Puberbrein – Het meisje op weg naar de brugklas

22

Voor we ingaan op een nieuw egostadium in onze reeks over het puberbrein wil ik in twee artikelen aandacht schenken aan het verschil tussen jongens en meisjes. Ik denk dat dit belangrijk is, omdat het ons gelegenheid biedt kennis te nemen van de nieuwste inzichten vanuit de neurowetenschappen.

 

 

 

 

Pubergedrag en neurowetenschap
Met deze kennis kunnen we ons voordeel doen, zowel in de dagelijkse klassenpraktijk als bijvoorbeeld in het jeugdbeleid. Veel pubergedrag kan namelijk worden verklaard vanuit deze kennis. In het filmpje is te zien hoe Jenell en Rhandy zich voorbereiden om naar de brugklas te gaan. Ze zitten nog in groep 8 van dezelfde school ergens in de kop van Noord-Holland. In een vorig  artikel hebben we gelezen dat ze op de leeftijd van 11 jaar het impulsieve egostadium hebben verlaten en dat ze in het volgende egostadium zijn aangekomen: het zelfbeschermende egostadium (E. Crone, 2008).

1% verschil is veel
Volgens onderzoekers verschillen de hersenen van jongens en meisjes, mannen en vrouwen slechts 1% van elkaar. Dit lijkt weinig, maar als je bedenkt dat David Biello in een artikel in The Scientific American van 17 augustus 2006 stelt dat de mens genetisch minder dan 2% verschilt van de chimpansee, dan is 1% toch wel substantieel. Dachten we vroeger dat de hersenen van vrouwen wat kleinere kopieën waren van mannenhersenen, we weten nu wel beter. Zoals we in het vorige artikel hebben geconstateerd bestaan er al grote verschillen tussen jongens en meisjes tijdens de impulsieve egoperiode. En die verschillen blijven bestaan zoals we in het vervolg van deze serie zullen zien.

Maar wat weten we dan?
Het schema rechts geeft de eerste fasen van de ontwikkeling van het vrouwenbrein weer. Het is ontleend aan L. Brizendine, The Female Brain, 2010. Wat voor informatie geeft dit schema? Kunnen we uit dit schema bijvoorbeeld de conclusie trekken dat Jenell emotioneel en verbaal sterker is dan Rhandy en dat Rhandy door het grotere aantal neurale verbindingen in de rechterhersenhelft sterker is dan Jenell in exacte vakken?

Minder aanleg voor bèta is een fabeltje
Wetenschappers zijn het erover eens dat de verschillen binnen de seksen groter zijn dan tussen de seksen. Het is waar dat de hersencircuits voor sociale contacten en verbale communicatie meer tot de standaarduitrusting horen bij vrouwen dan bij mannen. In de tienerjaren die zo ongeveer beginnen in de bruglas activeert de toestroom van oestrogeen het bindingshormoon oxytocine en worden de seksegebonden vrouwelijke circuits voor praten, flirten en groepsvorming in stelling gebracht. Dit gaat anders bij jongens, zoals we het volgende artikel zullen zien. Dat meisjes echter minder aanleg zouden hebben voor exacte vakken en techniek is een fabeltje. Als meisje op weg naar de brugklas heeft Jenell net zoveel talent in de door sommigen aangeduid als ‘mannenvakken’ als haar klasgenoot Rhandy. Maar de waarheid is dat Jenell  de richting gaat zoeken waarin zij zich in de komende tientallen jaren als vrouw het gelukkigst kan voelen. En er bestaat grote kans dat de bewegwijzering zal worden aangelegd door haar vrouwelijke hormonen.

Verzoek aan u:
U kunt reageren op dit artikel en met elkaar in discussie gaan. U kunt ook mij aanvullende vragen stellen. Ik zal deze zo goed mogelijk proberen te beantwoorden.

