goed presteren om later verzekerd te zijn van succes. Ze zijn competitief ingesteld en steken graag de handen uit de mouwen. Status is belangrijk, dus factoren als geld en aanzien stimuleren deze jongeren om extra hard te lopen.

Bron: Youngworks

2 REACTIES

  1. Er zijn veel raakvlakken met de sociale stijlen Hierover heb ik indertijd een aantal artikelen op OVM geschreven. Ik heb ze even samengevat. U kunt zelf vergelijkingen maken.
    Met de vier sociale stijlen krijgt u meer inzicht in het gedrag van leerlingen, of collega’s natuurlijk. Als eerste in de reeks de promoting stijl. Mensen met deze stijl zijn spontaan, zitten vol ideeën, zijn energiek, stimulerend, creatief, enthousiast en toekomstgericht. U kent ze wel. Ze zijn vaak voorzitter van de voetbalvereniging of de personeelsvereniging en lopen graag voorop. Ook bij leerlingen valt deze stijl op: in de klas zullen zij vaak hun vinger opsteken.

    As tweede sociale stijl noem ik de controlling stijl. De controlling persoon is gericht op de taak en zoekt houvast in controle en resultaat. De promoting persoon wordt voorzitter van de tennisvereniging, de controlling persoon wordt liever secretaris.

    In het kwadrant van de sociale stijlen staat de analytical stijl rechtsonder. Personen met deze stijl zijn overwegend meegaand en taakgericht. Waar personen met een promoting of een facilitating stijl zich gemakkelijk uiten en expansief zijn, zijn personen met een analytical stijl juist terughoudend en meer gesloten. Dit geldt overigens ook voor decontrolling stijl. U kent ze wel. De wat teruggetrokken leerling die zich nauwgezet bezig houdt met zijn taken. Of uw wat rustige collega die zijn lessen zorgvuldig voorbereidt en altijd bereid is onderzoeksmatig voorwerk te verrichten ten behoeve van een docentenvergadering. Alle kans dat hij een serialistische leerstijl heeft.

    Dan is er nog de facilitating stijl. Het belangrijkste verschil met de twee andere stijlen is dat de facilitating stijl niet dominant is, maar meegaand. De facilitating persoon treedt niet graag op de voorgrond, helpt graag anderen en laat zich liever door anderen sturen.
    Ziet u verschillen en overeenkomsten met het excellentiemodel?

  2. Ik hoop niet dat we alle leerlingen moeten gaan aanmoedigen om statusgerichte toekomstplanners te worden!
    Wat is dat toch dat er nog meer labels moeten worden verzonnen als er een probleem wordt geconstateerd! Als er nou eens onderzoek gedaan zou worden naar oplossingen?
    Als “slechts een kwart van de jongeren de schoolvakken uitdagend vind ” dan lijkt me dat daar de oplossing ligt. Mijn eigen zoon in 2 gymnasium verveelt zich tijdens de wiskunde les, terwijl hij wiskunde leuk vind, en sterker nog, er goed in is. Door de verveling vind hij het intussen al geen leuk vak meer, helaas. Als hij uitgedaagd zou worden, zou hij zich niet meer vervelen, en wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van toptalent. Welke plaats in het excellentiemodel hij dan inneemt is niet eens zo belangrijk.
    Een echt interessante onderzoeksvraag zou zijn: zijn er ook klassen in Nederland waar de leerlingen geen kans krijgen zich te vervelen, en hoe doen die leraren dat? Want een uitgedaagde leerling verveelt zich niet. Misschien vind hij het vervelend om uitgedaagd te worden, maar verveling is veel erger, een werkelijke rem op de ontwikkeling.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here