Stagelopen versus het puberbrein

0

Een leven zonder lesgeven is voor Judith Peinemann niet denkbaar. Haar liefde voor onderwijs is zo sterk, dat ze graag haar ervaringen deelt op OVM. Judith geeft het vak pedagogiek aan toekomstige onderwijsassistenten. In dit artikel: de ingewikkelde taak om de zestienjarige Maarten, die gemotiveerd is maar gebukt gaat onder zijn puberbrein, bij te sturen.

De op een na laatste week van het schooljaar bezoek ik nog één keer mijn studenten op stage. Dat doe ik vier keer per jaar. Een luxe zou je kunnen zeggen, maar geen overbodige, want juist bij het oefenen van het beroep is sturing wenselijk. Dit gaat met vallen en opstaan en een peptalk van een mentor kan soms bepalend zijn voor de toekomst van een student. Zo ook voor de zestienjarige Maarten. Maarten is geboren en getogen in een klein dorp. Het is de meest sociale jongen die ik de afgelopen acht jaar in de klas heb gehad. Hij kon het meteen goed vinden met zijn klasgenoten en biedt een luisterend oor voor de meiden die in een relatiecrisis zitten.

Zonder agenda

Mijn collega’s kennen Maarten als de jongen zonder agenda. ‘Dat onthoud ik wel juf’, zei hij tegen mijn collega van het vak Nederlands . En verdraaid, keurig netjes had hij zijn huiswerk gemaakt. Dat ging een tijd goed. Ook op zijn stage, in groep 4 van een kleine basisschool, deed hij zijn werk zoals ik dat verwacht van een eerstejaars onderwijsassistent. Hij snapte wat hij in de praktijk moest doen en genoot van de kinderen.

Niet tevreden

Totdat begin mei bleek dat zijn praktijkopleider helemaal niet tevreden was. Meteen begon ik aan mezelf te twijfelen. Heb ik de vorige keer signalen gemist? Ik zoek naar mailtjes van zijn praktijkopleider, maar vind niets. De laatste beoordeling is eind april ingevuld en staat op voldoende. Ik plan meteen een bezoek in om haar verhaal aan te horen. Maarten doet eerst nog een activiteit met de hele klas. De praktijkopleider gaat naast me zitten en steekt fluisterend van wal. De activiteit die hij doet heeft hij te laat met haar besproken en daardoor knipt en plakt groep 4 nu naar hartenlust een hyacint. Een bloem die helemaal niet meer bloeit in mei. Ik begin te lachen. ‘Heeft hij dit zelf bedacht?’ vraag ik haar voorzichtig. Hij heeft het zelf bedacht.

Overzicht kwijt

Als bijna alle kinderen klaar zijn met hun kleurige bloem, komt Maarten trots naar ons toe: ‘Mooi zijn ze geworden hè!’ Het gezicht van de praktijkopleider staat inmiddels op onweer. Ze valt tijdens het gesprek meteen met de deur in huis en geeft aan dat ze Maarten niet meer wil begeleiden. Maarten is regelmatig het overzicht kwijt. Hij bereidt dan een activiteit voor, maar vergeet deze op te sturen en te bespreken met zijn praktijkopleider. Ook heeft hij nog een leeg portfolio. Ik vraag of dit de reden is dat ze hem niet meer in de klas wil. ‘Hij heeft meerdere kansen gehad, maar hij pakt het niet op.’

Het puberbrein

Ik praat op haar in en geef zijdelings wat informatie over het brein van zestienjarige jongens. Het werkgeheugen, dat er voor zorgt dat je opdrachten kunt onthouden, is pas ontwikkeld op je twintigste. En zoals Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie zegt: ’Docenten en ouders zijn de prefrontale cortex van de puber.‘ Je moet een puber blijven helpen met overzicht houden. Met een beetje pech tot z’n 25e levensjaar, want dan is de prefrontale cortex pas echt klaar met ontwikkelen.

De praktijkopleider blijft chagrijnig kijken, maar strijkt met haar hand over het hart. Maarten mag nog één keer laten zien wat hij in huis heeft.

Gebroken hart

De dag na het gesprek gaat mijn telefoon. Het is Maarten. Hij durft niet meer naar stage. Zijn zelfvertrouwen is naar het nulpunt gedaald en de berg is te groot om te beklimmen. Nog diezelfde week zit ik weer in groep 4. Tijdens het gesprek zie ik de schouders van Maarten steeds meer naar beneden hangen. Zijn praktijkopleider wil hem niet meer in de klas hebben. Ze heeft er al te veel aan gedaan en ze twijfelt of hij geschikt is voor dit beroep. Mijn hart breekt. Van Maarten is inmiddels weinig meer over. Ik vraag even een moment alleen met mijn student en kies snel mijn strategie. ‘Maarten, op een schaal van één tot tien, hoe graag wil je dan onderwijsassistent zijn?’ Hij kijkt me een beetje ongemakkelijk aan, maar zegt dan: ‘Een tien juf!’

Ik vraag de praktijkopleider wat de mogelijkheden zijn binnen school om Maarten in ieder geval het eerste jaar te laten afronden. Gelukkig is er in een andere groep een meester die het wel wil proberen. Ik praat nog een paar minuten in op Maarten en laat hem dan een afsprakenlijst ondertekenen. ‘Dit moet je doen om mij te laten zien dat het ook echt een tien is,’ druk ik hem op het hart. Hij knikt en bedankt me voor de nieuwe kans.

Een tweede kans

Als ik een week later met Maarten, zijn moeder en onze teamdeskundige om tafel zit om alle afspraken te bespreken, vraag ik wat ze ervan zouden vinden als Maarten het eerste jaar opnieuw gaat doen. Eigenlijk doen we daar niet aan binnen de opleiding, maar ik zou zo graag voor hem een uitzondering maken. De ogen van Maarten lichten op en ik zie weer een klein beetje de jongen die ik tot april kende. Voorwaarde is wel dat hij alle afspraken nakomt en een voldoende haalt voor het laatste blok.

Tijdens de teamvergadering stemmen alle collega’s in om Maarten de kans te geven het beroep uit te oefenen waar hij al zo lang naar uitkijkt. Ik zie Maarten tijdens het mentoruur en praat hem bij over de beslissing van het team.

Maartens portfolio

Half juli vertrek ik weer richting de basisschool van Maarten. Het zwaard van Damocles hangt boven zijn hoofd en ik merk dat ik gespannen ben. Het zweet staat in mijn handen. We nemen plaats in de koffiekamer, de nieuwe praktijkopleider, Maarten en ik. Ik vraag hoe het gaat en Maarten opent zijn portfolio. Hoe zal het hem deze keer zijn vergaan?

Heb je zelf weleens een soortgelijke situatie meegemaakt? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here