22 REACTIES

  1. Dus wij vrouwen hebben niet minder talenten dan mannen. Dat heb ik altijd al gedacht. We hebben evenveel hersencellen als mannen, maar gebruiken ze anders (ik zal niet zeggen beter), Erg interessant. Verder vind ik het logisch dat vrouwen `’bewegwijzerd” worden door hun hormonen. Dat gebeurt toch ook bij mannen, nietwaar? Tenminste, als ik zo om me heen kijk…..!

  2. Melanie. Ik ben het met je eens als je schrijft dat vrouwen niet hoeven onder te doen voor mannen. Ik heb wel de indruk dat mannen zich langer met hetzelfde kunnen bezighouden, meer doelgericht zou ik zeggen. Heeft dat ook met homonen te maken?

  3. Je vraagt of het doelgerichte gedrag van mannen wordt aangestuurd door de werking van hormonen. Dat is zeker het geval, maar ik zoek de oorsprong van het gedrag en daarrdoor ook de werking van de hormonen liever in de evolutionaire geschiedenis van de mens, Volgens Paul D. MecLean (1990), The Tiune Brain in Evolution, is de menselijke neocortex ongeveer 100.000 jaar geleden ontstaan. Zo’n 50.000 jaar later laat de mens in grotten afbeeldingen achter en stenen voorwerpen die erop duiden dat een een nieuwe mens is ontstaan “homo sapians sapiens”. Deze mens had alle kenmerken van de moderne mens. In dit Stenen Tijdperk leefden de mensen als jagers. Zij trokken rond in groepen van maximaal 150 mensen. De arbeid werd verdeeld tussen mannen en vrouwen. Omdat de mannen fysiek sterker waren, gingen zij op jacht en verdedigden hun territorium, hun vrouwen en kinderen tegen andere mogelijk vijandige stammen. Daarom vond er natuurlijke selectie plaats die de mannen bevoordeelde die het best in staat waren deze rollen te vervullen. De vrouwen bleven achter en zorgden voor de kinderen. Zij waren verzamelaars. Mijn vrouw en ik hebben enkele jaren, midden in het oerwoud, doorgebracht bij een indianenstam op de grens van Suriname en Brazilië. Ook daar zag je dat de mannen op jacht gingen en de vrouwen op kostgrondjes voor het plantaardige voedsel zorgden. Vrouwen en meisjes mochten absoluut niet mee op de jacht. Veel te gevaarlijk!. Als je bedenkt dat pas 1% van de mensheid in de moderne tijd leeft of heeft geleefd en dat 99% van de mensheid opgroeide en leefde in het Stenen Tijdperk dan kunt u begrijoen dat wij prima zijn toegersust voor het Stenen Tijdperk, maar niet voor de huidige Digitale Wereld. Gelukkig is ons brein maakbaar zoals Prof. Margriet Sitskoorn schrijft, maar dat maakt nog niet dat onze genen veranderen. Daar gaan honderden, nee duizenden jaren overheen. Mannen kunnen zich zo lang op één doel focussen, omdat ze duizenden jaren achter hun prooi hebben leren jagen. En daar moet je geduld voor hebben. Vrouwen zijn zo taalvaardig, empathisch en sociaal omdar zij overleefden door zich te handhaven tussen haar stamgenotes. En geloof me, beste lezers, mannen gaan daarom liever op jacnt!

  4. Dr. Witteman. Ik ben docent aan een school waar men niet veel moet hebben van uw evolutionaire opvattingen. Zelf twijfel ik of ik de Bijbel letterlijk moet geloven omdat het hier gaat om het woord van de Heer, of dat ik toch moet luisteren naar de opvattingen die ontspruiten aan modern wetenschappelijk onderzoek. Ik ben zelf docent natuurkunde en scheikunde en ik kan er niet aan ontkomen te concluderen dat Bijbel en wetenschap lang niet altijd met elkaar in overeenstemming zijn. Op school wordt daar niet over gepraat. Dat doe je niet. Maar ik weet dat meer van mijn collega’s met dit probleem worstelen, maar het liefst hun ogen ervoor sluiten. Ik worstel bijvoorbeeld met het fenomeen homosexualiteit. Ik ken één collega waarvan ik weet dat hij homosexueel is. Hij durft er niet voor uit te komen, omdat hij vreest voor zijn baan en zeker niet wil dat hij uitgestoten wordt uit onze gemeenschap. In Leviticus 20: 13 is duidelijk te lezen dat homosexualiteit voor God een gruwel is. Maar hoe kan een genadige en liefhebbende God een van zijn schepselen ter dood willen brengen, terwijl wij met de kennis van nu weten dat deze “ziekte” aangeboren is? En zo worstel ik verder. U helpt mij daarbij. Ik verzoek u mijn reactie te plaatsen om mensen te helpen die dezelfde problemen als ik ervaren. Ik dank u voor uw artikelen. Ik zie naar ze uit.
    Een anonieme docent (naam bij mij bekend) H.W,

