Tegenlicht Meet Up: ‘De onderwijzer aan de macht’

1


In ‘De onderwijzer aan de macht’ zoomt VPRO’s Tegenlicht in op drie scholen waar de vaste waarden van het huidige onderwijs ter discussie worden gesteld: het Amsterdamse Hyperion Lyceum, Niekée in Roermond en De School in Zandvoort. Om na te praten over de uitzending, organiseerde Tegenlicht onlangs een Meet Up in Pakhuis de Zwijger. De centrale vraag van die avond: Hoe kun je elke leerling het onderwijs aanbieden dat het beste bij ze past?


Naar aanleiding van die vraag ging moderator Bart Krull in gesprek met Sander Dekker (staatssecretaris van Onderwijs), Ilja Klink (De Nederlandse School), Luc Stevens (Directeur NIVOZ) en Johannes Visser (docent en correspondent Onderwijs bij De Correspondent). Als reactie op verschillende fragmenten uit de uitzending en prikkelende vragen uit het publiek werden de nodige interessante uitspraken gedaan. Onderwijs van Morgen zet er een aantal voor u op een rij:

Sander Dekker: “Wat ik interessant vind, is dat we steeds meer in staat zijn om kinderen onderwijs aan te bieden wat meer op maat, op het individu is toegesneden. Dus minder van ‘we hebben een programma, we hebben een klas van 25 tot 30 leerlingen en die krijgen allemaal verplicht op hetzelfde moment in de week les’. Dat kan anders. En ik ben er een groot voorstander van om daarmee te experimenteren en te spelen. Ik zie de mogelijkheden om dat te doen ook steeds groter worden. Bijvoorbeeld met de inzet van ict.”

Luc Stevens: “Ons onderwijssysteem is gestandaardiseerd op tijd, op ruimte, op doelen, op inhoud, op de manier van toetsen en het is ook gestandaardiseerd als het om ‘relatie’ gaat. De rollen en verantwoordelijkheden zijn duidelijk verdeeld. (…) Uiteindelijk is de relatie leraar-leerling daardoor belast. (…) De leerlingen kunnen jou leren wat zij nodig hebben. Wat jij dus moet doen, wat je te doen staat. En in de drie voorbeelden die we in de uitzending hebben gezien, zie je dat leerlingen meer ruimte en meer verantwoordelijkheid krijgen. Dat laatste is essentieel. Je moet leerlingen de ruimte kunnen geven om naar eigen mogelijkheden hun taken uit te voeren. Zo heeft de een meer tijd nodig dan de ander. Maar ook om de verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen planning. Ruimte en verantwoordelijkheid, dat zijn de centrale begrippen.”

Johannes Visser: “Ik kan me een fragment herinneren waarin iemand zei dat kennis zo snel verouderd en niet meer zo belangrijk is. Daar kon ik niet zo goed bij. Als ik een boek open zou slaan en er met een markeerstift doorheen zou gaan om te kijken welke kennis verouderd is, dan hou ik een hele volle stift over. Kennis is de basis om vaardigheden aan te leren. Ik zou niet zonder kennis les kunnen geven, (…) omdat ik gepassioneerd ben over het vak Nederlands. Ik wil graag vanuit die inhoud vertrekken om ze te laten denken en om ze dingen te leren. Maar wel gebaseerd op inhoud, niet op een lege huls die ‘kritisch denken’ heet.”

Sander Dekker (over Onderwijs 2032): “Verwacht van ‘deze club’ niet een soort blauwdruk voor het totale onderwijs. (…) Dat vond ik ook zo mooi aan jullie uitzending: daar zitten scholen bij die heel vernieuwend zijn, waarvan de één heel enthousiast wordt, maar de ander zegt van ‘nou, ik weet niet of daar mijn kind naartoe zou brengen’. Ik vind het ongelofelijk waardevol dat in Nederland al die verschillende soorten en smaken naast elkaar bestaan.”

Ilja Klink: “Ik vind het heel raar om te zeggen dat het moeilijker is om te experimenteren op een vmbo-school in West dan op een vwo-school in Noord.” Sjef Drummen, de schoolleider van vmbo-school Niekée in Roermond, haakt er even later op in: “Wij hebben op Niekée zeven jaar geleden de overgangsnorm overboord gezet, 40 procent van de traditionele lessen geschrapt, we hebben grootstedelijke populatie, 52 nationaliteiten en we hebben kinderen waarvan 30 tot 40 procent twee jaar taal- en rekenachterstand heeft. We hadden vorig jaar 126 eindexamenkandidaten en 126 geslaagden.”

Luc Stevens: “Een leerling komt binnen met ontwikkelingsmogelijkheden. Dat is het werkmateriaal van een docent. Dat is niet zijn methode of zijn curriculum. Het werkmateriaal dat is de intelligentie, de ontwikkelingsmogelijkheid van jouw leerling. Jij bent er dus aan gehouden om heel dicht bij die leerling te blijven en goed na te gaan wat hij nodig heeft. Zodat je een goede match kunt maken tussen jouw aanbod, jouw uitdaging en zijn mogelijkheden. (…) Tijdens het leren ervaren we wat we goed en minder goed kunnen; waar we steun nodig hebben. Dat is het interessante van opvoeden en onderwijs. Er is ontwikkelingspotentieel en daarmee ga je als opvoeder, als leraar én als leerling aan het werk. Dan ga je kijken wat je kunt bereiken. Hoe ver je kunt komen. Wij zijn gewend om alles te ‘bepalen’, maar mijn IQ heeft mij nog nooit echt geholpen.”

Wilt u ook deelnemen aan een Meet Up die in het teken staat van ‘De onderwijzer aan de macht’? Zowel in Groningen als in ’s-Hertogenbosch worden deze maand nog officieuze Meet Ups georganiseerd. Ook kunt u zelf een Meet Up organiseren bij u in de regio. Bezoek voor meer informatie de website van Tegenlicht.

Links:

  • Bekijk hier de gehele opname van de Meet Up in Pakhuis de Zwijger
  • Een boekenlijst met vijf leestips over veranderingen in het onderwijs

 

Onderwijs van Morgen is benieuwd naar uw visie: Wat vindt u van bovenstaande uitspraken? Bent u het er mee eens? Of juist helemaal niet? Laat uw mening, visie en ideeën achter via onderstaand reactieformulier.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here