Veranderingstrajecten in het onderwijs: 7 stadia van bezorgdheid

0


Op bijna iedere vo-school, waar ik het afgelopen schooljaar als onderwijskundig adviseur ben geweest, speelt de vraag: Hoe kan de ELO bijdragen aan het omgaan met verschillen tussen leerlingen? Hierbij wordt een grote diversiteit aan begrippen gebruikt en vaak is ook het gewenste eindresultaat anders omschreven. Differentiëren, personaliseren, adaptief leren, individualiseren, blended learning, één-op-één…

Dit artikel is geschreven door onderwijskundig adviseur en veranderingsdeskundige Katinka Davina

De uitdaging is niet zozeer dat veel scholen een oplossing zoeken voor min of meer hetzelfde vraagstuk, maar dat ze regelmatig (te) snel naar dezelfde oplossing grijpen: een training of workshop. In deze blog deel ik mijn bevindingen en neem ik jullie mee in de reis naar een oplossings- en denkkader voor veranderingstrajecten in het onderwijs.

‘Eventjes’ een workshop of liever goed doordacht?
Het gesprek komt meestal op gang als ik een vraag krijg met de volgende strekking: ‘Katinka, kun jij een workshop of training geven over hoe wij een praktische invulling kunnen geven aan differentiëren en personaliseren?’ Het korte antwoord: Ja, dat kan ik. En dat wil ik ook. Maar ik heb ook altijd een aantal wedervragen:

  • In welke fase van het veranderingsproces bevindt de school zich en hoe ziet de volgende fase eruit?
  • Wat is er al gedaan om docenten mee te nemen in dit proces?
  • Welke interventies en activiteiten staan er al gepland in de jaarkalender?
  • Hoe wordt er rekening gehouden met de verschillen tussen docenten?
  • Sluit de workshop aan bij andere activiteiten op het gebied van omgaan met verschillen?
  • Wat is het doel van de gewenste workshop? Overtuigen en geruststellen, aanleren van vaardigheden of delen en van elkaar leren?

Deze vragen stel ik niet om van de schoolambitie een wetenschappelijke exercitie te maken, maar juist om de school houvast te geven. Een workshop of inspiratiesessie is eigenlijk altijd onderdeel van een groter veranderingsproces. Na het helder krijgen van de doelen kan ik schoolmanagement, vaksecties en docententeams inspireren en verder helpen bij de juiste inrichting.

Concerns Based Adoption Model als houvast
In gesprekken benoem ik regelmatig het Concerns Based Adoption Model (CBAM). Het succesvol implementeren van een gewijzigde visie op en aanpak van lesgeven omvat namelijk meer dan het verstrekken van materialen, middelen en training. Elke docent zal reageren vanuit zijn of haar unieke opvattingen en overtuigingen, en elke docent zal nieuw verworven inzichten anders vertalen en gebruiken in zijn of haar lessituatie. Het CBAM biedt de schoolleiding analyse-instrumenten om effectief te reageren op de zorgen, attitudes en percepties van docenten in het omgaan met de uitdagingen van een verandering. Dit model bekijkt het veranderingsproces vanuit drie dimensies; Stages of Concern, Level of Use, en Innovation Configuration. Iedere dimensie biedt eigen instrumenten en technieken.

7 Stages of Concern: Welke zorgen leven er?
Een van de drie dimensies is Stages of Concern. Om een verandering in de lesaanpak te laten slagen, is het belangrijk om de zorgen in beeld te hebben van de docenten die belast zijn met de uitvoering. Dan pas kan het schoolmanagementteam ervoor zorgen dat elke groep docenten doelgerichte begeleiding krijgt. Iedereen reageert tenslotte verschillend op een verandering. Van stress en angst tot soms cynisme of zelfs een burn-out.

De dimensie Stages of Concern beschrijft zeven categorieën van zorgen. De zorgen van docenten die zich in de eerste fase van de adoptie van een verandering bevinden, zijn vaak gericht op zichzelf. Bijvoorbeeld of ze in staat zijn om ICT in te zetten om te differentiëren (kan ik het wel?), of hoe het hun functie zal veranderen  (ik ben docent, geen super(wo)man die alles kan met een computer). Wanneer een docent vertrouwd raakt met de nieuwe werkwijze en vaardiger is in het toepassen van de nieuwe ideeën en werkwijzen, dan verschuiven de zorgen naar de impact van de verandering. Docenten hebben dan vragen als ‘Wat zal de impact zijn op leerlingen?’ en ‘Hoe zal het de relatie met mijn collega’s beïnvloeden?’.

Hieronder staat een lijstje van typische uitspraken die horen bij elk van de zeven categorieën van zorgen. Iedere fase heeft zijn eigen kenmerken en vraagt ook om een andere benadering:

  • Niet bezorgd: “Ik denk dat ik er iets over heb gehoord, maar ik ben nu te druk met andere prioriteiten om er bezorgd om te zijn.”
  • Informatie: “Dit lijkt interessant en ik wil er wel meer over weten.”
  • Persoonlijk: “Ik ben bezorgd om de veranderingen die ik zal moeten maken in mijn routines.”
  • Management: “Ik ben bezorgd over hoeveel tijd het kost om me voor te bereiden op het lesgeven met deze nieuwe aanpak.”
  • Consequenties: “Hoe zal deze nieuwe aanpak mijn leerlingen beïnvloeden?”
  • Samenwerking: “Ik kijk ernaar uit om hierover ideeën uit te wisselen met andere docenten.”
  • Nieuwe focus: “Ik heb wat ideeën over dingen die zelfs nog beter zouden werken.”

Meer weten over het CBAM of veranderingstrajecten in het onderwijs? Bezoek de website van ItsLearning voor meer informatie.

Over de auteur
Katinka  Davina is opgeleid als onderwijskundige, heeft zich verder ontwikkeld als procesbegeleider en veranderingsdeskundige, en heeft zich de afgelopen veertien jaar gespecialiseerd in het begeleiden van projecten en het adviseren en coachen van schoolmanagement- en docententeams.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here