  5. Als docent natuurkunde heb ik toch het idee dat jongens beter zijn in exacte vakken dan meisjes. Meisjes zijn volgens mij wat langzamer en hebben meer tijd en uitleg nodig. Hoe zijn de ervaringen van collega’s exacte vakken?

  6. Chapeau, Marc, voor jouw reactie. Stemt tot nadenken en (wederzijds) begrip. Dit zou een artikel op zich kunnen zijn: houdt die noodzakelijke geslotenheid stand in het onderwijsvanmorgen?

  7. Hoe kan het zijn dat ik in het vorige artkel las dat jongens meer neurale netwerken hebben ontwikkeld iin de rechterhersenhelft dan meisjes, dat het toch een fabeltje lijkt te zijn dat jongens meer presteren in de exacte vakken dan meisjes? Dat rijmt toch niet met elkaar? Of heb ik het mis?

  8. John, lees eens het artikel over verbaal-linguistische intelligentie. Hier zie jwe hoe taalvaardige leerlingen wiskunde leren via hun talige circuits. De les werd gegeven door docent E.Mommers van het Charlemagnecollege in Landgraaf.Toevallig komt je vraag aan de orde in het volgende artikel als het over het mannelijk brein gaat. Kort en goed komt het erop neer dat bij meisjes en vrouwen de wiskundige basis wordt gelegd via hun sterkere taalcircuits. Deze zijn gecompliceerder dan de circuits die mannen gebruiken.

  9. Eugene Wijnhoven en Hr Witteman. Ik heb het filmpje van collega Mommers gezien en heb kunnen constateren dat hij via taal een exact vak aanpakt. Betekent dit nu dat meisjes er alleen maar langer over doen om een exact vak onder de pet te krijgen, omdat ze het inzicht via taalcircuits bereiken? Als dat zo is, concludeer ik, dan zijn ze net zo sterk in exacte vakken als jongens als de uitgangspositie eenmaal is bereikt. Maar dit moet dan ook betekenen dat de leraar zich deze vrouwelijke maner van denken eigen moet maken. Dat lijkt me niet zo makkelijk. We zouden dus meer vrouwelijke docenten moeten hebben voor de exacte vakken. Zouden meer vrouwelijke docenten het probleem kunnen helpen oplossen?

  10. Francine, zou het geen idee zijn dat een Hogeschool of Universiteit een vrouwenopleiding begint in de natuurwetenschappen? Natuurlijk moeten vrouwen dit net zo goed (misschien alleen een beetje anders) kunnen als mannen. Zij zullen ongetwijfeld andere strategieën gebruiken dan mannen, maar misschien zijn die juist wel beter. Ik ben inmiddels met pensioen, maar ik kan u zeggen dat ik in mijn leven heel knappe vouwelijke ingenieurs heb leren kennen. En dan doel ik niet alleen op hun uiterlijk!

  11. Mijnheer Witteman meer vrouwelijke docenten voor de exacte vakken is een goed plan. Of die binnen een opleiding speciaal voor vrouwen opgeleid moeten worden betwijfel ik. In de maatschappij zullen mannen en vrouwen ook samen werken binnen exacte disciplines toch? Naar mijn idee is het logischer dat opleidingen aandacht besteden aan de verschillende strategieën die (over het algemeen) door mannen en vrouwen gehanteerd worden.

  12. Fracine Hendriks. Leuk om weer eens van je te horen. Ik zag je naam al eens eerder voorbij komen. Je reageert eigenlijk op de bijdrage van Ir.Jan van Klaveren die met het idee komt een speciale opleiding exacte wetenschappen onder te brengen bij vrouwenstudies. Vind ik overigens een heel origineel idee. Hoe meer ik met dit onderwerp bezig ben, hoe meer ik tot de conclusie kom dat er bij exacte studies nooit rekening is gehouden met de (soms speciale manieren) waarop vrouwen informatie verwerken. Ik houd het idee achter de hand en hoop dat deze serie nieuwe inzichten zal meebrengen. Als dat zo is, kom ik erop terug. Hartelijke groet, Henk

  13. Ir. Jan Van Klaveren. Dank u voor het originele idee een speciale opleiding natuurwetenschappen onder te brengen bij vrouwenstudies. Ik heb ook gereageerd op de bijdrage van Francine Hendrks. Daar vindt u meer van mijn reactie op uw idee.

  14. Ik vind het een goed idee om de verschillen tussen mannen en vrouwen waar het kennisverwerving betreft wat uit te vergroten. Dat kan bijdragen tot nieuwe inzichten. Ik wens de redactie en alle lezers veel succes hierbij.

  15. Een lezer (Norman) die verder anoniem wenst te blijven mailde ons de volgende vraag: “Wordt de ontwikkeling van het puberbrein alleen gestuurd door biologische processen of is er ook een culturele component? Ik denk hier met name over verschillen tussen autochtonen uit een westerse cultuur en niet westerse allochtonen”. Voordat we zelf reageeren, willen wij lezers graag de kans geven hun mening te geven.

  16. Norman. Uit de reacties op de nature versus nurture vraag reageert een belangrijke meerderheid van de lezers op het grotere belang van nature. In ieder geval stelt nature haar beperkingen aan de ontwikkeling van nurture. Zo zal een hardloper die 14 seconden loopt op de 100 meter, ook na een grote trainingsinspanning nooit tot 10 seconden komen. Maar nurture heeft wel degelijk invloed op ons brein. Nelis @ Sark (2010) geven in het Puberbrein binnenstebuiten een mooi voorbeeld over de invloed van cultuur. Zij wijzen op Davind Pinto Hoogleraar Interculturele Communicatie die naast de behoeftepiramide van Maslow een tweede piramide ontwikkelde. Malalow’s piramide reflecteert de westerse “ik”-cultuur. In deze cultuur vinden mensen het van essentieel belang dat het individu zich ontplooit en zelfstandig zijn beslissingen neemt. Doet hij dit niet goed, dan laadt dit individu de schande op zichzelf en niet op anderen. Veel allochtone culturen kennen echter een “wij”-cultuur. Net zoals bij Maslow vormen de primaire behoeften de basis. Maar daarboven komen behagen groep, goede naam en eer. Dit is de behoeftenpiramide van een “wij”-cultuur, zoals die wordt beleeft door diverse allochtone groepen in ons land. Als een lid van deze groep iets doet tegen de heersende zeden en gewoonten, dan laadt hij schande over bijvoorbeeld zijn familie, geloofsgenoten, landgenoten. Het is duidelijk dat deze twee behoeftepiramides niet genetisch bepaald zijn, maar cultureel. Al zou men aan de andere kant kunnen stellen dat het fenomeen behoeftepiramide wel onderworpen is aan genetische wetten. Vermoedelijk zal Prof. Dick Swaab (2010)voor de laatste verklaring kiezen.

  17. Prof.Dr. Vernon uit de Verenigde Staten schreef ooit een boeiend werk “De menselijke motivatie” naar aanleiding van breed opgezet onderzoek naar de motivationele aspecten bij de (opgroeiende) mens. Ik las dat vele jaren geleden alweer, met veel belangstelling en één van zijn conclusies betrof: een mens is NIET te motiveren…. Voorbeeld: een mens die NIET van muziek houdt, kun je NIET motiveren naar ( bijvoorbeeld) klassieke muziek te luisteren. WEL KUN JE MENSEN STIMULEREN, ENTHOUSIAST maken, maar een gedrags – of handelinsgmotief dient vanuit de persoons-ontwikkelings en aanleghorizon van het individu te ontstaan en laat zich NIET van buitenaf “motiveren”. Het “motiveren”van leerlingen in de diverse schoolsoorten is mijns inziens derhalve een onzinnig punt, maar er kunnen, nogmaals WEL gedragsveranderingen plaatsvinden als er goede stimulans komt vanuit goed voorbeeld-gedrag. Immers: onze voorbeelden zijn veel krachtiger e n meer leerbaar dan boeken, teksten en wat dies meer zij.

  18. C.v.d. Hoogen. Bij stimuleren gaat de wil tot gedragsverandering uit van een persoon buiten de lerende. Bij motiveren vindt de gedragsverandering plaats door middel van een beloning. Deze kan binnen de persoon liggen, zoals het genoegen dat een lerende beleeft aan de taak (intrinsieke motivatie) of buiten de persoon, bijvooorbeeld een goed cijfer (extrinsieke motivatie). Tegenwoordig spreekt men liever over ego-oriëntatie (je zoekt waardering van anderen) of doel-oriëntatie (je streeft een doel na).

  19. In Nu.nl kwam ik de volgende wetenschappelijke bevindingen tegen. Ik vond ze nogel zorgelijk. Ik citeer:
    “Meisjes die veel vlees eten, raken gemiddeld genomen eerder in de puberteit. Dat blijkt uit een nieuw Brits onderzoek.
    Meisjes die op jonge leeftijd veel vlees en eiwitten binnen krijgen, hebben een relatief grote kans om voor de eerste keer ongesteld te worden voordat ze de leeftijd van 12,5 jaar bereiken.
    Dat schrijven wetenschappers van de Universiteit van Brighton in het wetenschappelijk tijdschrift Public Health Nutrition.
    Van de meisjes die gemiddeld meer dan 12 porties vlees per week eten, wordt volgens de wetenschappers 49 procent al op jonge leeftijd ongesteld.
    Kinderen die minder dan vier porties vlees per week wegwerken, hebben maar een kans van 35 procent om vervroegd in de puberteit te geraken, zo meldt de Britse krant The Independent.
    Afraden
    De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door de eetgewoontes van 3000 12-jarige meisjes te vergelijken en in kaart te brengen wanneer de proefpersonen voor de eerste keer ongesteld werden.
    Volgens hoofdonderzoekster Imogen Rogers is meer onderzoek nodig om te bepalen of het eten van grote hoeveelheden vlees moet worden afgeraden bij jonge kinderen.

    Gezondheid

    Uit eerdere studies blijkt dat ongesteldheid op jonge leeftijd gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Zo zouden meisjes die vroeg ongesteld worden, later mogelijk een hogere kans hebben om borstkanker en hartziektes te ontwikkelen.” Einde citaat.

  20. Tineke. Dank je wel voor de zeer zinvolle informatie. Deze feiten geven te denken en stimuleren ouders aandacht te schenken aan de voeding van hun kinderen. .Voeding heeft dus alles te maken met opvoeding

  21. Geciteerd uit de Telegraaf van 14 december 2010: Voortaan heeft iedereen die even niet oplet en afdwaalt tijdens een vergadering of een presentatie en daardoor informatie mist, een wetenschappelijk excuuus. “Sorry, maar ik had last van een alfagolf”.
    Biologisch psycholoog Hanneke van Dijk van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft ontdekt dat deze zogenoemde alfagolven, hersengolven die worden geproduceerd door hersencellen die elektrische signalen geven, het verwerken van informatie tegenhouden. Daarom is er nu eindelijk een wetenschappelijk onderbouwde smoes voor mensen die even wegdromen tijdens een presentatie, college of vergadering.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here